Nieuws en agenda

Promotie dhr. F.G.M. Van Holle, MA

Titel: Essays on Empirical Finance and Monetary Policy
Promotor: prof. dr. J.J.A.G. Driessen
Copromotor: dr. L. Baele


Samenvatting

Dit doctoraat is een combinatie van drie afzonderlijke papers.  Twee empirische en één literatuurstudie.  De eerste onderzoekspaper gaat na of we op basis van regimes in macroeconomische variabelen en monetair beleid de variatie in de correlatie tussen aandelen en obligaties kunnen vatten.  Deze paper is in co-auteurschap met Lieven Baele geschreven.  In de tweede onderzoekspaper wordt het risicoprofiel van een populaire muntstrategie onder de loep genomen.  Ten slotte brengt Frederiek Van Holle in de literatuurstudie de inzichten samen over hoe wijzigingen in het monetair beleid een impact hebben op financiële activa, de reële economie en inflatie.  


Aandelen-Obligaties Correlaties, Macroeconomische Regimes en Monetair Beleid
In de periode voor 1999, was de correlatie tussen aandelen en overheidsobligaties typisch positief.  Echter, sinds eind de jaren ’90 werd deze correlatie sterk negatief voor een grote groep van ontwikkelde landen. Een goed begrip van de drijvende factoren achter deze tekenomslag is essentieel voor portefeuillebeheerders aangezien wijzigingen in correlaties tussen de verschillende componenten van een beleggingsportefeuille een invloed hebben op het portefeuille risico.  In deze paper leggen we een verband tussen de correlaties van aandelen en obligaties voor een internationale dataset enerzijds en lokale en globale regimes in inflatie, groei en monetair beleid anderzijds.  Onze schattingen tonen aan dat episodes van negatieve correlaties steeds gepaard gaan met regimes van lage of gemiddelde inflatie, gecombineerd met een accommoderende monetaire overheid.  De relatie wordt bovendien sterker indien we gebruik maken van globale regimes.  In een dergelijke omgeving zal een ondersteunend monetair beleid een deflatoire situatie vermijden.  Dit is goed nieuws voor aandelenmarkten, terwijl obligatiemarkten eerder negatief zullen reageren op deze positieve inflatieschok. Dit zal resulteren in een negatieve correlatie tussen aandelen en obligaties.  We stellen ook vast dat als de monetaire overheid op de rem gaat staan, correlaties significant positief worden.  Deze observatie is uitermate relevant binnen de huidige context van mogelijke beleidsnormalisatie van centrale banken na een periode van ongeziene stimulus.  Deze normalisatie zou correlaties tussen aandelen en obligaties opwaarts kunnen duwen wat zal resulteren in een hogere volatiliteit van gemengde beleggingsportefeuilles.

Het Dynamisch Risicoprofiel van Muntstrategieën

De muntstrategie waarbij belegd wordt in munten van landen met een hoge rente en ontleend wordt in munten van landen met een lage rente leidt tot een significant rendement van ongeveer 4% tot 5% per jaar (vanuit het perspectief van een Amerikaanse belegger).  Dit rendement staat loodrecht op de theorie die zegt dat de winst die behaald wordt uit het positieve renteverschil volledig teniet moet gedaan worden door een equivalent verlies via de wisselkoersevolutie van de betrokken munten.  Recent onderzoek toont echter aan dat deze significante premie een vergoeding is voor een combinatie van verschillende risico’s: landenspecifiek muntrisico, een hogere kans op extreme negatieve rendementen, een verhoogde gevoeligheid voor neergaande aandelenmarkten, grondstoffenprijzen, globale muntvolatiliteit en  liquiditeitsrisico’s.  Deze onderzoekspaper draagt bij tot een beter begrip van de tijdsvariatie in het risicoprofiel van deze muntstrategie voor de G10 munten.  Ik toon aan dat er substantiële tijdsvariatie zit in het risicoprofiel en dat een dynamische modellering bijgevolg essentieel is.  Risicofactoren zoals de dollar factor, globale muntvolatiliteit en de hogere kans op negatieve rendement blijken belangrijk te zijn.  De voorspellingen van het risicomodel kunnen aangewend worden om de verhouding rendement/risico van deze strategie aanzienlijk te verbeteren door voornamelijk de impact van de typisch sterke neerwaartse correcties te verzachten.  Transactiekosten kunnen oplopen voor niet professionele investeerders.  Tenzij de transacties van deze strategie kunnen gedaan worden aan lage kosten, lijkt een herbalancering op kwartaal basis te verkiezen boven een maandelijkse.  Ten slotte, blijkt dat het rendement van de G10 muntstrategie gedreven wordt door slechts enkele munten (AUD, CAD, NZD en SEK) die typisch in het investeringsdeel zitten van de portefeuille.


Transmissie van het Monetair Beleid en de Impact op Financiële Activa, de Reële Economie en Inflatie

In deze literatuurstudie worden de verschillende dimensies van conventioneel en niet-conventioneel monetair beleid beschreven.  De transmissie van monetaire beleidsbeslissingen via gezinnen, bedrijven en banken is nog steeds een actueel onderzoeksdomein. Ik onderscheid verschillende kanalen en toon dat kenmerken zoals grootte, kapitaalstructuur, financieringsstructuur, marktdominantie, financiële integratie, innovatie en  regelgeving dynamisch interageren en de transmissie beïnvloeden.  De recent gebruikte niet-conventionele beleidsmaatregelen zoals kwantitatieve versoepeling en het vooraf communiceren van mogelijke beslissingen compliceren het verhaal verder.  Enerzijds is het moeilijk om de werkelijke impact te meten van dergelijke ingrepen op de reële economie en anderzijds zijn er ook limieten en mogelijke neveneffecten. De geloofwaardigheid van de centrale bank is een cruciale succesfactor.  De monetaire transmissie blijkt ook asymmetrisch te zijn.  Restrictief monetair beleid heeft een sterkere negatieve impact op financiële markten dan vergelijkbare stimulus.  Verschillende factoren zijn verantwoordelijk voor deze asymmetrie: kapitaalregulering, winstgevendheid van de banken, hogere risicoappetijt wanneer de rente laag is, schuldfinanciering en de relatie tussen wijzigingen in vastgoedprijzen en consumptie.  De beleidsnormalisatie moet heel omzichtig aangepakt worden en zal verschillende jaren duren.  Te snel schakelen kan resulteren in grote volatiliteit op financiële markten en een recessie.  Te traag gaan kan resulteren in inflatiore druk en agressiever monetair beleid in de toekomst.  Gezien de hoge graad van complexiteit van de transmissie en de aanwezigheid van asymmetrieën is deze kalibratie een echte uitdaging.  Ten slotte blijkt dat, in termen van modellering, nog veel werk dient verricht te worden om een beter inzicht te krijgen in de doorstroming van monetaire beslissingen naar de reële economie en de inflatie.  De huidige aanhoudende lage inflatie na de ongeziene stimuli toont dat we de transmissie nog niet volledig capteren.  Een opwaardering van de modellen met financiële fricties en asymmetrische effecten lijken pistes voor toekomstig onderzoek.


Locatie: Cobbenhagen gebouw, Ruth First room (toegang via Koopmansgebouw) 


Proefschrift aanvragen






Wanneer: 19 december 2017 16:00

Waar: Bereikbaarheid campus Tilburg University