Nieuws en agenda

Promotie mw. M.W.A. van Rijsbergen, MSc

Titel: Subjective Cognitive Complaints after Stroke: prevalence determinants and course over time
Promotor: prof. dr. M.M. Sitskoorn
Copromotores: dr. R.E. Mark, dr. P.L.M. de Kort

Samenvatting

In Nederland worden jaarlijks circa 41.000 mensen getroffen door een cerebrovasculair accident (CVA), ook wel beroerte genoemd. Ondanks dat de behandelmogelijkheden in de acute fase de laatste jaren sterk zijn verbeterd, is een CVA nog altijd een van de belangrijkste oorzaken van overlijden en hebben mensen die het overleven vaak te kampen met blijvende beperkingen op fysiek, emotioneel en/of cognitief gebied.

Cognitieve problemen (bijvoorbeeld vergeetachtigheid en concentratieproblemen) na een CVA zijn de laatste jaren regelmatig onderwerp geweest van wetenschappelijk onderzoek, mede omdat deze problemen deelname aan een revalidatieprogramma en het opvolgen van therapie sterk kunnen belemmeren. De meeste studies hebben cognitieve problemen na een CVA onderzocht door met behulp van neuropsychologische tests het cognitieve functioneren objectief te bepalen. Er is tot nu toe veel minder aandacht geweest voor de subjectieve ervaring van deze cognitieve problemen, oftewel: welke cognitieve problemen ervaren mensen zelf na hun CVA en in hoeverre zijn deze van invloed op hun dagelijkse leven? In haar proefschrift onderzocht Mariëlle van Rijsbergen daarom het voorkomen van subjectieve cognitieve klachten, de factoren die geassocieerd zijn met het rapporteren van dergelijke klachten en het beloop van de klachten gedurende het eerste jaar na een CVA.

Uit het onderzoek bleek dat een groot deel van de mensen na een CVA subjectieve cognitieve klachten heeft (schatting > 89% op drie maanden en > 80% op twaalf maanden). Dit leidt bij meer dan de helft tot twee derde van de patiënten tot problemen in het dagelijks leven. Dit benadrukt het belang voor clinici om alert te zijn op de aanwezigheid van dergelijke klachten na een CVA. Daarbij dient wel bedacht te worden dat niet iedereen die cognitieve problemen in het dagelijkse leven ervaart, hierover zal klagen. Wanneer mensen voor deze problemen kunnen compenseren en/of ze ondervinden er geen hinder van bij hun activiteiten, is er wellicht ook geen behoefte aan hulp voor deze problemen.

Diverse factoren bleken geassocieerd met het ervaren van subjectieve cognitieve problemen. Naast objectieve cognitieve beperkingen, zijn ook factoren die psychologische spanningen reflecteren (zoals depressie, angst en/of stress) en vermoeidheid sterk gerelateerd aan subjectieve cognitieve klachten gedurende het eerste jaar na een CVA. Demografische en klinische kenmerken (zoals ernst van het CVA) speelden daarentegen nauwelijks tot geen rol.

Wanneer een patiënt drie maanden na een CVA subjectieve cognitieve klachten rapporteert, is de kans groot dat deze klachten op twaalf maanden ook nog aanwezig zullen zijn. Het ervaren van symptomen van een depressie en een algemeen gevoel van stress drie maanden na een CVA zijn daarbij onafhankelijke voorspellers voor het ervaren van subjectieve cognitieve klachten een jaar na een CVA.

De resultaten van het proefschrift laten zien dat subjectieve cognitieve klachten na een CVA serieus genomen dienen te worden. Evaluatie van objectief cognitief functioneren, psychologische spanningen, vermoeidheid en persoonlijkheidstrekken kunnen daarbij aanknopingspunten voor behandeling opleveren. Het reduceren van het aantal en vooral de impact van subjectieve cognitieve klachten op het dagelijkse leven, kan het welzijn van patiënten na een CVA verbeteren.


Locatie: Cobbenhagengebouw, Aula (ingang via Koopmansgebouw)


Proefschrift aanvragen






 

Wanneer: 28 november 2017 10:00

Waar: Bereikbaarheid campus Tilburg University