Nieuws en agenda

Promotie mw. L.J. van Maastricht, MA

Titel: Second Language Prosody: Intonation and Rhythm in Production and Perception
Promotores: Prof. dr. E.J. Krahmer, Prof. dr. M.G.J. Swerts

Samenvatting

Goed nieuws voor vreemde taalsprekers: hoewel het leren van de melodie en het ritme van een vreemde taal niet makkelijk is, word je er wel beter in wanneer je algemene taalvaardigheidsniveau toeneemt. Zelfs als je fouten maakt, hoeft dit niet tot miscommunicatie te leiden.

De meeste mensen leren een vreemde taal door middel van taallessen. In zo’n context krijgt men, naast grammatica en vocabulaire, doorgaans vooral uitleg over de individuele klanken van die taal. Tijdens de Spaanse les leren Nederlanders bijvoorbeeld dat ze hun ‘r’ moeten laten rollen, omdat dit typisch Spaans klinkt. En als we Engels leren op school, wordt er veel aandacht besteed aan de ‘th’ klank. Een onderwerp dat nauwelijks aan bod komt in dergelijke lessen, is de melodie en het ritme van de vreemde taal, ook wel de prosodie genoemd. Dit is opmerkelijk, omdat we wél intuïtief een beeld hebben bij deze aspecten van verschillende talen. Van het Zweeds wordt bijvoorbeeld gezegd dat het zo mooi zangerig klinkt en het ritme van het Italiaans wordt vaak ‘staccato’ genoemd. Daarnaast kan de melodie van spraak ook betekenis hebben. Zo is er in het Nederlands een verschil in betekenis tussen een zin met een dalende melodie (Jan spreekt Spaans.) en een zin met een stijgende melodie (Jan spreekt Spaans?). Kennelijk zijn het ritme en de melodie belangrijk voor de identiteit van die talen en brengen ze belangrijke informatie over, maar waarom krijgen we hier dan geen uitleg over tijdens de taalles? En is dat erg?

Daarom heeft Lieke van Maastricht onderzocht of volwassenen die een vreemde taal leren zonder expliciete instructie toch in staat zijn om de melodie en het ritme van die taal te leren. Daarnaast bekeek ze of het maken van fouten in de prosodie van een vreemde taal kan leiden tot complicaties in de communicatie tussen vreemde- en moedertaalsprekers.

Uit het onderzoek blijkt dat het moeilijk is voor zowel Nederlanders die Spaans leren als Spanjaarden die Nederlands leren om de melodie en het ritme van de vreemde taal onder de knie te krijgen. Spraakanalyses laten zien dat men vaak de melodische en ritmische patronen van zijn of haar moedertaal blijft gebruiken in de te leren taal. Omdat er grote verschillen tussen talen bestaan op dit vlak, leidt dit tot een niet passende prosodie in de vreemde taal. Zelfs in de spraak van gevorderde vreemde taalsprekers zijn de melodie en het ritme vaak nog aanzienlijk verschillend van de prosodie van moedertaalsprekers.

Om te kijken of deze ‘fouten’ in de melodie en het ritme van vreemde taalsprekers ook leiden tot moeilijkheden in de communicatie met moedertaalsprekers heeft Van Maastricht meerdere experimenten uitgevoerd. Hieruit blijkt dat spraak met foutieve prosodie door moedertaalsprekers als meer ‘buitenlands’ wordt bestempeld en dat zij aangeven dat ze deze spraak ook moeilijker te begrijpen vinden dan spraak met correcte prosodie. Dit betekent dat moedertaalsprekers intuïtief duidelijk een verschil horen tussen moedertaalsprekers en vreemde taalsprekers op basis van het ritme en de melodie van de spraak. Opmerkelijk is echter, dat als we kijken naar hoe snel moedertaalsprekers spraak met correcte en incorrecte prosodie verwerken, er geen verschil gevonden wordt tussen de snelheid waarmee zij beide soorten spraak interpreteren. Dus de ‘foute’ prosodie van een spreker van een vreemde taal hoeft niet per se te betekenen dat de communicatie met moedertaalsprekers in het gedrang komt.

Location: Cobbenhagen building, Auditorium (access via Koopmans building)


Order the PhD thesis








 

Wanneer: 09 mei 2018 16:00

Waar: Bereikbaarheid campus Tilburg University