Alumni

Stay connected! Blijf in contact met je universiteit en je oud-studiegenoten.

Kees Cools (NL)

Kees Cools, partner bij Booz & Company en hoogleraar Corporate Finance in Groningen studeerde bedrijfseconomie en filosofie, volgde de post doctorale opleiding tot Register Accountant en promoveerde in 1993 aan de Tilburg School of Economics and Management.

"Fouten maken mag, als je er maar van leert."


Waarom bent u destijds in Tilburg gaan studeren?
“Mijn lievelingsvak op de middelbare school was natuurkunde en daar was ik ook best goed in. Toch vreesde ik niet slim genoeg te zijn voor een studie natuurkunde aan de Technische Hogeschool Eindhoven. Na mijn propedeuse econometrie gehaald te hebben aan Tilburg University ben ik overgestapt naar internationale economie en filosofie. Uiteindelijk ben ik in 1987 in de bedrijfseconomie afgestudeerd. Cum laude, maar dat mag ook wel na zoveel jaar. Na mijn bachelor filosofie heb ik voor mijn doctoraal studie filosofie wel alle vakken gehaald, maar mijn scriptie nooit ingeleverd. Het eerste (wetenschapsfilosofische) hoofdstuk van mijn proefschrift had als doctoraalscriptie kunnen dienen voor mijn filosofie studie. Dat adviseerde professor Guido Berns mij, Maar inmiddels had ik het te druk als beginnend consultant. Toch jammer, die scriptie was het enige wat nog nodig was voor mijn doctoraal filosofie. Terwijl dat hoofdstuk nog nota bene nog wel internationaal gepubliceerd is…
Dat ik in Tilburg ben gaan studeren was vanzelfsprekend. Daar werd econometrie gedoceerd en ik had geen idee van eventuele verschillen met andere universiteiten en dus ook geen reden om het verder weg te zoeken. Achteraf gezien was het misschien wel beter geweest om toch econometrie af te ronden; het analytische in deze opleiding heeft altijd waarde en de statistiek was tijdens mijn latere wetenschappelijke onderzoek goed van pas gekomen. ”

Wie was uw favoriete professor en waarom?
“Ludwig Heyde, hoogleraar geschiedenis van de filosofie was zeer inspirerend, hij wist de fundamentele filosofische vragen heel beeldend tot leven te brengen. Het was alsof hij stond te worstelen met filosofische vraagstukken en ter plekke de inzichten aan het licht bracht. Op lucide en elegante manier kwam het verhaal eruit en schreef hij het hele bord er mee vol. Je was als het ware getuige van zijn denkproces. Maar ook professor Plattel, Jean Frijns en Wim van den Goorbergh waren heldere en boeiende docenten die hun vakken aantrekkelijk wisten te maken.”

Is er een interessante anekdote uit uw studententijd?
“Ik ben vanaf het begin van mijn studie actief geweest binnen de universiteit. Ik heb destijds mede het centraal overleg studenten, SOS, opgericht, maakte later deel uit van de Progressieve Studenten Fractie (PSF) in de universiteitsraad en was studentbestuurslid van het faculteitsbestuur filosofie. Mijn eerste verkiezing was voor de functie van studentlid bij de faculteitsraad econometrie. In die tijd voerde Douwe Egberts een reclame campagne met de slogan '..en dan is er koffie.' Ik besloot een slogan te ontwerpen die net zo weinig zei als de inhoudsloze kreten van de andere kandidaten: 'Toen was er koffie en nu is er Kees.' Ik werd nog gekozen ook!”

"Als Vriend van Cobbenhagen en lid van de Campaign Board van het Universiteitsfonds ben ik nog steeds betrokken bij de universiteit"


Hoe ziet uw carrière eruit?
“Na mijn afstuderen ben ik bij de Universiteit van Maastricht aan mijn proefschrift gaan werken. Maar de begeleidende hoogleraar nam ontslag en ook zijn opvolger verraste mij, hij zag mij en mijn onderzoek helemaal niet zitten, bleek plotseling. Totaal onverwachts en zonder enige waarschuwing mocht ik kiezen: "of je neemt ontslag of je wordt ontslagen, het is niks met dat promoveren van jou en het zal nooit wat worden". In Tilburg was inmiddels Piet Moerland net als hoogleraar ondernemingsfinanciering benoemd en hij was bereid mij als 'derdehands' promovendus onder zijn hoede te nemen. Na mijn promotie in 1993 ben ik bij adviesbureau Horringa & De Koning als consultant aan de slag gegaan. Destijds was McKinsey het enige strategische adviesbureau dat bij de grote multinationals voet aan de grond kreeg, maar door het samengaan van Horringa & de Koning met The Boston Consulting Group (BCG) konden we de concurrentiestrijd met succes aangaan. In 2000 ben ik partner geworden bij BCG en in 2009 heb ik de overstap gemaakt naar Booz & Company. Daar kreeg ik meer ruimte om als partner mijn specialismen op mijn manier te uit te voeren. Sinds 1999 ben ik ook als deeltijd hoogleraar Corporate Finance aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden. Daarnaast leer ik het nodige van een aantal toezichthoudende activiteiten, zoals voorzitter van het audit committee van FNV Bondgenoten en lid van de Raad van Toezicht van het Centraal Planbureau.”

Wat is uw verdere ambitie?
“Dat zijn er twee. Mijn ene ambitie is om met Booz & Company BCG en McKinsey naar de kroon te steken, zoals we met BCG in de jaren negentig McKinsey van de troon hebben gestoten. Mijn andere ambitie is met Jaap Winter een andere realiteit in board rooms te creëren. Jaap ontmoette ik een paar jaar geleden in het Sprookjesbos van de Efteling tijdens een congres over governance en gedrag van CEO’s en commissarissen. Ik had hierover een boek geschreven, Controle is goed, vertrouwen nog beter. Er heerst veel wantrouwen tussen commissarissen en raden van bestuur, er is te veel hiërarchie en er zijn teveel onuitgesproken percepties en onvoldoende gedeelde beelden over rollen en doelstellingen. Dat zouden we graag willen transformeren. We schrijven momenteel ons nieuwe boek: Spelregels op de apenrots. Ook willen we het wetenschappelijk onderzoek op dit terrein een impuls geven. We willen feitelijke discussies en besluitvorming binnen boards analyseren en ook door MRI scans van CEO’s beter zicht krijgen in het gedrag en besluitvormingsprocessen van topmanagers en boards.”

Welke rol heeft Tilburg University/School of Economics and Management in uw leven gespeeld en hoe heeft dit uw carrière beïnvloed?
“Allereerst heeft de universiteit me de kans gegeven me enorm te ontwikkelen. Ik was een schuchtere puber en ondermaatse middelbare scholier en ben pas in Tilburg tot enige bloei gekomen, mede door alle activiteiten die binnen de universiteit mogelijk waren. Uiteraard heeft de studie mijn loopbaan mogelijk gemaakt en de studie filosofie zorgde voor de nodige reflectie en breedte in mijn vorming. Het feit dat Piet Moerland het heeft aangedurfd mij als tweedehands promovendus een derde kans te geven is bepalend geweest voor mijn carrière. En ik heb tijdens de studie een paar vrienden voor het leven gekregen en mijn vrouw, die psychologie studeerde, ontmoet.”

Speelt Tilburg University/School of Economics and Management nu nog een rol in uw leven, en zo ja, welke?

“Zeker, als Vriend van Cobbenhagen en lid van de Campaign Board van het Universiteitsfonds ben ik nog steeds betrokken bij de universiteit. Af en toe geef ik gastcolleges bij TiasNimbas Business School of lezingen bij de studievereniging Asset en/of Studium Generale. Ook woon ik graag bijeenkomsten van de UvT Sociëteit bij en ondersteunen wij als Booz & Company het Tilburg Sustainability Center van Aart de Zeeuw.”