Alumni

Stay connected! Blijf in contact met je universiteit en je oud-studiegenoten.

Najaarsbijeenkomst 26 november 2015

Vriendenvoorzitter Oswald Coene introduceert het thema, dat actueler is dan ooit. De Vrienden blijken met hun themakeuze, die al ruim van tevoren wordt bepaald, steeds met de neus in de actuele nieuwsboter te vallen. Ook dit keer. De botsing tussen twee wereldreligies, tussen twee culturen, tussen twee ‘beschavingen’, tussen twee ideologieën, tussen West en Oost. Benieuwd wat Twente te wachten staat wanneer de VvC-karavaan uit het Zuiden daar volgend voorjaar arriveert. Is een bezoek aan de Grolsch-Veste dan nog wel een optie? De clashes die daar werden en worden uitgevochten vallen in het niet bij de clashes waarmee de samenleving momenteel van doen heeft.

door Clemens van Diek

Oswald heet iedereen van harte welkom, in het bijzonder de vijftien aanwezige introducés en het Outreaching-belteam. Omdat een aantal Vrienden onaangekondigd naar de aula van Tilburg University waren gekomen, moest er wat creatief met het tekort aan couverts worden omgegaan.

De aanwezigen werden per mail en in de flyer al geprikkeld voor deze bijeenkomst waar zo’n 175 Vrienden op intekenden. Oswald: “De huidige conflicten in Afrika, het Midden-Oosten en de aangescherpte tegenstellingen tussen Rusland en Europa laten zien dat de strijd tussen ideologieën nog steeds actueel is. Maar deze situatie zou niet zo ernstig zijn, wanneer Europa niet tegelijkertijd worstelt met grote interne zwakten. Zo neemt de hechtheid en stabiliteit van Westerse samenlevingen af: vormen van fatsoen, tolerantie en beschaafdheid zijn soms ver te zoeken. Populisme en nationalisme steken her en der de kop op. Ook nemen de sociaaleconomische tegenstellingen toe. De kloof tussen arm en rijk wordt groter. Gebroken gezinnen en de negatieve demografische ontwikkeling doen de rest.

De problematiek van de botsende beschavingen die politicoloog Samuel P. Huntington in 1993 aan de orde stelde, is uiterst actueel geworden door de opkomst van de islam, met name de radicale tak ervan. Hij was van mening dat de culturele en religieuze identiteit van mensen de belangrijkste bron van conflict zou worden in de periode na de Koude Oorlog.”

De hechtheid en stabiliteit van Westerse samenlevingen neemt af: vormen van fatsoen, tolerantie en beschaafdheid zijn soms ver te zoeken.

Dagvoorzitter Annemarie Hinten, werkzaam aan de RU Nijmegen als hoofd van de Radboud Honours Academy en voormalig medewerker en hoofd van het Academic Forum aan Tilburg University, citeert ook Huntington uit zijn klassieker The Clash of Civilizations: The great divisions among humankind and the dominating source of conflict will be cultural. Nation states will remain the most powerful actors in world affairs, but the principal conflicts of global politics will occur between nations and groups of different civilizations. The clash of civilizations will dominate global politics. The fault lines between civilizations will be the battle lines of the future.”

Premier Mark Rutte verklaarde in zijn reactie op de aanslagen in Parijs dat we in oorlog zijn met IS, een groep fundamentalisten, niet met een religie. “Onze waarden en onze rechtsstaat zijn sterker dan het fanatisme van een kleine groep. Geweld en extremisme zullen nooit winnen van vrijheid en menselijkheid. (…) ISIS is onze vijand, daarmee zijn we in oorlog. We zijn niet in oorlog met een geloof of de islam." Volgens Rutte dus geen clash of religions.

Toch dient de vraag zich aan: staat het christendom tegenover de islam? Staat het ‘redelijke’ Westen tegenover het ‘onredelijke’ Oosten? Daarop gingen drie vooraanstaande sprekers in: Marcel Poorthuis, hoogleraar Interreligieuze Dialoog aan de Faculteit Katholieke Theologie (FKT) van Tilburg University, Mohamed Ajouaou, hoofd Islamitische geestelijke verzorging bij het ministerie van Veiligheid en Justitie en universitair docent Islamitische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de KU Leuven, en Theo de Wit, hoogleraar Vraagstukken Geestelijke Verzorging in Justitiële Inrichtingen aan de FKT, directeur van het Centrum voor Justitiepastoraat (Tilburg) en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika.

Marcel Poorthuis: verwar fundamentalisme niet met orthodoxie

Centraal in het betoog van Marcel Poorthuis stond de vraag: kun je religieuze orthodoxie zo maar doortrekken naar fundamentalisme? Zijn antwoord is: nee. Fundamentalisten nemen het Woord letterlijk. De bijbel of de koran wordt loodrecht geopenbaard ‘van boven’. Er is geen ruimte. Fundamentalisme is anti-traditioneel en anti-wetenschappelijk. De eigen ideologie valt niet te weerleggen. De samenzweringsgedachte is een belangrijk element in het fundamentalisme.

Zo geldt in het islamitisch fundamentalisme: wie niet regeert volgens Allah, niet zuiver in de islamitische leer is, mag worden vernietigd. Staten die niet islamitisch zijn moeten te vuur en te zwaard worden bestreden. En met hen de ‘ongelovigen’ die er wonen. Er is een ‘license to kill’. Daarom moet er een kalifaat komen, waarin een volkomen islamisering van de staat plaatsvindt. Waarbij staat, regering en gelovige burgers op één lijn staan.

Volgens Poorthuis gaat het niet goed met de dialoog tussen de religies. Door de ontkerkelijking, de secularisatie, neemt het begrip voor religie hier af. De dialoog wordt daarbij gefrustreerd doordat er geen verschil wordt gemaakt tussen orthodoxie en fundamentalisme. Men volgt veelal de logica: fundamentalistische moslims zijn orthodox, dus orthodoxe moslims zijn fundamentalist. Niet juist. Zie ook het Poorthuis’ boek ‘Van harem tot fitna’ (Valkhof pers Nijmegen 2012). Fundamentalisme is modern, orthodoxie niet. Orthodoxie geeft meer speling. Een orthodoxe interpretatie, of het nou op christelijke, islamitische of joodse grondslag is gebaseerd, is weliswaar niet modern en (zeer) traditioneel maar geeft wel veel meer ruimte. Laat ruimte voor dialoog.

Het gaat niet goed met de dialoog.

Zijn er ook christelijke fundamentalisten? Niet zo veel. Je hebt het broederschap rond de ge-excommuniceerde bisschop Richard Williamson, die de holocaust ontkende. Een club die de zetel van de paus niet meer erkende na het tweede Vaticaans Concilie. En heeft de Ku Kux Klan niet ook een christelijke link (zie het kruis in de rituelen)? In Oeganda zaait het Leger van de Heer dood en verderf. De christelijke fundamentalisten vallen in het niet bij fundamentele islamitische groepen.

Poorthuis eindigt met een filmpje ‘Resist the Beast’ en vraagt het publiek wat ze gezien hebben. “Als u geen antwoord geeft, doe ik het ook niet.” En zo blijft het beeld (letterlijk) in de lucht hangen. Wat we zagen was een aanstormend (christelijk?) leger te paard dat vanuit de wolken een Oosterse stad (een moskee) aanvalt; mensen slaan op de vlucht. Zagen we hier een Oosterse promoclip waarin voor het geweld van christelijke kruisridders wordt gewaarschuwd? Zagen we hier de demonisering van de islam verbeeld, en het vernietigen van het rijk van de antichrist?

Hoe dan ook, opvallend punt in de bijdrage van Poorthuis was dat hij zich verzet tegen de gelijkstelling van religie aan geweld. Daar waar velen, zoals de filosoof Hans Achterhuis, maar later toch ook Theo de Wit, verwijzen naar bloedige godsdienstoorlogen – de naam godsdienstoorlog zegt het al – waarbij het geloof als oorzaak van de clash wordt gezien, nuanceert Poorthuis dat beeld. Moet er niet gekeken worden naar andere onderliggende oorzaken, zoals armoede, corruptie, imperialisme, kolonialisme? Zijn dat niet de voedingsbodems voor fundamentalisme?

Mohamed Ajouaou is de verpersoonlijking van de dialoog

De tweede spreker, Mohammed Ajouaou, sprak vanuit zijn eigen ervaring. Zijn levensverhaal dat hij voorschotelde is er een van een en al dialoog. De zoektocht naar verbinding tussen twee werelden, twee identiteiten, de strijd tegen vooroordelen. Mohamed blijkt een hartstochtelijk voorstander van de dialoog tussen religies. En iemand die dat ook met hart en ziel in praktijk brengt. Hij is de verpersoonlijking ervan.

In 1992 emigreerde Mohamed Ajouaou vanuit Marokko naar Nederland. Hij kende de Arabische bijbel, en wilde meteen al kennis nemen van het christelijke (protestantse, katholieke) en joodse geloof. Hij refereert aan verleden tijden waarin joodse leraren les gaven aan islamieten en islamieten doceerden aan christenen, zonder hen te overtuigen van hun grote gelijk. Wanneer je die tolerantie hebt en uitstraalt, sterk staat om de dialoog aan te gaan, dan is er geen bedreiging. Dan bezit je een krachtige identiteit die geen suprematie van het ene geloof boven het andere nastreeft. Dialoog kan tot stand komen tussen tolerante sterke identiteiten. In die traditie heeft Mohamed ook lesgegeven aan christenen. In Ede lukte dat overigens niet. Een verzoek daartoe werd, na een drie maanden durend conclaaf onder de christelijke broeders, afgewezen. 

Moslims stellen zich te vaak defensief op, is zijn constatering. Dat zit gegoten in de wens om te beschermen, de kinderen, de familie, loyaal te zijn aan de eigen cultuur, zodra die wordt bekritiseerd of aangevallen. Integratie verloopt daarom vaak moeilijk. Vriendschappen sluiten met niet-moslims is lastig. Van kinds af aan wordt gezegd dat je christenen en joden niet als vrienden moet nemen. Die gaan je beïnvloeden. De koran wordt hier selectief gequoot, aldus Mohamed. Dialoog wordt al snel met argusogen bekeken.

Moslims stellen zich vaak defensief op. Vriendschappen sluiten met niet-moslims is lastig.

Een groot voorbeeld voor hem is de ‘verbinder’ Tareq Oubrou. Deze progressief verzoenende imam uit Bordeaux huldigt onder andere dit standpunt: “Het is de taak van de politiek om de maatschappij te controleren. In een moskee mag niet zomaar iets verkondigd worden. Aanzetten tot haat en geweld kan niet. De wet is niet belangrijker dan de godsdienst maar de religie moet de wet wel respecteren."

Mohamed doet tot slot een oproep aan de Vrienden: zoek verbinding, sla een brug, word vriend met een moslim. Dan verslaan we IS.

Theo de Wit: co-existentie is het trefwoord van de toekomst

De derde spreker, Theo de Wit, bouwde zijn betoog rond vier noties en daaraan gelieerde denkers: de angst (Hobbes), het verlangen naar het absolute (Levinas, Ricouer, Hersch, Daoud), de botsing van identiteiten (Suurland, Visker) en meten met twee maten (Ottaviani, Fukuyama, Knoope, Huntington). En met die laatste, Huntington, was de cirkel van de dag weer rond.

Uw verslaggever moest even zoeken naar de rode draad, waarom deze noties en deze denkers? Zij proberen te verklaren waarom we zijn zoals we zijn, waarom de een totalitaire sympathieën ontwikkelt, of een fundamentalistische weg inslaat, waarom de andere tolerant is of orthodox. Welke bewegingen (individueel, politiek, globaal) zijn nodig om de conflicten te boven te komen? Wat is nodig om het fundamentalisme de kop in te drukken?

De angst. Thomas Hobbes pleitte voor een sterke staat. Hij wordt wel de vader van de liberale rechtsstaat genoemd. Hobbes had als enige hartstocht de angst. Angst voor de chaos, voor geweld, de dood, angst voor Het Laatste Oordeel. Daarom moet er een soevereine staat zijn, die haar (religieuze) burgers ‘binnen de perken’ houdt. Anders wordt het een puinhoop en krijg je burger- en godsdienstoorlogen.

Anders gezegd: tegenover al die angsten moet een andere angst gesteld worden, en wel de angst voor de staat. Een oppermachtige staat die de angst met angst bestrijdt. Een staat die angst inboezemt en tegelijk de burger beschermt. Maar die niet de regels en wetten van de religies volgt.

Hobbes splitst de religie in twee delen. De ‘confessio’ is de grondslag van de politieke gemeenschap. De ‘fides’ is het persoonlijke geloof van iedere burger. Samen delen wij, de burgers, een minimaal geloof of moraal (denk aan mensenrechten) maar de rest van onze (religieuze) overtuigingen is geen zaak van de staat.

Het absolute. Omdat religies en levensbeschouwingen altijd uitgaan van een ‘hogere’, soms absolute dimensie, moeten er onderscheid gemaakt worden tussen waarheid en democratische gelijkheid. “Overal waar er een hoogste goed in het spel is, hangt er de dreiging van onderwerping in de lucht”, aldus Paul Ricoeur.

De Wit citeert vervolgens de Franse mensenrechtenactiviste Jeanne Hersch: “Omdat het menselijk wezen in staat is zich op absolute wijze te engageren – zijn leven te riskeren, en soms nog meer – zijn er onschendbare rechten, en verdient een andere overtuiging dan de mijne een absoluut respect.”

Daartegenover staat een ‘behoefte aan het absolute’, een drang om met revolutionair elan in iets onvoorwaardelijks te geloven, ja desnoods je leven te geven voor een grote zaak (Kamel Daoud).

Maar wat in de huidige tijd te denken van de verabsolutering van het private en de individuele vrijheid, met zijn zelfverrijking in de financiële wereld en ‘misbruik’ van de vrijheid van meningsuiting? De Wit: “Ook het ontketende individualisme is een bedreiging voor de samenleving.”

Ook het ontketende individualisme is een bedreiging voor de samenleving.

Vaak wordt gedacht dat het verlangen naar het absolute enkel opgaat voor religies. Maar communisme, stalinisme en fascisme tonen dat een claim op De Waarheid en politieke macht ook zonder religie kan worden afgedwongen.

Levinas ziet een band is tussen religie en geweld, tussen geloof en het zwaard. Maar niet in het jodendom. Het absolute - de religie - blijft bij de joden “van binnen branden” en wordt niet omgezet in “naar buiten branden”. (Hier zou een aardig debat tussen De Wit en Poorthuis kunnen ontbranden, wat later in de discussie een beetje gebeurde. Levinas is een denker vanuit de diaspora. Het conflict met de Palestijnen is nou niet bepaald een binnenbrandje!).

De identiteit. De Wit signaleert dat identiteit vandaag de dag verband houdt met zelfprofilering, met zoiets als regionale trots, taal en dialect (Limburg voor de Limburgers, Frankrijk voor de Fransen), met seksuele geaardheid (homosexualiteit) maar dus ook met religie (moslim, jood, atheïst). Zelfprofilering wordt dan tevens de norm voor anderen.

Maar laten we ons verre houden van meningen over de islam, als we daar geen kennis van hebben. Opmerkingen als dat de meeste moslims hun eigen geloof niet kennen (David Suurland in Liberaal Reveil) zijn nogal aanmatigend.

Ultra-individualisme en fundamentalisme komen we tegen in diverse varianten, niet alleen religieus, maar ook cultureel, nationaal, als “illusoire antwoorden op de toename van contingentie”.

Twee maten. Fukuyama stelde dat de overwinning van het Westers liberalisme een feit is. Dat de rest van de wereld nog in de greep van de geschiedenis is en onvermijdelijk wordt toegetrokken naar de magneet. The winner in the West takes it all. Maar hoe anders verloopt het? De magneet trekt inderdaad, maar het zijn de vluchtelingen, de slachtoffers van het kalifaat die een uitweg zoeken. Weg van dood, terreur en verderf. Weg van het fundamentalistisch jihadisme met zijn zelfmoordenaars. Een zelfmoordterrorisme dat niet meer is dan “een narcistische vlucht voor het inzicht in de eigen betekenisloosheid”.

Samengevat, de boodschap van De Wit. Een sterke staat is nodig (Hobbes), waarin politieke macht en religie gescheiden zijn. Doorvertalend: dus een islamitische staat is geen optie. Bedenk wel, er is een diffuse steun voor terrorisme in een groot deel van de wereld. We moeten ook in de Westerse spiegel kijken. Verabsolutering van het private en het ontketende individualisme zijn geen optie, evenmin als de culturele arrogantie. We mogen wel wat nederiger zijn. En niet meten met twee maten door uit te gaan van een eigen heilzame God en de kwaadaardige God van de ander.

Wat nodig is, is een tolerante attitude. Co-existentie is het trefwoord van de toekomst.

Discussie: een dikke huid ontwikkelen

Tot slot enkele noties uit de discussie

Mohamed Ajouaou: “We moeten participeren, andere culturen opzoeken, elkaar ontmoeten, in muziek, in de sport, in debat. We moeten een dikke huid ontwikkelen."

Marcel Poorthuis: “We zullen de schoonheid in de ander moeten erkennen. De identiteit van de ander accepteren. Dat betekent dus tolerantie.”

Theo de Wit: “Een onderscheid maken tussen domme en slimme mensen snijdt geen hout. Dat raakt aan de democratie. We kunnen niet terug naar de tijd van aristocratie. Het parlement is de plaats van de elite.”

Marcel Poorthuis: “Wie is dom? Religie, cultuur, politiek, het is allemaal zeer complex. We moeten onze eigen grenzen erkennen. Niet zoals Dick Swaab, de neuroloog die alles aan het brein toeschrijft, die zijn eigen grenzen niet echt kent. De universiteit is de plek waar ‘het’ moet gebeuren. Interdisciplinair.”

Cobbenhagenpenning

Maarten Swinkels kreeg uit handen van Oswald Coene de Cobbenhagenpenning uitgereikt als dank voor zijn jarenlange inzet als bestuurslid en penningmeester voor de Stichting Professor Cobbenhagen en de Vrienden van Cobbenhagen. Superlatieven kwamen tekort voor ‘het financiële geweten’ die twee termijnen volmaakte: snel, to the point, accuraat, aardig, prettig in omgang, oplossingsgericht, betrouwbaar. De ‘Raboman’ en echtgenoot van Nelleke Swinkels is eigenlijk onmisbaar. Dus dat wordt een fikse dobber voor zijn opvolger Piet-Hein Roorda.

Maarten dankt collegae, eega en de universiteit die hem zo veel geboden heeft. 45 jaar geleden begon het, op de eerste rij, bij het colloquiem Latijn! Dat had je toen nog. En colleges Filosofie, van professor Loeff wiens Leitmotiv Maarten ter harte nam: stop geen energie in zaken waar je niks aan kunt doen; en accepteer dat anderen anders zijn. Hij eindigt met de Latijnse spreuk op het gaf van zijn opa: vita mutatem, non tollitur. Het leven verandert, maar eindigt niet.

Borrel en diner

Na de niet zo lichte kost van het middagprogramma was er een borrel in de foyer voor de aula en een diner in de koffiekamer van het Cobbenhagengebouw, bij velen beter bekend als de/een bibliotheek. De verplichte tafelschikking tijdens het diner viel weer bij velen in smaak: een mooie gelegenheid om nieuwe Vrienden te maken...

Zie ook de foto's van de bijeenkomst

 

Cobbenhagenpenning voor Maarten Swinkels

Als blijk van dank voor zijn jarenlange inzet als bestuurslid en penningmeester van de Stichting Professor Cobbenhagen en de Vrienden van Cobbenhagen, ontving Maarten Swinkels de Cobbenhagenpenning tijdens de najaarsbijeenkomst van de Vrienden van Cobbenhagen op 26 november.

Na het lovende afscheidswoord van Oswald en het in ontvangst nemen van de Cobbenhagen penning gaf Maarten in zijn dankwoord aan dat hij op zijn beurt de universiteit veel dank verschuldigd is. Tijdens zijn rechtenstudie volgde hij colleges van professor Schoordijk over de werken van Bregstein en ‘De betrekkelijke waarde van de wet’ dat een leidraad werd voor zijn verdere carrière. Ook de filosofiecolleges van Professor Loeff zouden heel goed hebben aangesloten bij het onderwerp van deze Vriendenbijeenkomst over de Clash of Religion, Clash of Society. Maarten betrok in zijn bedankje ook de medewerkers van het alumnibureau, met name Petra de Koster en Michelle te Veldhuis en hun collega’s.

Als laatste gaf hij aan dat het aan Tilburg University, toen nog Katholieke Hogeschool Tilburg, te danken is dat hij zijn vrouw Nelleke heeft ontmoet, met wie hij een fantastisch gezin heeft mogen opbouwen.