Brabant-Collectie

Ontdek heden en verleden van Noord-Brabant

Regels raadplegen Brabant-Collectie


Regels voor het raadplegen van handschriften, oude drukken, prenten en kaarten en andere oude en bijzondere werken.

  1. Alle gedrukte werken van vóór 1851 inclusief incunabelen en post-incunabelen, alsmede andere waardevolle werken die in de bibliotheek aanwezig zijn, zoals handschriften, losse insteken en brieven, prenten en kaarten en oude en bijzondere werken, kunnen slechts in de daarvoor bestemde raadpleegruimte op niveau 0 van de bibliotheek worden ingezien.

  2. Bij het betreden van de ruimte van de oude en bijzondere collecties, welke toegang geeft tot de raadpleegruimte, wordt in een bezoekersboek ingevuld:
    • de datum van uw bezoek
    • uw naam
    • uw adres
    • de reden van uw komst
    • uw e-mail adres
    • uw handtekening

  3. Alvorens de genoemde materialen te kunnen gebruiken, is het invullen van een speciaal daarvoor bestemd aanvraagformulier verplicht. Hierop dient aangegeven te worden met welk doel het betreffende aangevraagde werk wordt geraadpleegd. Dit formulier dient u te overhandigen aan de dienstdoende bibliotheekmedewerker. Bij het in ontvangst nemen van dit aanvraagformulier dient de lenerskaart (UvT-kaart) of een geldig legitimatiebewijs aan de dienstdoende bibliotheekmedewerker ter controle te worden overhandigd. Vervolgens kunt u plaats nemen in de raadpleegruimte, waarna de aangevraagde werken aan u worden overhandigd.

  4. Voor elk werk dat men wil raadplegen dient een afzonderlijk aanvraagformulier te worden ingevuld.

  5. Bepaalde werken, bijvoorbeeld sommige die in de kluis bewaard worden of werken die in een niet al te beste staat verkeren, kunnen slechts onder bepaalde voorwaarden geraadpleegd worden. De verantwoordelijke functionaris zal zulks van geval tot geval vaststellen.

  6. De gebruiker worden tegelijkertijd maximaal vijf objecten ter beschikking gesteld. Bij vaststelling van beschadigingen van of omissies in de uitgereikte werken, wordt de gebruiker verzocht om deze, liefst meteen na uitgifte, onder de aandacht van de dienstdoende bibliotheekmedewerker te brengen.

  7. De ter hand gestelde werken dienen bijzonder zorgvuldig behandeld te worden, daar ze in de regel eenmalig en onvervangbaar zijn. Men dient daarom vooral van het volgende nota te nemen:
    • Al deze werken mogen slechts op de tafels in de raadpleegruimte worden benut.
    • Men dient uiterst zorgvuldig en met schone handen met de uitgereikte vaak kwetsbare werken om te gaan, ondermeer door deze niet onnodig aan te raken.
    • Men dient tijdens het gebruik steeds de aanwijzingen van de dienstdoende bibliotheekmedewerker op te volgen, bijvoorbeeld omtrent het gebruik van boekondersteunende materialen.
    • Het is volstrekt verboden om enig merkteken dan wel aantekeningen in de te raadplegen werken aan te brengen.
    • In de raadpleegruimte mag alleen met potlood geschreven worden. Voor het maken van persoonlijke notities is daarom het gebruik van vulpennen, viltschrijvers en ballpoints verboden. Indien gewenst, kan een potlood worden verstrekt.
    • Het schrijven op vellen die men op een bladzijde van een werk legt, en het vervaardigen van doordruktekeningen vanaf het origineel is ten strengste verboden.
    • Het met kracht openbuigen van een strakke band en het in het werk leggen van beschreven vellen papier of andere voorwerpen dient achterwege gelaten te worden.
    • De aangetroffen ordening van losse vellen, ook wanneer de volgorde niet juist zou zijn, mag niet veranderd worden. Het wordt wel op prijs gesteld wanneer men dit aan de dienstdoende bibliotheekmedewerker kenbaar maakt.

  8. Bij het verlaten van de werkplek na het afronden van de werkzaamheden moet al het ter inzage ontvangene volledig en onbeschadigd bij de dienstdoende bibliotheekmedewerker worden ingeleverd. Deze medewerker kan de gebruiker ertoe verplichten dat dit in zijn tegenwoordigheid wordt gecontroleerd.

  9. Normaal worden alle ter inzage gegeven werken aan het einde van de werkdag opgeruimd. Wil men ter inzage gevraagde werken op een later tijdstip, bijvoorbeeld de volgende dag, wederom in zien, dan dient dit aan de dienstdoende bibliotheekmedewerker te worden gemeld. De geraad pleegde werken worden dan tijdelijk onder naam in een kluiskast opgeborgen.

  10. Indien men tussentijds de werkplek verlaat, dient men dit aan de dienstdoende bibliotheekmedewerker te melden.

  11. Het maken van fotokopieën is strikt verboden. Voor het aanvragen van fotografische reproducties dient het daarvoor bestemde aanvraagformulier te worden gebruikt.

  12. Voor elke openbaarmaking van het bestudeerde materiaal moet men de toestemming hebben van de bibliothecaris van de Tilburg University. Bij publicatie van het door het onderzoek verkregen materiaal dienen de geraadpleegde werken te worden geciteerd onder vermelding van: 'Bibliotheek Tilburg University, Tilburg' met soms de toevoeging 'Brabant-Collectie'. Voor het inachtnemen van de op de afzonderlijke werken rustende auteursrechten draagt de gebruiker zelf de verantwoording.

  13. De bibliotheek Tilburg University verwacht met het oog op het belang van haar lopende documentatie en de informatie aan verdere gebruikers, het ter beschikking stellen van een exemplaar of overdruk van alle publicaties, die over haar bezit of door het gebruik van haar collectie(s) tot stand zijn gekomen.