Academic Forum

Expand your horizons, take time to reflect

Lars Bregonje (campusdichter 2012)



Hoewel het aantal inzendingen gering was, was de jury eensgezind en helder over haar besluit: Lars Begonje is benoemd tot campusdichter 2012. De jury prees zijn treffend woordgebruik, helder ritme en aansluiting bij de actualiteit. Op het dichtersfeestje, dat gehouden werd op 26 januari 2012 in de aantrekkelijke ambiance van het Sportcafé op de campus van Tilburg University, werd de dichter aan het publiek getoond. Het duo 'Koek & Trommel' had zijn gedicht 'Tilburgania I' op muziek gezet. Verschillende dichters hielden een voordracht, waaronder de stadsdichter van Tilburg Esther Porcelijn. Uiteraard droeg de nieuwe campusdichter ook zijn winnende gedichten voor.

Over Bregonje

Lars Bregonje is student Liberal Arts and Sciences aan Tlburg University. Eerder begon hij aan een bachelor 'creative writing' in Londen. Daar moest hij echter na een jaar noodgedwongen mee stoppen, omdat plotseling de collegegelden verdubbeld werden. Wel heeft hij daar geleerd dat schrijven een vak is, een vak dat met de nodige discipline uitgeoefend moet worden. Na zijn avontuur in Londen toog hij naar Tilburg, om daar een paar maanden later, nog maar 20 jaren jong, uitverkozen te worden tot campusdichter 2012.

Optredens

Bregonje schrijft behalve gedichten ook verhalen en is niet van plan met de verhalen te stoppen nu hij officieel een dichter is. Hij heeft inmiddels een aantal keer opgetreden. Het eerste symposium waarop hij dat deed was getiteld 'Ruim baan voor talent!' en werd georganiseerd door studievereniging Magister JFT | Juribes. Ruim baan voor talent: een beter passende naam is voor het werk van Lars Bregonje nauwelijks denkbaar.

Gedichten van Lars

Ingeblikte stier

Ingeblikte Stier “Prijs dit leven,” sprak Pindaros. De klojo. We vallen niet in slaap. Elke engel speelt domino. Als ik apen verzamelde, zou je ook mij prijzen. Als je mij niet was, was je verloren, vergelijkenderwijze. Wees geen wilde kever maar gevaarlijk. Een mystagoog, geen persiflage. Ik doe mijn ding, ik juweel het achterlijke dilettantentoneel. Deze baksteen is zacht en harig. Ik heb vele namen - Alphonse de Lamartine, Vrij Nederland, Vergilius en Dante, maar voor jou, grijze kwark, ben ik anoniem, draag ik een masker als gezicht, heb ik De Smeth en Hoogendorp als vaste klanten. Doe je ding, dichter van het dovenkwartet, je komt niet in de buurt, je komt niet eens ver. Harry Mulisch scheert zijn tanden, ik speel klarinet. Het is gedaan met je zinvolle volrijmgeweld. Jij houdt van het meisje en het meisje houdt van geld.

International Classroom

a Shakespearean valentine’s poem O, never say that I am false of heart Even if this day seems easily disqualified As a day where love and commerce should depart. As a day that should bear no likeness to the lazy night. For what different am I than the Italian gazing At his stealthily love: “O, ti amo! Ora e per sempre!” Or the Swede shouting “Jag älskar dig!” - raging From inside and silent outwardly. Than to remember What today is, now, tomorrow, here and worldwide. O, never say that I am false of heart, for I am no different Than those that have danced, kissed, loved and tried. Today overthrows all belief, language and pigment. Today is both tongue and mind, Wittgenstein and Descartes. O, never say that I am false of heart.

Tilburgania I

The small city over there is a short cloudburst, a miniature galaxy turned on its side. There are notes inside cash registers, dildos in lonely night closets. A student revising Latin, the original HTML. I know of the après-class drunkenness – that trembling fear of growing up imperfectly. The buzz of different tongues, the music, the swapping of muscle & saliva in student cafés and on the street. International Law, International Business Administration, International Blowjobs. I know of Cognitive Neuroscience (New York, 1998) and that to grow up is to grow up wisely. (I also know that somewhere nearby there‟s a young couple with sleepy eyes of lovemaking – their legs warmly entangled – and to them that moment is more important than all these other things)

Waarover we praten als we over Diederik praten

Daar zit je, flirtend met de camera, je gezicht geschminkt, het trillende been van Martin Bril werkend op je zenuwen. Je gonst je stem door de zaal als een lekkende megafoon – je eigen wereld scheppend, groter, groter, groter. En daar zit je. Je leest de woorden van je vrouw in De Telegraaf - woorden afkomstig van een stem waar je ooit voor bent gevallen zoals een jongen voor een meisje. ‘Hij woont niet meer thuis.’ Diede, je bestaat toch wel? Jij hebt toch ook een ademtocht? Jij hebt toch ook kinderen, bent toch ook een kind? Jij krijgt toch ook stoppels rond vijf uur ’s middags?