Academic Forum

Expand your horizons, take time to reflect

Als het Amerikaans is, is het goed

Dit artikel door Drs. Henri Geerts is gepubliceerd in Trouw

Als het Amerikaans is, is het goed,

geplaatst: 06-06-09

Al jaren is op de universiteit waar ik aan verbonden ben, de economische faculteit het zwaartepunt, zowel in aantallen studenten als medewerkers. Eén ding valt me op: de sterke gerichtheid van economische faculteiten op Harvard Business School. De Universiteit van Tilburg heeft zelfs net als de Amerikaanse opleiding als missie 'To educate leaders who make a difference in the world' .
De economische crisis werpt een bijzonder licht op deze missie. Bijna iedere bank die met veel geraas omviel (Lehmann Brothers) of met zware staatssteun gered moest worden (RBS, topman Fred Goodwin) werd geleid door een 'leider die het verschil maakt' - door Harvard-alumni. Omgekeerd: van alle grote succesvolle zakenlieden in de VS of elders hebben maar weinigen aan Harvard Business School gestudeerd - Bill Gates was er in ieder geval niet...
Deze kwestie ligt breder. De wereld kent de laatste jaren een internationalisering die -laat ik het zo maar noemen- vooral Amerikaans gedefinieerd was. Ook universiteiten moeten zich vragen stellen bij die ontwikkeling. De economische crisis heeft duidelijk gemaakt dat verschillende economische modellen om de voorrang strijden, en dat het niet meer per se het Amerikaanse model is dat wereldwijd de grootste invloed heeft of zal houden.
Internationalisering betekent dus niet langer slaafs het Anglo-Amerikaans model volgen. De hegemonie van dat model is verdwenen.
Ondertussen is de culturele identiteit van de Nederlandse universiteiten verbonden met het proces van internationalisering. De vraag is: overkomt internationalisering en globalisering ons, en hebben we ons er maar zo goed mogelijk bij aan te passen? Of is internationalisering in zichzelf iets nastrevenswaardigs?
Op de universiteiten is het werk zelf internationaal van karakter geworden. Het valt op dat veel wetenschappers zich zeer betrokken voelen bij internationale netwerken, waar hun onderzoek zin en betekenis krijgt. Voor de waardering van hun werk (in punten) zijn ze afhankelijk van publicaties in Engelstalige, internationale tijdschriften. Veel wetenschappers geven de voorkeur aan onderzoek boven onderwijs. Resultaat is dat hun loyaliteit internationaal gericht is. Terwijl de universiteit geografisch nog steeds in Nederland staat.
Daar wringt iets. Internationalisering zorgt in de praktijk feitelijk voor een vermindering van de loyaliteit aan de eigen omgeving. De lokale universiteit schept slechts de voorwaarden voor internationale wetenschappelijke inzet en is zelf te weinig een levendige academische gemeenschap.
Dit is niet alleen een gevaar voor de universitaire gemeenschap, ook de eigen cultuur komt in het gedrang. Ik maak me zorgen over die eenzijdige gerichtheid op internationale publicaties. Dat terwijl andere belangwekkende zaken -zoals de inbreng in eigen universiteit, belangstelling voor onderwijs voor eigen studenten, of inbreng in het Nederlandse publieke debat- nauwelijks gewaardeerd worden.
Wat het onderwijs aan de eigen studenten betreft, missen de Nederlandse universiteiten een visie op empowerment in een internationale context. De universiteiten willen studenten vaardigheden en kennis bijbrengen en een academische vorming geven, en ze erop voorbereiden om in hun verdere levensloop en - indien mogelijk - binnen verantwoordelijke maatschappelijke posities de goede dingen goed te doen.
Wat mij dikwijls opvalt in internationale uitwisselingen of uitwisselingsprogramma's is dat bijna geen van de studenten die er aan mee doet, nog verwondering voelt bij de ontmoeting met een andere cultuur. Het afgelopen jaar heb ik individuele en groepen studenten geïnterviewd over de ontmoeting met 'het vreemde', lees 'niet-Nederlandse waarden' tijdens buitenlandse reizen. Ze bleken binnen de academische setting hier nog nooit vragen over te hebben gehad. Verbijsterend.
Mede door de fixatie op universiteiten in de VS, die als grote voorbeelden worden gezien, is de aandacht voor andere talen dan Engels zeer gering. Waarbij veel studenten trouwens al genoeg problemen kennen met het Nederlands.
Echt zorgelijk is de geringe beheersing van andere Europese talen. Studenten spreken of lezen nauwelijks nog Duits of Frans. Dat is opvallend, want Duitsland is verreweg de grootste handelspartner van Nederland. Ik ken in Tilburg meer studenten die voornemens zijn te gaan studeren in Kazachstan dan in Düsseldorf.
Er komen meer en meer Engelstalige opleidingen, maar het het peil is niet optimaal is omdat de meeste docenten geen native speaker zijn en deze opleidingen alleen daarom al aan kwaliteit verliezen. Zelfs docenten die relatief hoog scoren op de assessments van het Talencentrum zijn nu eenmaal niet gegarandeerd in staat om op een academisch niveau voldoende nuanceringen aan te brengen in hun taalgebruik. Uiteraard lijkt dit er in sommige vakken meer toe te doen dan in andere, maar over deze aangetoonde daling in niveau en academische diepgang hoor je voorstanders van Engelstaligheid maar zeer zelden.
Geven we met onze eigen taal ook onze eigen cultuur op? Als het ook maar een beetje waar is dat taal de infrastructuur van een cultuur is, dan leiden de universiteiten in Nederland meer en meer een culturele elite op die slecht in talen is. Academisch denken vereist het maken van diepgaande analyses van verschillende standpunten. Zelf adequaat te kunnen formuleren vereist een grote woordenschat en een soepele en elegante omgang met de taal.
Veel studenten blijken dat tijdens hun studie al niet te kunnen ontwikkelen in het Nederlands - om het over het Engels maar niet te hebben.
Alle nadruk ligt op de universiteiten op een beperkte visie op internationalisering, Engelstalige internationalisering, om precies te zijn. Zo krijg je studenten die met de rug naar de belangrijkste culturele, politieke en handelspartners staan.
Drs. Henri Geerts, Academic Forum