Academic Forum

Expand your horizons, take time to reflect

Artificial

ARTIFICIAL TRADITION
WHEN THE STORY IS TOLD...

Harald van Veghel 8/1/2003

Drei verwandlungen nenne ich euch des Geistes: wie der Geist zum Kamele wird, und zum Löwen das Kamel, und zum Kinde zuletzt der Löwe.
Traditie en levensbeschouwing, vernieuwing en wetenschap
"De Universiteit van Tilburg is een inspirerende universiteit: zij biedt een omgeving waar studenten, medewerkers en alumni worden uitgedaagd en geïnspireerd. Zij is authentiek, heeft de academische vrijheid hoog in het vaandel en streeft voortdurend naar vernieuwing. De UvT wil door haar uitmuntende academisch onderwijs en onderzoek op het gebied van mens- en maatschappijwetenschappen zowel nationaal als internationaal bijdragen aan de kwaliteit van de samenleving. Dit doet zij door mensen op te leiden voor verantwoordelijke posities in de samenleving en door bij te dragen aan maatschappelijk duurzame oplossingen. De UvT weet zich daarbij geïnspireerd door een rijke traditie, die ruimte biedt voor reflectie en die aandacht stimuleert voor levensbeschouwing in relatie tot wetenschap."

Aldus het mission-statement van de Universiteit van Tilburg. Vernieuwend, en geïnspireerd vanuit een rijke traditie die aandacht voor de verhouding van levensbeschouwing tot de wetenschap stimuleert. Daarmee geeft zij niet alleen een missie, maar ook een spanning aan. In de verhouding tussen wetenschap en levensbeschouwing komt in het normale discours vooral aan de levensbeschouwing de zorg voor de inspiratie vanuit een traditie toe. Waar het gaat om het thema van de lustrumconferentie, 'sustainable ties in an information society', staat de levensbeschouwing normaal gesproken vooral voor de 'ties', voor de banden die ons aan een oorsprong, een bron, een geschiedenis en een gemeenschap binden, of we die banden nu als beklemmend ervaren of niet.
Maar dat laatste is natuurlijk wel doorslaggevend. Dat in de information society de meeste verbanden los en inwisselbaar geworden zijn, en in die zin juist weinig 'sustainability' bezitten, mag ons niet verbazen. De information society is niet maar toevallig de uitkomst van een moderne ontwikkeling, waarin het streven naar vernieuwing (ontdekkingen, een nieuwe wereld, nieuwe kennis, nieuwe producten, innovatie) als een van de grondtendenzen kan worden aangewezen. Bij die vernieuwing hoort ook bevrijding, emancipatie, namelijk van de oude banden, tradities, autoriteiten. En de wetenschap is in die emancipatoire beweging van de moderne tijd het machtigste wapen: zich van zijn eigen verstand te bedienen, zich niet afhankelijk te maken van de leiding van een ander: d.w.z. de moed hebben om te weten, is naar Immanuel Kant de kern van de Verlichting [1] . Daarmee komt dus vooral aan de wetenschap de kracht van de vernieuwing toe. Aldus schijnt voor de spanning tussen traditie en vernieuwing tussen wetenschap en levensbeschouwing een eenvoudige taakverdeling te bestaan, waarbij aan de wetenschap de vernieuwing en aan de levensbeschouwing de traditie toekomt.
De universitaire missie zal dus innovatieve strategieën nodig hebben, wil het niet de twee componenten die het samen wenst te brengen, moeten verdelen over de traditionele gescheiden compartimenten waarin zij zich al jaren ophouden. Als bijdrage daaraan zal het Centrum voor Wetenschap en Levensbeschouwing een omweg kiezen om uit de impasse te geraken. In het gesprek tussen wetenschap en levensbeschouwing betrekken wij een derde partner, namelijk de kunst. Juist in de kunst wordt zichtbaar hoe de vrijheid, die de mens nergens zozeer kent als in zijn vermogen om te scheppen, in zijn creativiteit, altijd al aangewezen blijft op... Nergens heeft de mens zo radicaal geprobeerd te breken met alle traditie, en nergens heeft hij zozeer zijn binding aan de geschiedenis bewaard - al was het maar door haar gestalte te geven. In de kunst wordt de bandbreedte van de spanning tussen traditie en vernieuwing verkend. Wij willen in onze workshop die bandbreedte presenteren onder drie gedaantes, die wij naar Nietzsche benoemen als de kameel, de leeuw en het spelende kind [2] .
1. De kameel
Vieles Schwere gibt es dem Geiste, dem starken, tragsamen Geiste, dem Ehrfurcht innewohnt: nach dem Schweren und Schwersten verlangt seine Stärke. Was ist schwer? so fragt der tragsame Geist, so kniet er nieder, dem Kamele gleich, und will gut beladen sein. [...] All dieses Schwerste nimmt der tragsame Geist auf sich: dem Kamele gleich, das beladen in die Wüste eilt, also eilt er in seine Wüste.

Nietzsche wil de ontwikkeling van de geest tonen in transformaties. Hij begint bij een verdraagzame geest. In de geschiedenis van de westerse cultuur zouden we hierbij aan de voor-moderne tijd kunnen denken. De geest die eerbied en schroom kent, vraagt: wat heeft gewicht? Want wat gewicht heeft, heeft draagkracht. Wat ik op mij neem, dat zal ook mij verheffen, me boven mezelf uitdragen. Taken zoekt de mens die eerbied kent en een goede zaak om te dienen. En de hoogste taak heeft de mens in zijn dienst aan het Eeuwige, de liturgie. Antoine Bodar schrijft:
"De liturgie is de vormgeving in de tijd die gestalte geeft aan de eeuwigheid, de uiterlijke voorstelling (in woorden, handelingen, voorwerpen) die uiting is van de innerlijke aanschouwing, van de spiegeling van God in de mensen en van de mensen in God." [3]

De liturgie is symbolisch, dat wil zeggen, de inhoud die zij wil bemiddelen is niet aan haar uitwendig maar wordt in de liturgie tegenwoordig gesteld, zij is een vorm van communicatie. En zij is dienstbaar - als een helende, heiligende handeling: zij verbindt hemel en aarde, sticht eenheid. In die karakteristieken van haar vormgeving kan de liturgie beschouwd worden als kunstwerk, als drama: de liturgie is een spel. Daarmee is niet gezegd dat we het met de liturgie niet ernstig hoeven te nemen. Eerder geldt omgekeerd ook voor het spel dat het met ernst - soms zelfs met een heilige ernst gespeeld moet worden. De liturgie vraag om verzorging, nauwlettendheid, kiesheid [4] . Ook al kan de liturgie begrepen worden als kunst, dan staat zij, in het begrip dat Bodar hiervan heeft in ieder geval, de gedachte van de autonome, vrij scheppende kunstenaar in de weg. De menselijke kunstenaar is hier op de eerste plaats dienend - de inhoud is hem voorgegeven. Dit alles staat niet in de weg maar bevestigt juist, dat het spel, ook het liturgische spel, in de tijd voltrokken moet worden. Houden aan de traditie, hier genomen in de betekenis die Bodar daaraan geeft, namelijk de nauwlettendheid, verzorging en kiesheid die zij vereist, betekent nooit alleen maar een star zich houden aan wat was, maar altijd een actualisering, het opnieuw present stellen, onderhoud en verzorging. De dienst aan wat er altijd al was, zelfs of juist wat er van eeuwigheid af al was, vereist evenzeer een handeling, een activiteit, als de revolte tegen al het voorgegevene, en vooronderstelt evenzeer de vrijheid van het menselijke subject. Traditie en vernieuwing kunnen in die zin nooit eenvoudigweg tegen elkaar uitgespeeld worden [5] .
2. De leeuw
"Aber in der einsamsten Wüste geschieht die zweite Verwandlung: zum Löwen wird hier der Geist, Freiheit will er sich erbeuten und Herr sein in seiner eignen Wüste. Seinen letzten Herrn sucht er hier: Feind will er ihn werden und seinem letzten Gotte, um Sieg will er mit dem grossen Drachen ringen."

De transformatie van de verdraagzame naar de revolterende geest zou in de tijd geplaatst kunnen worden bij de aanvang van de moderne tijd. Met die revolte verlaten we ook het perspectief van de boventijdelijkheid en van de kunst die daarvan de weerspiegeling wil zijn. In plaats daarvan komt de tijdelijkheid te staan, die zich evenzeer in de kunst weerspiegeld ziet: de maatschappelijke actualiteit [6] . Dat betekent echter nog niet dat de kunst zich daarmee ook meteen van haar eigen historiciteit bewust moet zijn. Juist in de kunst heeft zich de karakteristieke traditievijandigheid van de moderne tijd geopenbaard, die van geen herkomst wil weten. De kunst bleek zelfs in de voorhoede te strijden van een moderne oorlog tegen de verstoffing en verstarring van het verleden:
"Er wordt vaak beweerd dat de pogingen van de avant-gardebewegingen uit de eerste helft van de vorige eeuw het leven en de kunst te integreren op een mislukking zijn uitgelopen (...). Hoewel er wel iets voor deze stelling te zeggen valt, is zij wat het futurisme betreft volstrekt onhoudbaar. De profetieën van de futuristen zijn gerealiseerd op een schaal die zelfs hun wildste fantasieën heeft overtroffen. Zij kregen, in een bijna letale overmaat, de door hen in navolging van Nietzsche gevraagde 'hygiënische oorlogen' ter 'reiniging' van de verstofte en verstarde westerse cultuur." [7]

In deze tekst worden in metaforen de werelden van kunst en politiek bij elkaar gebracht. Zou het niet om kunnen gaan met die 'elementen' die niet in een 'zuiver' concept van volk of natie begrepen kunnen worden, zouden de zuiveringen onder Hitler, Stalin en Pol Pot, verbonden kunnen worden met bepaalde ontwikkelingen van de westerse kunst, zoals de avant-gardes die nastreefden? Kan het 'nee-zeggen' tegen taboe, conventie, band en dwang, zoals het in de kunst leidde tot het niets van de pure stilte, het einde van de schilderkunst, van de muziek, van de geschiedenis, ook verbonden worden met 'het niets' van de paranoïde vernietigingsdrift van dictators? Laat de moderniteit zich in haar extreme ontwikkelingen zien als een ziekte waarvan we genezing zoeken? En gaat de kunst ook daarin weer voorop? Leo Samama:
"Terug naar hoorbare eenvoud, terug naar muziek als ritueel, als medium om de geesten te bezweren, of voor de moderne mens in de geïndustrialiseerde maatschappij, om zijn geest te bezweren, tot rust te brengen." [8]

Hier zijn we weer bij de heling die Bodar van de liturgische kunst verwacht: heling als heiliging, als heel maken, één maken, als eenvoudig spel, als kinderspel wellicht?
3. Het spelende kind.
"Aber sagt, meine Brüder, was vermag noch das Kind, das auch der Löwe nicht vermochte? Was muss der raubende Löwe auch noch zum Kinde werden? Unschuld ist das Kind und vergessen, ein Neubeginnen, ein Spiel, ein aus sich rollendes Rad, eine erste Bewegung, ein heiliges Ja-sagen."

Artificial tradition: in het artificiële kan het maken en de maakbaarheid gelezen worden, de vrijheid van de productie, waarmee deze titel aansluit op het moderne programma. In die betekenis is met het begrip van een artificiële traditie een innerlijke tegenstrijdigheid uitgedrukt. In een traditie sta je, die ontwerp je niet. Het is wat je overgeleverd krijgt, niet waar je voor kiest. Traditie duidt op historiciteit. Tegelijk echter hebben we gezien dat een traditie er niet is zonder toe-eigening en actualisering. Zo bezien kan de notie van traditie niet zonder meer geopponeerd worden aan een 'nieuw beginnen'. Traditie is er nooit zonder meer: zij moet steeds weer in het spel gebracht worden, op het spel gezet worden, gebroken worden om aan het woord te komen [9] . 'Überliefern ist ein Befreien, nämlich in die Freiheit des Gespräches mit dem Gewesenen' zegt Heidegger in dit verband.
In het artificiële van de titel 'artificial tradition' zit ook deze speelse kant, met het risico van de verglijdende schaal tussen kunst en gekunsteldheid, verschijnen en slechts schijnen. Het is maar de vraag of het onderscheid tussen dergelijke termen betekenisvol zal blijven. Onze tijd schijnt op die manier ook voorbij geraakt te zijn aan de oppositie tussen traditie enerzijds als het eeuwig en statisch vooraf gegevene, en anderzijds de moderne vernieuwingsdrift, die kan gaan tot op de uitzuivering van al het oude toe. Deze oude onderscheidingen schijnen niet meer te werken. De vraag welke rol de nieuwe digitale technieken spelen bij het flexibel en vervloeiend maken van vormen, in hoeverre zij deze ontwikkeling helpen gestalte te geven dan wel zelf aan de basis van deze ontwikkeling liggen, lijkt onbeantwoordbaar te zijn. Maar zeker is dat er in de eenvoudige tegenstelling tussen traditie en vernieuwing, zoals we die aan het begin van dit artikel schilderden, waarbij de traditie aan de levensbeschouwing, de vernieuwing aan de wetenschap toe zou komen, een omslag heeft plaatsgevonden. Juist de moderne technologieën - als product van de moderne wetenschappelijkheid - maken het mogelijk dat de traditie weer vrij in het spel kan komen: het verleden is een reservoir van mogelijkheden geworden, dat hanteerbaar is. De banden knellen niet meer. Ook de geschiedenis is, zoals de natuur al eerder, als materiaal onderworpen aan de vrijheid van ons ontwerp.
Waar ruimte noch tijd hun vertrouwde oriëntatiepunten afgeven moeten we opnieuw verkenners vooruitsturen om wegen te banen. En weer lopen de kunstenaars in de voorhoede. Roemer van Toorn spreekt in dit verband van een fascinerend avontuur, maar waarschuwt ook voor een gevaar. Er opent zich een wereld van louter mogelijkheden, louter speelsheid, waaronder tegelijk een behoud schuilgaat, namelijk het behoud van de 'gelukzalige middelmaat van de aardse goederen' [10] . De postmoderne verzoening van traditie en vernieuwing dreigt aldus beide elementen op hetzelfde altaar van de vergetelheid te offeren: de traditie wordt gewichtloos materiaal, de vernieuwing wordt zonder motief tot een voos spel met mogelijkheden waarin uiteindelijk alles bij het oude blijft. Het spel heeft zijn inzet en daarmee zijn ernst verloren. Of dat een doemscenario is of een schildering van de beste van alle werelden, is een open kwestie. Maar ook die vraag blijft zinledig wanneer we geen antwoord kunnen geven op de vraag wàt het is dat bewaard moet blijven, wat per se niet vermorst mag worden, en of - om nog één keer met Nietzsche te spreken - het vernieuwingsstreven een ster heeft waarop het zijn verlangen kan richten.

[1] Zie Beantwortung der Frage: was ist Aufklärung, in Immanuel Kant, Werke, Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt 1998, 53-61 (A 481 - A 494).
[2] "Von den drei Verwandlungen', in Also sprach Zarathustra, Nietzsche, Werke (Karl Schlechta ed.), Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt 1997, 293/94.
[3] A. Bodar, 'Het geheim van de liturgie', in Communio 20, nr. 2, 1995, 87.
[4] Bodar 1995, 92.
[5] Vgl. Hans Georg Gadamer, Wahrheit und Methode, Grundzüge einer philosophischen Hermeneutik, Mohr, Tübingen 1990, 286: In Wahrheit ist in Tradition stets ein Moment der Freiheit und der Geschichte selber. Auch die echteste, gediegenste Tradition vollzieht sich nicht naturhaft dank der Beharrungskraft dessen, was einmal da ist, sondern bedarf der Bejahung, der Ergreifung und der Pflege.
[6] Vgl. Stephan van Erp, 'Fides quaerens imaginem', Tijdschrift voor Theologie *?*: "Tegenwoordig wordt de mogelijkheid van de representatieve functie van kunst en schoonheid bevraagd. Zij worden niet als vanzelfsprekend meer beschouwd als representaties van het goddelijke of heilige. Van de kunsten wordt verwacht dat zij onrecht, eindigheid, ja zelfs lelijkheid verbeelden om zo de menselijke blik weer te richten op wat heiligheid en schoonheid zijn."
[7] Jos de Mul, Cyberspace Odyssee, Klement, Kampen, 40/41
[8] In: Leo Samama, 'Muziek, wetenschap en maatschappij' ( http://home01.wxs.nl/~samama/Teksten/
Muziekwetenschapenmaatschappij.htm
)
[9] Vgl. voor deze problematiek ook Harald van Veghel en Willem Marie Speelman, 'Over de betekenis van de eucharistie', in Jaarboek voor liturgie-onderzoek 15 , 1999, 213-234.
[10] Roemer van Toorn, 'Fris conservatisme - landschappen van de normaliteit', http://www.vpro.nl/data/laat/materiaal2/fc2.shtml