Academic Forum

Expand your horizons, take time to reflect

Het einde van Harry Potter - Back to reality in de economie

Dit artikel door Dr. Annemarie Hinten-Nooijen is gepubliceerd in Asset Magazine.

Het einde van Harry Potter - back to reality in de economie

geplaatst: 30-11-09

In de jaren tachtig van de vorige eeuw predikte corporate raider Gordon Gekko (Michael Douglas) in de film 'Wall Street' nog de visie 'Greed is good. Greed is right'. Hoe tijden veranderen. Onlangs ging in Amerika de nieuwste documentaire van Michael Moore in première, getiteld 'Capitalism, a love story'. Met deze film wil Moore het kapitalisme uitroeien, want het maakt hebzucht legaal en is de oorzaak van de kredietcrisis. Met een vrachtwagen en jutten zakken gaat Moore op Wall Street het geld van de mensen halen, tevergeefs. Behalve in films is ook op universiteiten een koerswijziging zichtbaar. De maatschappij vraagt andere economen en andere managers. De Tilburgse economen spelen daar direct op in met een congres over duurzame globalisering, een bijeenkomst over waarden in de economie en een interfacultair symposium over hebzucht. Een financiële wereld waarin door toverachtige praktijken de grenzen van de werkelijkheid worden overschreden heeft zijn bestaansrecht verloren. De oproep luidt nu back to reality. Het einde van het Harry Potter-tijdperk is in zicht. Maar verandering gaat niet vanzelf. Waar liggen kansen voor economen?

Deugden in de bouw
Voorbeelden van hoe het anders kan zijn soms verrassend. In Vught vond onlangs in aanwezigheid van de nieuwe commissaris van de koningin in Brabant, Wim van der Donk, bij gelegenheid van het negentig jarig bestaan van bouwbedrijf Hurks van der Linden uit St. Michielsgestel een presentatie plaats van een bijzonder boek: zeven interviews waarin de zeven afzonderlijke deugden tegen het licht worden gehouden vanuit beschouwingen over de bouwnijverheid in Nederland. Een spannende combi. Treffend zijn de woorden van Theo Hurks, voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Hurks Groep, over het ontbreken van realiteitszin in de bouwwereld, maar wat door kritische zelfreflectie des te sterker tot nieuwe inzichten leidt voor een betere samenleving: 'We waren geld aan het verbrassen dat niet bestond, hebben dingen gemaakt waar niemand op zat te wachten. Maar de beloning zou wel eens heel groot kunnen zijn; het inzicht namelijk dat er iets moet veranderen om een wereld te creëren die beter bij ons past dan die van gisteren. [...] Gelukkig corrigeert alles zich altijd. Je komt tot het inzicht dat het niet zozeer gaat om dingen die verkeerd gaan, maar of de correctie deugdelijk is'. Het boek, getiteld 'Op houw en trouw aan toekomst en verleden' is een concreet voorbeeld van reflectie en van het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Van der Donk benadrukte in zijn bijdrage tijdens de bijeenkomst dat iedere organisatie verantwoordelijkheid naar de samenleving moet afleggen. In die zin is er geen verschil tussen de profit en de non-profit sector. Een onderneming moet zich ervan bewust zijn dat ze altijd, gewild of ongewild, actief is in het publieke domein, en dus een plaats heeft in het maatschappelijk gebeuren. Daarbij is de gemeenschap belangrijk, producten van een bedrijf zijn te beschouwen als 'relational goods'. En dus moet je er als onderneming over nagedacht hebben, aldus van der Donk, voor wie je er in het bijzonder wilt zijn.

Prijzen als uitdrukking van relatie
Het miskennen van het belang van sociale relaties lijkt mede de oorzaak van het ontstaan van de economische crisis. De Tilburgse econoom Erik Borgman sprak onlangs tijdens het symposium 'waarden in de economie', dat aan de Opening van het academisch jaar in Tilburg voorafging, over economie als sociale praktijk bij uitstek. Hij stelde dat de crisis niet vooral veroorzaakt is door hebzucht, maar doordat men niet langer besefte dat de economie een sociale praktijk is, waarin prijzen uitdrukkingen zijn van een relatie. 'Economie is dus niet een vorm van abstracte rationaliteit, maar een gestalte van relationaliteit', aldus Borgman. Ook Herman Wijf¬fels pleitte er in dat kader voor dat het relationele aspect ook binnen de economische wetenschap langzaamaan meer aandacht moet krijgen. De Utrechtse econoom Piet Keizer bekritiseerde al eerder dat economi-sche modellen relaties tussen mensen als louter economische relaties beschouwen en morele overwegingen nauwelijks een rol laten spelen (Me Judice, oktober 2008). De werkelijkheid heeft inmiddels laten zien dat deze abstractie niet vol te houden is en faalt. Managers, bankiers, bestuur¬ders van beleggingsfondsen, allemaal opereren ze ook als sociale wezens. Het is tijd voor een meer realistische economie.

Voorbij Harry Potter, back to reality
Kees Koedijk, decaan van de Tilburgse economische faculteit, gaat in de lijn van Keizer verder. Hij pleit voor een herstel van het contact met de realiteit, de praktijk en de samenleving: 'Economen hebben het in de aan¬loop naar de kredietcrisis niet goed gedaan. Ze hebben het contact met de realiteit verloren, de mens in de economie verwaarloosd en te lang gedacht dat economie een exacte wetenschap was in plaats van een sociale wetenschap.' (Me Judice, juni 2009). Daartoe is behoefte aan meer interdisciplinariteit, historisch besef en ethische aspecten in de vorming van economen. Terug naar de realiteit en naar normale verhoudingen. De wereld van de markteconomie was geworden tot een magische wereld, zonder werkelijkheidsgrenzen. Harry Potter was de held, zijn optreden overtuigde een hele generatie om de tovenaar in zichzelf te ontdekken. En toveren wil zeggen, de grenzen opzoeken van het magische, de verhouding van oorzaak en werking verduisteren. Economisch gezegd betekent dit dat de beloning in geen verhouding meer staat tot de prestatie. Men had de keus: Veertig uur hard werken voor een normaal salaris, of boven de werkelijkheid uitstijgen en door een paar uur magisch werk in de financiële wereld tot de zeer rijken behoren. Toverachtige constructies op financieel gebied lijken voorbij. Men heeft behoefte aan investeringen in blijvende waarden zoals meubels die het steeds abstracter geworden geld weer tastbaar en ervaarbaar maken, of in fondsen van regionale firma's met doelen van ecologische of sociale aard. Morele kwaliteit is geboden.

KPMG-rapport
Niet alleen economen hebben behoeften aan meer realisme en ethisch besef. Vanuit het bedrijfsleven komt eenzelfde roep om herstel van het belang van realiteitszin, sociale relaties en morele aspecten. Uit recent onderzoek van KPMG onder diverse bedrijven blijkt dat een derde van hen ontevreden is over de ethische en morele vorming van afgestudeerden en starters. De jonge generatie bestuurders zou te zeer gedreven worden door een snelle carrière, inkomen en status. 40% van de bedrijven vindt jonge managers minder strikt als het gaat om ethische vraagstukken dan oudere managers. Met name het feit dat deze groep egoïstisch is, graaigedrag vertoont en te theoretisch is ingesteld zorgt voor ontevredenheid bij de bedrijven.
Ruim 40% van de onderzochte bedrijven geeft aan de afgelopen twee jaar afscheid te hebben genomen van high potentials als gevolg van gebrek aan de juiste waarden en normen. 'Er bestaat een duidelijk verschil tussen de mate waarin afgestudeerden oog hebben voor de gewenste ethiek en de moraal die nodig is in het bedrijfsleven en de ervaringen van de bedrijven zelf', meldt Philip Wallage van KPMG. Het onderwijs heeft een belangrijke rol in deze ethische vorming van de studenten, zo vindt 90% van de ondervraagde bedrijven.

Duurzame vorming
Met het onderzoek van KPMG en de kritische zelfreflectie van de Tilburgse economen is het moment aangebroken om in het economieonderwijs andere aspecten dan louter theorieën en modellen meer centraal te stellen. Ook de rector van de UvT, prof. Philip Eijlander, wees er in zijn rede tijdens de Opening van het academisch jaar op, dat het op de Tilburgse universiteit gaat om het vormen van 'minds' in plaats van carrières: 'We leiden in feite niet direct op voor de arbeidsmarkt', maar het gaat er vooral om te werken aan een brede academische opleiding en vorming van de studenten, bijvoorbeeld door in alle opleidingen het vak filosofie verplicht te stellen en daar een cursus Europese cultuur en geschiedenis aan toe te voegen, en telkens te zoeken naar de verbinding met de samenleving, aldus Eijlander. Het onderscheidt deze universiteit in positieve zin van andere universiteiten en past in het kader van het motto van de UvT, Understanding Society. Ook is het een antwoord op een trend om vooral een studie te kiezen vanuit de motivatie dat deze moet opleiden tot een beroep met een zekere status en een daarmee verbonden uitzicht op een goed salaris. Onderzoek naar populaire en minder populaire studierichtingen in het hoger onderwijs toont aan dat 'sociaal bezig zijn' niet in is (de Volkskrant, 6 oktober 2009). Misschien is dit wel het moment voor de universiteit om nog een stap verder te gaan, bijvoorbeeld met een geïntegreerd vak over integriteit en leiderschap binnen de economiecolleges met gastoptredens van jonge en ervaren mensen uit het bedrijfsleven. Of een college met een inspirerende en geslaagde 'financial' om de vraag 'Wat is mijn bijdrage aan welk gemeenschappelijk belang?' te verdiepen.

Eed en eerzucht
Gevestigde en aankomende 'financials' en managers zien de urgentie van een stap naar eervol werken en edelmoedigheid scherper dan ooit. 'Andere economen gezocht', luidde onlangs het pleidooi van Kees Koedijk. Steeds meer ziet men het als een teken van beschaving dat men handelt in het besef dat men een groter belang dient, bij wil dragen aan een groter geheel, aan het leven van de generaties na ons. Een groep van aanvankelijk 33 tweedejaars MBA-studenten op Harvard begonnen met het formuleren van een eed, een set van gedeelde waarden, wat in korte tijd door honderden studenten werd opgevolgd, ook buiten Amerika. De studenten zeggen niet dat hebzucht niet goed is, maar ze willen vooral het grotere belang dienen en handelen vanuit de hoogst mogelijke inte-griteit. Met de eed willen ze toekomstige MBA-graduates stimuleren om op een verantwoordelijke en ethische wijze waarde te creëren. Het zou zomaar eens aanstekelijk kunnen werken:

I promise:

  • I will act with utmost integrity and pursue my work in an ethical man¬ner.
  • I will safeguard the interests of my shareholders, co-workers, customers and the society in which we operate.
  • I will manage my enterprise in good faith, guarding against decisions and behavior that advance my own narrow ambitions but harm the enterprise and the societies it serves.
  • I will understand and uphold, both in letter and in spirit, the laws and contracts governing my own conduct and that of my enterprise.
  • I will take responsibility for my actions, and I will represent the perfor¬mance and risks of my enterprise accurately and honestly.
  • I will develop both myself and other managers under my supervision so that the profession continues to grow and contribute to the well-being of society.
  • I will strive to create sustainable economic, social, and environmental prosperity worldwide.
  • I will be accountable to my peers and they will be accountable to me for living by this oath.

Hebzucht-gen
De keuze is: hebzucht of rechtvaardigheid. Hoe gewaagd speelde het afgelopen interfacultair symposium van Asset en Extra Muros in op de actualiteit: 'Greed. Can we ever be satisfied?'. Hebzucht zit in iedereen en is van alle tijden. Onderzoekers van het Life & Brain Center van de universiteit Bonn hebben zelfs vastgesteld dat er een waar hebzucht-gen bestaat. 'Begeerte naar macht ook genetisch bepaald', kopte de Berliner Zeitung van 17 juni jongstleden. Hebzucht in het financiële gedrag blijkt genetisch bepaald.
De Duitse onderzoekers stellen onder andere dat het beloningssysteem bij economische beslissingen het menselijk gedrag domineert. En dat de mens op kortetermijnwinsten of op het uitzicht op geld net als op cocaïne reageert. Zijn topbestuurders als genetisch gestuurde financiële junkies daarmee van iedere verantwoordelijkheid voor hun daden ontlast? En hoe zit het met verslaving aan bezittoe-eigening? Neuro-economische onderzoeken kunnen een waardevolle aanvulling zijn op het economisch totaalplaatje. Maar worden complexe maatschappelijke samenhangen niet te zeer tot een moleculairbiologisch microniveau teruggebracht? Of is de verklaring van de hebzucht louter een bliksemafleider? Een middel om de behoefte van de mens om symptomen een naam te geven te vervullen? Of ligt het probleem niet in de hebzucht zelf, maar in het feit dat de hebzucht van het individu en haar private domein nu toegang heeft gekregen tot het publieke domein, zoals de Groningse hoogleraar geschiedenis Frank Ankersmit onlangs beweerde.

Niets nieuws onder de zon
Het afgelopen interdisciplinair symposium over 'Greed' bood een mooie aanleiding voor economiestudenten een kijkje te nemen in wat de litera¬tuur over hebzucht te zeggen heeft. Wat zien we daar? Hebzuchtigen en gierigaards moeten falen. Kijken we ver terug dan komen we uit bij de Griekse mythologie, bij koning Midas, één van de eersten uit de literatuurgeschiedenis die nooit genoeg had. Hij verlangde van Dionysos, de god van de wijn, dat alles wat hij aan zou raken in goud zou veranderen. Zo was hij bijna verhongerd. Dichterbij vinden we de 19e-eeuwse Franse schrijver Emile Zola die een roman schreef met de titel 'Het geld'. Het boek is het verhaal van de speculant Saccard, die op doortastende wijze graait, liegt en bedriegt, en natuurlijk keihard tegen de grond gaat. Gelouterd wordt hij daardoor geenszins. De verklaring van Zola luidt dan kernachtig: 'Dat zit 'm in z'n bloed'. Dat was in 1891. Bijna anderhalve eeuw later zou het dus niet in het bloed maar in de genen zitten. De eigenlijke oorsprong van de hebzucht blijft nog altijd raadselachtig.
Wie nog gelooft dat onbeperkte hebzucht een uitvinding is van ons postmoderne kapitalisme, dus iets helemaal nieuws, die zou de literatuur kunnen leren dat het heel anders ligt. De kunst en de literatuur van de afgelopen eeuwen heeft ons al tastbaar gemaakt wat we nu daadwerkelijk ervaren. Vraagt dat niet om een mooi geïntegreerd plaatsje van deze disciplines in het huidige economieonderwijs?

Bronnen:
Michel van der Linden, Bets Klarenbeek, Ben Veld (red.): Op houw en trouw aan toekomst en verleden. Uitgegeven door Hurks van der linden Sint-Michielsgestel bij gelegenheid van het 90-jarig bestaan.
Piet Keizer, 2008, 'Economen over de kredietcrisis', Me Judice, jaargang 1, 6 oktober 2008
Harry van Dalen en Kees Koedijk, 2009, 'De leunstoeleconoom gaat aan verbeelding ten onder', Me Judice,jaargang 2, 13 juni 2009.
Philip Eijlander: 'Uitdagingen in het academisch onderwijs. Over de verbinding tussen academisch onderwijs, onderzoek en de maatschappij'. Rede bij de opening van het academisch jaar op 3 september 2009.
KPMG-rapport. Achtergrondinformatie onderzoek ethische vorming studenten, september 2009
www.mbaoath.org
Reformatorisch Dagblad (8 juli 2009)
Berliner Zeitung (17 juni 2009)
De Volkskrant (2009)

Dr. Annemarie Hinten-Nooijen, Academic Forum