Academic Forum

Expand your horizons, take time to reflect

De organisatie van de hebzucht

geplaatst: 31-07-2009

De organisatie van de hebzucht

Hebzucht is van alle tijden, en huist in iedereen. In het bedrijfsleven, op de beursvloer en in de bankenwereld maakte ze zich de afgelopen jaren zichtbaar van velen meester. Vooral de mensen in de top waren getriggerd door de uitdaging om de grenzen van het financiële speelveld op te zoeken. Why do mountaineers climb mountains? Ze zijn er, mountaineers, het zit in de menselijke natuur om grenzen op te zoeken. Zo ook is het voor speculanten en investment bankers een kick om tot het randje van financiële risico's te gaan en daarmee weg te komen. Het is zaak de hebzucht goed te organiseren. Maar hoe?

Dat hebzucht en egoïsme goed zijn voor het draaien van de economie is niets nieuws. De Rotterdamse essayist Bernard Mandeville verkondigde het al aan het begin van de 18e eeuw in zijn Fable of the Bees . Ook de founding father van de economische wetenschap, de Schotse filosoof en theoloog Adam Smith, benadrukte in The Wealth of Nations dat de economie het best functioneerde wanneer het nastreven van eigenbelang boven dat van de marktwerking stond.

Maar, vergeten wordt vaak dat diezelfde Mandeville en Smith duidelijke kaders aan hebzucht gaven, anders zou het fout gaan. Mandeville voegt aan zijn uitspraken toe, dat 'So vice is beneficial found, When it' is by Justice lopt, and bound', en hij benadrukt de 'Curb of the Government'. Adam Smith stelt in zijn Theory of Moral Sentiments dat markten en kapitaal goed werk verrichten, maar dat ze steun vereisen van waarden anders dan winststreven en beperking en correctie nodig hebben door instituties zoals financiële reguleringen om instabiliteit, ongelijkheid en onrechtvaardigheid te voorkomen.

Het Angelsaksische model met de bonuscultuur heeft lange tijd het individualisme en het nemen van grote risico's gestimuleerd. De code-Tabaksblat zorgde ervoor dat er een te sterk accent kwam op de aandeelhouderscreatie. Winst op korte termijn stond centraal. Bankiers en topbestuurders werden gedreven tot het nemen van grote risico's, zoals oud Philips-topman Cor Boonstra. Zelfs als het mis ging kregen de verantwoordelijken in de top een exorbitant hoge beloning. Jan Bennink van Numico ging er bij verkoop van het bedrijf aan het Franse Danone met 80 miljoen vandoor. Is dat rechtvaardig? Hij had ook een kleiner bedrijf kunnen opkopen. Het lijkt er op dat het er niet toe doet hoe goed je bent, maar waar je mee weg kunt komen. Een leven voorbij de schaamte.

Anders dan vroeger is het nu niet meer duidelijk tot welke stand of klasse je behoort sinds je geboorte. In de huidige meritocratie is status zelf te verwerven en te ontlenen aan inkomen en vermogen. Dat leidt tot sterke competitie en hebzucht. Het verdienen van geld wordt gaandeweg een doel op zich, voor topbestuurders, maar ook voor burgers die hun spaargeld naar Icesave brachten. Wanneer de remmen ontbreken ontaardt de boel in ongestrafte zelfverrijking. Zelfreflectie en relativering ontbreken niet zelden bij topbestuurders. De vraag hoe te handelen is verworden tot een simpel rekensommetje van rendement versus pakkans.

In de Prooi analyseert Jeroen Smit treffend hoe een bank als ABN Amro om kon vallen. Waar het mis ging? Er heerste een governance probleem. Op het moment dat president-commissaris Aarnout Loudon zijn Rijkman Groenink als bestuursvoorzitter had aangewezen was er geen zuivere governance meer mogelijk. In de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen ontbraken vanaf toen de checks and balances. Hebzucht was niet meer ingeperkt door governance, Groenink kon zijn gang gaan. Governance maakte plaats voor arrogantie en onwetendheid.

Op welk niveau de governance moet plaatsvinden? Hier geldt het principe van subsidiariteit, dat hogere instanties niet iets moeten doen wat lagere instanties kunnen afhandelen. Voor een bank of bedrijf betekent dit versterking van het interne toezicht. Hoe het niet moet laat Smit aan de hand van ABN Amro zien, waar de Raad van Commissarissen zich bleek te gedragen als een 'grote rubberen stempel die in principe overal goedkeuring aan geeft'. Moedige commissarissen zijn gevraagd, die geen klimaat voor misstanden scheppen door de teugels te laten vieren, maar die managers naar huis sturen wanneer ze alleen met eigen rijkdom bezig zijn.

Het rapport van de commissie Maas Naar herstel van vertrouwen benadrukt deze ingrediënten voor een goede basis van een bank: de governance binnen banken moet worden versterkt teneinde een brede en hoogwaardige beheersing van risico's te waarborgen. Als de fundering niet goed is, zakt het huis in, valt de bank om. Een toezichthouder moet deskundig, onafhankelijk, betrokken, en niet in de laatste plaats ook op afstand zijn om hebzucht goed te kunnen organiseren. Nederlanders zijn over het algemeen goed in organiseren. Dat biedt perspectief.

Sylvester Eijffinger
in samenspraak met Annemarie Hinten (Academic Forum)