Persberichten
Promotie Heleen Strating over meertaligheidAllochtone kinderen lopen taalachterstand langzaam maar zeker in
Allochtone kinderen spreken in de eerste levensjaren thuis doorgaans nauwelijks Nederlands. Daarom hebben ze daarin een achterstand als ze naar de basisschool gaan. Allochtone kleuters kennen minder Nederlandse woorden dan autochtone kleuters, maar deze achterstand is de afgelopen twaalf jaar wel afgenomen. Dat blijkt uit het promotie-onderzoek van drs. Heleen Strating, die twee jaar lang kleuters gevolgd heeft. Zij promoveert vrijdag 1 december aan de Katholieke Universiteit Brabant.
Een groot deel van de Turkse en Marokkaanse kleuters die rond hun vierde verjaardag in groep 1 de basisschool binnenstromen, is thuis opgegroeid met een andere taal dan het Nederlands als eerste taal. Een belangrijk verschil met hun autochtone klasgenootjes is dan ook dat zij minder Nederlandse woorden kennen. Daarnaast zijn de allochtone kinderen vaak niet op de hoogte van verbanden tussen woorden die voor autochtone kinderen duidelijk zijn. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat het na een gesprek over 'de politie' voor de allochtone kinderen helemaal niet zo voor de hand ligt om plaatjes van honden te gaan uitknippen, terwijl de autochtone leerlingen de link met 'speurhond' en 'waakhond' wel zien. Met andere woorden, allochtone kleuters kennen minder Nederlandse woorden en ze kennen die woorden minder goed.
Deze twee aspecten van Nederlandse woordenschat vormen een belangrijke bron waaruit de problemen voortkomen die allochtone kinderen ondervinden in het succesvol doorlopen van hun schoolloopbaan. Wanneer de kinderen wat langer op school zitten, zullen ze hun kennis van Nederlandse woorden en verbanden daartussen wel vergroten. Omdat ze dat op school leren, gebeurt dat door de uitleg die leerkrachten geven. Daardoor is de wijze waarop hun Nederlandse woordenschat groeit anders dan voor autochtone kleuters. De allochtone kinderen leren namelijk over de betekenis van veel nieuwe woorden door verbale uitleg van de leerkracht, en minder door ervaringen die ze in het leven van alledag opdoen. In het geval van deze allochtone leerlingen is de eerste taal niet het Nederlands, en hun culturele achtergrond overlapt voor een deel niet met de Nederlandse. Verschillende verbanden tussen Nederlandse woorden die voor autochtonen vanzelfsprekend zijn en geen uitleg nodig hebben, zijn voor deze kinderen dan ook niet zo voor de hand liggend ' zulke relaties moeten 'apart' geleerd worden. Uit het onderzoek blijkt dat de groei van de Nederlandse woordenschat bij de allochtone kleuters zodanig is dat zij aan het eind van groep 2 gemiddeld uitkomen op een woordenschatomvang die de autochtone kleuters aan het begin van groep 1 hadden: tussen de 3200 en 3500 woorden. Het verschil in omvang met de autochtone kleuters bedraagt dan ruim 2000 woorden. Naast dit verschil van gemiddeld twee jaar tussen de groepen is te zien dat er ook autochtone kleuters zijn die telkens lage scores op woordenschattaken behalen, en die samen met een deel van de allochtone kleuters een apart te onderscheiden middengroep vormen.
De centrale onderzoeksvraag in dit onderzoek is hoe de Nederlandse woordenschat van kleuters zich over een langere periode ontwikkelt, zowel qua hoeveelheid woorden als wat betreft het begrip. Vervolgens richt het onderzoek zich op de vraag of er verschillen optreden tussen kleuters die het Nederlands als eerste of tweede taal verwerven. Uit de resultaten is gebleken dat allochtone kleuters in vergelijking met autochtone kleuters inderdaad over een (veel) kleinere Nederlandse woordenschat beschikken. Er zijn vanuit dit onderzoek aanwijzingen dat niet alleen de groei in omvang van de woordenschat, maar ook het toevoegen van verschillende, nieuwe relaties aan semantische netwerken in de reeds verworven woordenschat voor de allochtone kleuters later in de tijd plaatsvindt. Desalniettemin is het verschil in woordenschat tussen Nederlandse kinderen enerzijds en Turkse en Marokkaanse kinderen anderzijds afgenomen ten opzichte van vergelijkbare gegevens van twaalf jaar geleden.
Heleen Strating is op de KUB verbonden aan Babylon, Centrum voor Studies van Meertaligheid in de Multiculturele Samenleving.
Noot voor de pers
De promotieplechtigheid vindt plaats in de aula van de KUB op vrijdag 1 december om 11.15 uur precies. Promotor is prof. dr. R.W.N.M. van Hout, co-promotor is dr. A.R. Vermeer. Het proefschrift 'Lexicale ontwikkeling in het Nederlands van autochtone en allochtone kleuters' verschijnt in eigen beheer en kost f 40,-- ( ISBN 90-74029-13-2).
Voor persvertegenwoordigers zijn exemplaren verkrijgbaar bij mw. Anny Vermeulen van Voorlichting en Externe Betrekkingen (013-4662000). Voor meer informatie kunt u contact opnemen met persvoorlichter drs. Pieter Siebers, tel. 013-4662004; E-mail: P.H.C.Siebers@tilburguniversity.edu

Nederlands / Dutch