Persberichten
Promotie mr. Ivo Giesen
Over de omkering van de bewijslast
Recht hebben en recht krijgen is niet hetzelfde: wie zijn rechten niet kan staven, blijkt in Nederland in veel gevallen zonder rechten. In het civiele proces neemt de verdeling van het zogenoemde bewijsrisico een belangrijke plaats in, omdat die verdeling regelmatig beslissend is voor de uitkomst van de procedure. Aan dat bewijsrisico en de bewijsrisicoverdeling wordt in juridisch Nederland doorgaans weinig aandacht besteed. Mr. Ivo Giesen onderzocht de theoretische achtergronden van de bewijsrisicoverdeling, en presenteert een systeem om het alternatief voor de bestaande situatie, de bewijsrisico-omkering, beter te kunnen benutten. Hij promoveert vrijdag 26 januari aan de Katholieke Universiteit Brabant.In Nederland dient de eiser onder andere de zogenoemde onzorgvuldige gedraging en het causale verband tussen de schade en de onzorgvuldige gedraging te bewijzen. Dat blijken regelmatig niet te nemen hindernissen te zijn. Wel zijn enkele arresten bekend waarin rechters de bewijslast leggen bij de gedaagde, bijvoorbeeld het Amercentrale-arrest uit 1975. Daar besliste de Hoge Raad dat de eigenaar van de centrale aansprakelijk was voor mogelijke schade, omdat het voor de eisers "...moeilijk zo niet ondoenlijk zal zijn om degene op te sporen die voor het verzuim of het gebrek de hele schuld draagt.."
In het onderzoek van Giesen wordt op dergelijke situaties principieel ingegaan en een onderscheid gemaakt tussen de bewijsvoeringslast, welke nauw verbonden is met de bewijswaardering door de rechter, en het bewijsrisico. Dat laatste heeft betrekking op de vraag wie het risico dient te dragen in de situatie dat bepaalde feiten, ook na de bewijsvoering, niet zijn komen vast te staan. De verdeling van het bewijsrisico is een belangrijk aspect in de discussie over de toenemende claimcultuur ('Amerikaanse toestanden') omdat het antwoord op de aansprakelijkheidsvraag daardoor beïnvloed wordt. Bij een verschuiving van het bewijsrisico naar de gedaagde is het eenvoudiger om die gedaagde aansprakelijkheid te houden voor de ontstane schade. De toenemende claimcultuur als zodanig komt slechts zijdelings aan de orde in dit boek. Het eigenlijke doel van het onderzoek is om, voor het terrein van het aansprakelijkheidsrecht, te komen tot een theoretisch fundament voor die gevallen waarin de bewijsrisicoverdeling afwijkt of zou moeten afwijken van wat de hoofdregel van bewijsrisicoverdeling ('de eiser bewijst') bepaalt. Uit het onderzoek blijkt dat de bewijsrisicoverdeling van grote invloed is op (de inhoud van) het materiële recht. Daardoor is de bewijsrisicoverdeling tevens een instrument om bepaalde schadeposten aan een van de partijen toe te delen.
Ivo Giesen (1972) is werkzaam als Postdoc bij het Schoordijk Instituut (Centrum voor Aansprakelijkheidsrecht) van de Katholieke Universiteit Brabant. Eerder was hij als AIO verbonden aan datzelfde Instituut en was hij in deeltijd juridisch medewerker bij De Brauw Blackstone Westbroek te Den Haag (sectie Cassatie en Algemene Praktijk). Hij studeerde Nederlands Recht aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is tevens docent voor de Raio-cursus 'Civiel bewijsrecht' (SSR).
Noot voor de pers:
De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 26 januari 2001 om 14.15 in de aula van de Katholieke Universiteit Brabant. Promotor is mr. J.M. Barendrecht. Exemplaren van het proefschrift zijn verkrijgbaar bij de afdeling Voorlichting en Externe Betrekkingen (013 4662000). Door uitgeverij Boom is een handelseditie uitgebracht (ISBN: 90 5454 068 0). Ivo Giesen is te bereiken op 013 466813 (I.Giesen@tilburguniversity.edu) of 020-6232188 (privé).

Nederlands / Dutch