Persberichten februari 2003

Promotie communicatietrainer Evelien van Asperen

Cultuurkennis baat vreemdelingendebat niet

Autochtonen worstelen vreselijk met de vraag hoe ze met allochtonen moeten omgaan. Dit leidt tot krampachtigheid in communicatie, en -sinds 11 september- tot bikkelharde wij-zijdiscussies. Dit concludeert cultureel antropologe en communicatieadviseur Evelien van Asperen. Zij promoveert op 28 februari aan de Universiteit van Tilburg.

"In Nederland ontmoette ik een Iraanse vrouw. Nadat we ons hadden voorgesteld, begon zij vrijwel meteen met de opmerking: 'Jullie Nederlanders respecteren ouderen niet.' Mijn antwoord daarop was: 'Voor mij geldt dat ik wel respect wil hebben, maar dat ik het soms moeilijk vind om het op te brengen.' Haar antwoord was vervolgens: 'Dat heb ik nou ook.' Voor we het wisten waren we in een diepgaand gesprek gewikkeld."

Is het onbeleefd om Mohammed een pilsje aan te bieden of juist om dat niet te doen? En wat te doen als een Marokkaans jongetje de muren van de behandelkamer bekladt zonder dat de moeder ingrijpt? Adviseur interculturele communicatie Evelien van Asperen stuitte in praktijk en literatuur op talloze voorbeelden van krampachtigheid in interculturele communicatie. Oorzaak is volgens de onderzoekster de heersende interculturele ideologie, de verzameling begrippen die van invloed is op het interculturele handelen zoals 'gelijkwaardigheid van culturen', 'tolerantie' en 'recht op eigen cultuur'. De interculturele ideologie slingert mensen heen en weer tussen tolerantie en het 'staan' voor de eigen cultuur. Dit leidt tot dubbelzinnigheden waardoor dilemma's. De angst voor deze dilemma's veroorzaakt op haar beurt krampachtigheid. Want wat is er eenvoudiger dan Mohammed gewoon te vragen wat hij wil drinken of het jongetje tekenpapier te geven?
Volgens Van Asperen verschilt interculturele communicatie niet fundamenteel van 'gewone communicatie'. Maar haar persoonlijke ervaringen in het buitenland en praktijkervaring als communicatietrainster leren dat aan 'vreemdelingen' vaak de meest voor de hand liggende vragen niet worden gesteld. De onderzoekster wilde weten waarom. Zij bestudeerde hiertoe de wetenschappelijke literatuur, maar analyseerde ook uitvoerig de dagelijkse praktijk: via discussies in de dagbladen, ervaringen van cursusdeelnemers, 65 diepte-interviews met personen die dagelijks beroepsmatig met allochtonen werken, en ook via gewone gesprekken op feestjes en 'de straat'.
Van Asperens conclusie luidt dat de interculturele ideologie belemmerend werkt. Veel kennis over andere culturen verbreedt het blikveld, maar het cultuurverschil (vaak nationale cultuur) wordt ook als verklaringsmodel gebruikt, wat uitmondt in cultuurexcuus en het opsluiten van mensen in hun cultuur. Discussies of problemen neigen zo te ontaarden in een positiestrijd, waarbij verwijten aan elkaar en wij-zijterminologie de boventoon voeren. De discussie over criminaliteit en Marokkaanse jongeren is daar een bekend voorbeeld van.
De wij-zijdiscussie kan doorbroken worden door kwesties niet langer te benoemen als cultuurverschil, maar door ze te toetsen aan bovenculturele waarden zoals rechtvaardigheid. Praat niet alleen over islamitische versus westerse normen als het gaat om de consequenties van burka's of piercings, maar over de achterliggende beweegredenen en betekenissen. Ook Van Asperen heeft geen kant-en-klare oplossingen voor botsende waarden in interculturele discussies over homoseksualiteit, vrouwenemancipatie of eerwraak, maar het loslaten van de culturele ideologie haalt in ieder geval de grote krampachtigheid uit het debat.

Evelien van Asperen (1957) volgde de lerarenopleiding Omgangskunde en Gezondheidskunde en studeerde parttime culturele antropologie aan de Universiteit Utrecht. Zij verbleef en werkte veel in het buitenland, onder andere in Polen, Nepal, Nicaragua en Peru. Sinds 1995 werkt ze als adviseur en trainer bij Pharos, het Kenniscentrum vluchtelingen en gezondheid, in Utrecht.

Noot voor de pers

De promotieplechtigheid vindt plaats op vrijdag 28 februari 2003 om 14.00 uur in de aula van de Universiteit van Tilburg. Promotoren zijn prof.dr. A. de Ruijter en prof.dr. H. Procee. Het proefschrift is getiteld Interculturele communicatie & ideologie (ISBN 90 75955 29 4). Een handelseditie verschijnt bij Pharos, Utrecht en kost circa 22 euro (www.pharos.nl). Media-exemplaren zijn op te vragen bij de afdeling Voorlichting van de universiteit, tel: 013 466 2000, e-mail: voorlichting@uvt.nl. Evelien van Asperen is bereikbaar via tel: 030 234 9800 of 657 1145 en e-mail: e.vanasperen@hccnet.nl/e.asperen@pharos.nl.

Tilburg, 13 februari 2003