Gedogen is geen reden tot verontrusting

Promotie jurist Maarten van Dijck

Ooit was gedogen een symbool van een flexibele overheid die graag een oogje dichtkneep. Sinds 'Enschede' en 'Volendam' heeft gedogen een negatieve klank gekregen: diezelfde overheid wordt nu laksheid en lafheid verweten. Gedogen is echter méér dat iets toestaan wat eigenlijk niet mag, zegt mr. Maarten van Dijck in zijn proefschrift. De discussie over gedogen vloeit voort uit de gespannen relatie tussen wantrouwen en vertrouwen jegens de overheid. Enkel in dat licht kan gedogen goed worden begrepen als legitiem onderdeel van de rechtsstaat.

Gedogen tast het gezag en de geloofwaardigheid van het recht en de rechtshandhaver aan, zeggen de critici van het gedoogbeleid: voor gedogen is in de rechtsstaat geen plaats. De voorstanders van gedogen zien het daarentegen als een pragmatisch en legitiem alternatief voor repressieve handhaving. Maar hebben beide kampen het wel over hetzelfde begrip gedogen? Wat is gedogen eigenlijk?
In zijn proefschrift analyseert Van Dijck de argumenten pro en contra gedogen en de betekenis en functie van het gedoogbegrip voor de rechtshandhaving. Toch acht hij de discussie over gedogen (ben je voor of tegen) slechts van betrekkelijke waarde. De werkelijke betekenis van dat debat is gelegen in de thematiek die raakt aan het wezen van de rechtsstaat.
Van Dijck toont aan hoe het niet-handhaven van regels in het recht aan de orde van de dag is en op zichzelf geen is reden tot verontrusting. Of een overheid optreedt en handhaaft of niet, is uiteindelijk een politieke keuze, geen juridische. Daarom pleit Van Dijck er voor om de beoordeling van overheidshandelen en handhavingskwaliteit niet in termen van gedogen te laten plaatsvinden - zoals nu gebeurt - maar om dat los te koppelen van het gedoogbegrip en alle negatieve connotaties die dat begrip intussen heeft. Dat is mogelijk nu onder de noemer 'gedogen' veel verschillende handhavingspraktijken worden begrepen die ten onrechte onder die ene noemer 'gedogen' worden gebracht. De auteur pleit er tevens voor om de discussie over handhavingskwaliteit niet al te snel in algemene termen te voeren, maar zoveel mogelijk te beperken tot de concrete handhavingspraktijken in kwestie.

Softdrugs
Volgens Van Dijck is het ene gedogen het andere niet: het gedogen van softdrugs en de discussie daarover heeft weinig van doen met het gedogen van euthanasie, het gedogen van witte illegalen, of het gedogen van lichte verkeersovertredingen. Zo is het gedogen van softdrugs het uitvloeisel van een principiële keuze van de Nederlandse regering om enerzijds binnen de perken van de internationale verdragen te blijven, maar om anderzijds toch datgene te doen wat zij uit het oogpunt van volksgezondheid de beste aanpak acht: het scheiden van de softdrugsscene van de harddrugsscene en gereguleerde verkoop van softdrugs.
In het geval van euthanasie was het 'gedogen' ervan in de periode voorafgaand aan de wijziging van het Wetboek van Strafrecht, veeleer het gevolg van een verlamming van politieke besluitvorming als gevolg van de diepgaande controverse tussen voor- en tegenstanders van liberalisering en legalisering van zorgvuldige euthanasie.

In elke gedoogpraktijk worden twee relevante vragen anders en op andere gronden beantwoord: wat willen we en wat willen we niet? En: wat mag worden verwacht van de overheid ter verwezenlijking van deze doelstellingen? De beantwoording van het tweede wordt gefrustreerd, zolang over het eerste nog geen overeenstemming bestaat. Van Dijck concludeert dat repressieve wetshandhaving niet het enige middel is dat de overheid ter beschikking staat en soms zelfs averechts werkt.

Mr. Maarten van Dijck (1972) studeerde Nederlands Recht aan de Universiteit van Tilburg en studeerde in 1998 af aan de strafrechtelijke en algemene afstudeerrichtingen. Sindsdien is Van Dijck verbonden gebleven aan de universiteit, eerst als wetenschappelijk medewerker aan de Faculteit de Wijsbegeerte en later als onderzoeker en docent aan de juridische faculteit.

Noot voor de pers

De promotieplechtigheid vindt plaats op woensdag 17 december 2003, om 14.15 uur in de aula van de Universiteit van Tilburg. Promotoren zijn prof.dr.mr. W. van der Burg en prof.mr. M.S. Groenhuijsen. Het proefschrift is getiteld 'Gedogen. Over vermogen en onvermogen tot handhaving van wet en recht' (ISBN: 90-5850-061-6). Journalisten kunnen een exemplaar van het proefschrift opvragen bij de Afdeling Voorlichting en Externe Betrekkingen van de UvT, tel. 013 - 466 2000, e-mail: M.M.C.Hanssen@tilburguniversity.edu. Maarten van Dijck is bereikbaar via tel. 013 - 514 4286 en e-mail: mvdijck@home.nl.

Tilburg, 8 december 2003