Wetenschap voor scholieren

Het Nederlandse onderwijsbeleid wil kinderen maximaal stimuleren hun nieuwsgierigheid aan te wakkeren en te belonen. Door hen bijvoorbeeld al vroeg in aanraking te brengen met de wetenschap.

Later als ik groot ben

Later als ik groot ben, word ik…. Vaak vul je hier iets in als 'brandweerman' of 'fotomodel'. Een beroep dus. Maar je wordt natuurlijk veel meer dan dat. Je wordt lang of kort, vader of moeder, een rustige persoon of juist heel druk. Je kunt dus (oneindig) veel verschillende dingen invullen. En je weet natuurlijk nog niet alles. Sommige dingen kun je misschien voorspellen door te kijken naar je ouders, maar andere dingen worden bepaald door je ervaringen, door wat je meemaakt. In hoeverre heb je invloed op de persoon die je later wordt en in hoeverre ligt het vast? In het college dat professor Erik Borgman gaf op 9 november 2011 leerde de aanwezige kinderen vooral veel over hun latere 'ik'.

Je latere 'ik'

De vraag 'Wie ben ik, als ik later groot ben?' is een moeilijke vraag. Professor Borgman legt uit waarom. Ten eerste, omdat je vaak veel dingen tegelijk bent. Wanneer de vraag wordt gesteld op het voetbalveld geef je een ander antwoord dan op een verjaardag. Je moet voortdurend kiezen tussen verschillende rollen.

Ten tweede is de vraag moeilijk omdat je kunt kiezen tussen verschillende mogelijkheden. 'Je kunt goed voetballen en goed leren', geeft de professor als voorbeeld, 'dan kun je kiezen of om voetballer te worden of geleerde'. Je verandert doordat je een bepaalde keuze hebt gemaakt. Als je kiest voor voetballer, word je een betere voetballer en minder een geleerde. Bovendien weet je nog niet precies wat alle mogelijkheden zijn. 'Er kunnen nieuwe dingen gebeuren die je nu nog niet weet en daardoor kun je weer nieuwe dingen kiezen', licht de professor toe. 'Op de middelbare school krijg je straks bijvoorbeeld het vak economie. Het kan dat je daar heel goed in blijkt te zijn. Om die reden wil je economie gaan studeren.'

De vraag wie je later wordt is bovendien lastig omdat er dingen zijn die je niet kiest, maar die je overkomen. 'Of anderen je aardig vinden is iets wat je overkomt', legt de professor uit. 'Voor vriendschap moet iemand anders jou belangrijk vinden. Je wordt samen groot en je bepaalt van elkaar wat je wordt. Je weet niet wie je bent, omdat je dat voor een deel van iemand moet krijgen.'

'Wie ben ik als ik later groot ben? is een moeilijke vraag', benadrukt de professor.'Omdat je verandert en je dat niet altijd zelf in de hand hebt. Maar je krijgt daardoor dus steeds nieuwe en onverwachte mogelijkheden.'

Reacties van aanwezige kinderen

  • Mara Bakker: "Ik vond het een leuk en boeiend college. De professor bleef bij het onderwerp en was goed verstaanbaar. Het was leuk dat hij uitgebreid antwoord gaf op alle vragen" . Op de vraag wat ze geleerd heeft van het college antwoordt ze: "Je kan niet altijd zelf bepalen hoe de dingen lopen. Een groot deel wordt bepaald door het lot." Later wil Mara bouwkunde gaan studeren.
  • Bente van Dijk: "Ik vond het college erg leuk en interessant. De professor nam er de tijd voor en het was leuk dat hij over zichzelf vertelde." Op de vraag wat ze heeft geleerd, antwoordt ze: "'Je kan moeilijk voorspellen wat je later gaat worden. Het kan anders lopen dan hoe je het in je hoofd had." Bente wil later chirurg worden of dingen gaan ontwerpen.