Werkgroep Relatie Jodendom Christendom

Onderzoek naar de betekenis van de relatie van het christendom met het jodendom in verleden en heden.

Leo Bakker en zijn posthume publicaties

Leo Bakker is de grondlegger van de Werkgroep RJC. U treft hier een korte biografie van hem aan. Door Bakkers onverwachtse dood in 1993 werd voorkomen dat een monografie en een bundel artikelen verschenen. De werkgroep RJC heeft deze ongepubliceerde werken achterhaald en gedigitaliseerd. Op deze website worden beiden met toestemming van de weduwe Bakker integraal aangeboden.

Leo Adrianus Rijkholt Bakker is 2 november 1926 in Nijmegen geboren. Hij studeerde theologie en filosofie in Nijmegen en Maastricht. In 1962 promoveerde Bakker aan de Gregoriana te Rome op het proefschrift Freiheit und Erfahrung.

Van 1961 tot 1967 was hij als jezuïet docent fundamentele theologie aan het Canisianum te Maastricht. In 1967 werd hij aan de toen pas opgerichte Katholieke Theologische Hogeschool Amsterdam, benoemd tot hoogleraar fundamentele theologie. Naast onderwijs en onderzoek bekleedde hij hier diverse bestuurlijke functies tot zijn emeritaat in 1991.

Leo Bakker heeft in zijn onderzoek steeds de grensvragen opgezocht tussen theologie en maatschappelijke problematieken. Het hoorde bij zijn professie als theoloog, maar het hoorde vooral ook bij zijn openheid en brede belangstelling. Zijn weg liep over spiritualiteit en bevrijdingstheologie, marxisme en feminisme, tot dialoog tussen Jodendom en Christendom. Deze laatste stap was voorbereid door zijn receptie van de filosofie en theologie van de hoop. De joodse marxist Bloch en de lutherse theoloog Moltmann speelden daarin een belangrijke rol. Vanuit de hoop op een rechtvaardige wereld in Messiaans perspectief en vanuit het 'tegoed van het Oude Testament' wilde hij de christelijke theologie opnieuw doordenken.

De relatie van de christelijke kerk tot het joodse volk is steeds meer een centrale plaats gaan innemen in zijn onderwijs en onderzoek. In gesprekken met joodse auteurs als Flusser en Levinas, en met collega's als Yehuda Aschkenasy en Chana Safrai zocht hij de joodse fundamenten van de apostolische traditie. Bakker is medeoprichter en coördinator van het onderzoeksprogramma Relatie Jodendom-Christendom dat via de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht tot op de dag van vandaag aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg een bijzonder aandachtsveld vormt.

In dit kader onderhield Bakker nauwe contacten met de universiteit van Duisberg (Duitsland) en gaf hij voordrachten in binnen- en buitenland. Ook na zijn emeritaat heeft hij zich intensief met zijn werk bezig gehouden. Tot aan zijn plotselinge dood in 1993 werkte hij aan een boek, 'Vijandige Broeders', waarvan hij hoopte dat het een bijdrage zou leveren aan de dialoog tussen jodendom en christendom.

Posthume online publicaties

Door Bakkers onverwachtse dood in 1993 werd voorkomen dat een monografie en een bundel artikelen verschenen. De werkgroep RJC heeft deze ongepubliceerde werken achterhaald en gedigitaliseerd. Op deze website worden beiden met toestemming van de weduwe Bakker integraal aangeboden.

De Schone Zwarte Bruid'

De literaire nalatenschap bestaat uit een bundeling van deels reeds eerder gepubliceerde artikelen, onder de titel: De Schone Zwarte Bruid, een toespeling op de bruid uit het Hooglied. Het joodse volk in het Oude Testament in de theologie, luidt de ondertitel en al meteen wijst Bakker erop dat aandacht voor het Oude Testament niet hetzelfde is als aandacht voor het jodendom. Ook pleit hij voor een cesuur in de theologie, gevormd door 'Auschwitz'. Het gaat hem niet om een Israëltheologie, maar om een revisie van heel de theologie.

'Vijandige Broeders?'

De monografie, nog geheel in aanzet, is getiteld Vijandige broeders? en gaat in op de verhouding tussen joden en christenen. Na een historische schets van het jodendom in Nederland komt als snel de Sjoah in beeld. Bakker oppert drie verklaringsmodellen: een vanuit de kerkelijke anti-joodse theologie. Bakker wijst op het raciale en antichristelijke karakter van het nazisme, maar ziet toch ook veel parallellen tussen nazisme en christelijke vooral Middeleeuwse theologie die als voedingsbodem gewerkt kan hebben.