Onderzoek Theologie

Tilburg School of Catholic Theology duidt de katholieke traditie in de context van de hedendaagse maatschappij en bestudeert de spirituele behoefte van het individu.

Initatie en mystagogie in de christelijke traditie

Onderzoeksthema

Het onderzoeksprogramma bestudeert de processen waarin christenen zich hun geloof en de voor hen specifieke levenswijze eigen maken, niet alleen door een eenmalige initiatie, maar ook door een permanente mystagogische vorming. Centraal staan de rituelen en trajecten waarin de christelijke initiatie en voortgaande vorming gestalte krijgen, de gezaghebbende teksten en theologische opvattingen waarop deze worden gefundeerd, alsook de personen die in verschillende rollen een bijdrage leveren aan de processen van initiatie en mystagogie. Voorwerp van onderzoek zijn verder de rol die gemeenschappen in deze processen spelen en de interacties met de maatschappelijke contexten waarbinnen deze plaatsvinden.

Toelichting op het onderzoeksthema

Het begrip 'initiatie' dankt zijn populariteit vooral aan de godsdienstwetenschappen waar het gebruikt wordt voor het rituele proces waardoor mensen worden binnengeleid in een samenleving of groepering. Initiatierituelen zijn belangrijke sleutels tot het verkrijgen van een dieper inzicht in deze samenlevingen en groeperingen, in hun religieuze voorstellingen, morele waarden en sociale structuren. Initiatierituelen treft men aan in alle samenlevingen en groeperingen die een gemeenschappelijke identiteit hebben.

Het van oorsprong Griekse begrip 'mystagogie' is verwant aan 'initiatie'.. Het is niet toevallig dat het Griekse werkwoord 'mystagogein' in het Latijn veelal is vertaald met ‘initiare’. Het concept van de 'mystagogie'  - en de terminologie die daarmee verbonden is - vindt zijn oorsprong in de mysteriecultussen uit de Griekse en de Romeinse Oudheid waar het gebruikt werd voor de rituele inwijding in de 'mysteriën' die verbonden waren met de verering van godinnen en goden als Demeter, Dionysius.

De termen 'initiatie' en 'mystagogie' hebben met elkaar gemeen dat ze van oorsprong een strikt rituele connotatie hadden en bovendien gemeenschappen met  duidelijk afgebakende identiteiten en grenzen veronderstelden waar men door middel van gemeenschappelijke rituelen kon worden binnengeleid.

Beide begrippen zijn en worden echter vaak ook in een ruimere, en niet-rituele zin opgevat. Het begrip 'mystagogie' en ander termen die afkomstig zijn uit de mysteriecultussen, zijn in de Oudheid door platoonse en neo-platoonse filosofen, gnostici en kerkvaders gebruikt als metaforen voor de weg die moet worden afgelegd om filosofische kennis of gnosis te bereiken of om deel te krijgen aan het goddelijk mysterie. Kenmerkend voor deze benadering is dat mystagogie hier niet wordt gezien als een proces dat wordt afgerond op het moment dat de 'myste' is toegetreden tot een religieuze groepering, dat  bijvoorbeeld de christelijke catechumeen christen is gedoopt. Initiatie en mystagogie worden nu veeleer opgevat als voortgaande leerprocessen en als modellen voor een voortgaande spirituele transformatie waarin ruimte is voor de persoonlijke levensweg van de individuele gelovige en het mysteriekarakter van de goddelijke, transcendente werkelijkheid altijd gehandhaafd wordt Het is precies deze ruime opvatting van mystagogie die de afgelopen decennia is herontdekt door praktische theologen en godsdienstpedagogen en ook een rol speelt in het onderzoek naar christelijke en niet-christelijke vormen van spiritualiteit.

Dit onderzoeksproject richt zich op de wijze waarop initiatie en mystagogie hebben gefunctioneerd en functioneren in de christelijke tradities. De beide begrippen worden daarbij zowel in de beperkte, rituele als in de ruimere, metaforische zin opgevat. Het gaat enerzijds om de christelijke initiatierituelen: de  doop van volwassenen - zoals die vooral in de Vroege Kerk functioneerde - ; in latere perioden de initiatie van kinderen in de kerk en daarmee veelal ook  in een formeel-christelijke samenleving, alsook het rituele proces van toetreding tot een monastieke of religieuze levensstaat . Anderzijds richt de aandacht van het onderzoek zich op de voortgaande omvorming van de christenen die het menselijk bestaan situeren in het licht van het geheim van een goddelijke werkelijkheid - in de christelijke traditie gaat het om de Drie-ene God -  en zich open stellen voor dat mysterie.

Onderzoeksvragen

Het programma kent de volgende hoofdvragen:

  1. Welke rol spelen de concepten van initiatie en mystagogie in de christelijke traditie? Welke betekenissen zijn er aan toegekend?
  2. Welke rol spelen christelijke rituelen in de initiatie en in het proces van transformatie?
  3. Hoe verloopt het proces van transformatie van degenen die worden geïnitieerd? Welke fasen kan men daarin onderscheiden?
  4. Welke heilige en gezaghebbende teksten als de Bijbel liggen ten grondslag aan de initatie en aan het proces van transformatie? Welke bijbelse concepten en modellen worden er gehanteerd?
  5. Welke rol spelen geloofsgemeenschappen in de voortgaande initiatie en transformatie?
  6. Welke opvattingen over God, de transcendente werkelijkheid, de mens, de gemeenschap liggen aan de te onderzoeken geloofsvisies en geloofspraktijken ten grondslag?

Maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie

Elke samenleving staat voor de uitdaging mensen, hetzij deze van buiten af toe treden of er vanaf hun geboorte in opgroeien, een aantal essentiële regels voor het samenleven bij te brengen. Op een vergelijkbare wijze staat elke religieuze gemeenschap haar leden, die hier deel van uitmaken, staat voor de opgave haar leden te initiëren in de religieuze of wereldbeschouwelijke visies op de werkelijkheid en in de morele waarden en normen die binnen die gemeenschap gelden alsook in de rituele praktijken die daarbinnen bestaan. Deze initiatie kan nooit als afgesloten worden beschouwd, maar is een levenslang voortgaand proces. Dit geldt in versterkte mate voor samenlevingen en religieuze gemeenschappen die aan sterke veranderingen onderhevig zijn, in contact komen met andere tradities en culturen en daardoor uitgedaagd worden om hun identiteit opnieuw te doordenken en te herformuleren. Kerken, religieuze groeperingen, maar ook de samenleving als geheel, worden met de vraag geconfronteerd hoe zij hun nieuwe en hun oude leden kunnen (blijven) initiëren. Bestudering van de vormingspraktijken die in de christelijke tradities zijn ontwikkeld, kan helpen om een beter zicht te krijgen op de wijze waarop initiatie functioneert - of niet functioneert - in een samenleving.

Omgekeerd biedt juist de manier waarop mensen worden geïnitieerd in een religieuze traditie of in een samenleving, een uniek inzicht in wat als de kern, het hart van die religieuze traditie of samenleving wordt beschouwd en in de visie die men heeft op de levensloop en de spirituele ontwikkeling van de mens. Om die reden verkiezen wij de ‘initiatie' en 'mystagogie' als uitgangspunten voor het bestuderen van de christelijke traditie(s).

In de afgelopen decennia heeft het thema 'initiatie' uitvoerige aandacht gekregen in de godsdienstwetenschappen en de sociale wetenschappen. Binnen de liturgiewetenschappen is de focus vooral gericht geweest op de vroegchristelijke initiatie van volwassenen, maar dat is veelal gebeurd vanuit een (té) beperkt  liturgisch en een te weinig historisch contextueel  perspectief. Godsdienstpedagogen en praktische theologen hebben sinds een aantal decennia het belang van de thema's 'initiatie' en 'mystagogie' ontdekt, maar hun benaderingen vragen om een kritische en verrijkende confrontatie met een bestudering van relevante historische bronnen. Hiermee is echter pas een begin gemaakt. Er is hier sprake van een lacune.

Deelprojecten

1. Verheldering van de begrippen 'initiatie' en 'mystagogie'

In dit deelproject betreft het onderzoek naar de herkomst van deze begrippen en naar de wijze waarop zij zich in de geschiedenis van het christendom hebben ontwikkeld en welke betekenissen er aan zijn gegeven.

Hier zal ingegaan worden op de achtergronden van de verbreding van de betreffende begrippen. Waarom werden mystagogische concepten en voorstellingen in de Late Oudheid veelal als metaforen voor niet-rituele processen verstaan? Waarom blijkt men in de hedendaagse theologie - en ook in sommige stromingen in het vroege christendom - een sterk voorkeur te hebben voor de brede opvatting van het begrip 'mystagogie' die zich vooral richt op de spirituele weg van de gelovige en niet zozeer op het proces van toetreden tot een kerkgemeenschap?

Onderzoekers: prof. G. Rouwhorst, J.C. van Loon

2. Initiatieriten in verschillende religieuze tradities

(Jodendom; christendom; islam; boeddhisme)

Hier staan de vragen centraal hoe initiatierituelen in de verschillende religies worden voltrokken en hoe zij zich verhouden tot de verschillende levensfasen?  Welke rol speelt de gemeenschap al dan niet in deze rituelen? Verder: welke initiatierituelen treffen wij aan in de moderne, sterk geseculariseerde westerse samenleving?

Onderzoekers: prof. G. Rouwhorst, prof. dr. A. Merz, prof. dr. M. Poorthuis, dr. J. van Wiele, dr. A. van Wieringen, prof. dr. R. Munnik

3. Initiatie door psalmisten, profeten en leraren

Vanuit de Bijbelwetenschappen wordt onderzoek verricht naar de rol van de psalmist, de profeet en Jezus als leraar die de gemeenschap initieert in zijn boodschap. Het onderzoek zal gebruik maken van communicatiegeoriënteerde exegetische methoden, waarin de verschillende communicatieve processen die in de tekst aanwezig zijn en vorm hebben gekregen  - zowel in de personages (psalmist, profeet en Jezus als leraar) als  in de tekstuele auteur  (evangelist; verteller) -  worden blootgelegd.

Onderzoekers: prof.dr. B.Koet, dr. A. van Wieringen, dr. H. van Grol

4. De rol van verhalen en parabels in de vorming

Hierin wordt onderzoek gedaan naar de wijze waarop de werkelijkheid door middel van parabels en verhalen in verschillende religieuze tradities wordt ontsloten met het oog op de transformatie van een persoon en door een verbreding van diens referentiekader. Het betreft hier een door NWO gefinancierd project over parabels in het Nieuwe Testament en in de rabbijnse literatuur. De onderzoekers in dit deelproject zijn allen verbonden aan het RJC.

Onderzoekers: prof. dr. M. Poorthuis, prof. dr. A. Merz.


5. Mystagogie bij de kerkvaders

Rol van het gebed, maar ook van de lezing en de uitleg van de Schrift in het mystagogische proces. Hier ligt een tweeledige vraag: welke rol hebben Bijbelteksten gespeeld binnen het mystagogisch proces en, omgekeerd, welke invloed heeft het mystagogisch perspectief van de vroegchristelijke lezer uitgeoefend op de receptie en de interpretatie van Bijbelteksten? Hier zal ook uitdrukkelijk aandacht besteed worden aan de lezing van de Schrift in de monastieke tradities. De onderzoekers in dit deelproject zijn allen verbonden aan het CPO.

Onderzoekers: Prof. dr. P. van Geest, dr. J.C. van Loon, dr. M. Op de Coul

6. Cruciale teksten bij de initiatie: de Credo's

De christelijke traditie heeft altijd grote waarde gehecht aan de zorgvuldige formulering van de geloofsinhoud. Het credo is vanaf de eerste eeuwen van het christendom een vast onderdeel geweest van het doopritueel. In deze onderzoekslijn wordt studie gedaan naar de oorsprong, de ontwikkeling en de interpretatie van één van de oudste geloofsbelijdenissen, het Apostolicum en naar de wijze waarop  Thomas van Aquino het credo heeft geduid.

Er is verder een gemeenschappelijk interdisciplinair project gepland dat gewijd zal zijn aan de achtergronden van één van de thema's uit de apostolische geloofsbelijdenis, de 'nederdaling ter helle'.  Dit thema zal vanuit bijbelwetenschappelijk, godsdienst- en theologiehistorisch en systematisch theologisch perspectief worden bestudeerd.

Onderzoekers: dr. L. Westra, dr. P. van Egmond, dr. A. van Wieringen, prof. dr. M. Sarot

7. Voortgaande initiatie in de deugdenleer van Thomas van Aquino

In de systematische theologie wordt nagedacht over de vraag hoe de mens zich met God kan verbinden en andersom, in een leven van geloof, hoop en liefde. Op dit onderwerp van de theologale deugden wordt Thomas van Aquino bestudeerd, ook in relatie tot de intellectuele en morele deugden. Deze onderzoekslijn beweegt zich op het snijvlak van wijsbegeerte en theologie, van rede en geloof met als doel te bezien de relevantie hierop voor de vorming van een individu te achterhalen. De onderzoekers in dit deelproject zijn allen verbonden aan het Thomas Instituut.

Onderzoekers: dr. H. Schoot, prof. dr. R. te Velde, dr. H. Goris


Deelnemende onderzoekers

Stafleden

Promovendi (in dienst)