Tilburg School of Catholic Theology

Geloof geeft te denken

De kracht van beelden

Frank Bosman kent de weg door de gangen van Museum Catharijneconvent. Je mag het aanraken’, weet hij en als hij dat vervolgens doet, hoor je de holte van het bronzen kunstwerk. ‘Het beeld wil aangeraakt worden. Het is ruw. Je ziet het hier, aan de randjes. Als je daar over heen gaat met je hand, doet het zeer. De scherpte, het onaffe. Het beeld wil je een gevoel geven. Letterlijk. En figuurlijk: het gevoel van het leven, dat onaf is en eindig en soms pijn doet en schoonheid heeft.’

‘Bij beide figuren ontbreken de handen. De liggende figuur, een man, heeft een gezicht, al is het geen herkenbaar individu. De dragende figuur heeft geen gezicht maar je weet: het is een vrouw. Je denkt, met de beroemde Pièta van Michelangelo in je herinnering, onmiddellijk aan Maria en haar gestorven Zoon.’

‘Het beeld van Michelangelo toont een diep menselijk tafereel: een treurende Maria met in haar armen haar gestorven Zoon. De Christus, de Heiland die het lijden op zich nam. De traditie heeft het over de navolging van Christus. Een piëta stelt de vraag naar het lijden. Normaalgesproken zijn mensen, en ook theologen zoals ik, er toe geneigd een reden voor het lijden te zoeken. God wil je iets leren, bijvoorbeeld. De les van het loslaten.’

‘Dit kunstwerk draait het om. Niet zozeer de liggende man maar de “leegte” van de dragende vrouw trekt de aandacht. Er is geen gezicht, er zijn geen handen;  slechts de kleding. Een ieder kan er als het ware instappen en de rol van troostende innemen.  In dit beeld wordt het verhaal van de navolging in het lijden her-vertelt als een appel tot een navolging in het troosten. De moederfiguur zegt eigenlijk tegen ons: ik weet niet waar het lijden vandaan komt. Ik weet niet of God er mee van doen heeft. Ik weet alleen dat de enige manier die ik ken om de lijdende nabij te zijn, nabijheid is. Je voelt hier dat er geen rationale van het lijden is. Wat rest is wat God aan Job laat weten: Ik ben bij je, in de stilte na de storm. Als theoloog kan ik er aan toevoegen dat God mensen nodig heeft; God kan de medemens niet dragen dan door handen van mensen.’

‘Het beeld geeft aan waar we ons bevinden. We maken allemaal lijden mee en weten van verdriet. Als gelovigen leven we in de belofte van de verrijzenis. Daar zijn we nog niet. Ons leven loopt vooralsnog uit op de dood -  en op de troost. Dat zien we hier. Heel modern, heel indringend. Je ziet, wie goed kijkt dan, je ziet werkelijk de verwachting van wat op deze ultieme troost volgen zal.’

‘Bij mij thuis hangt Dali. Het Laatste Avondmaal. Ik ben fan van zijn werk: de combinatie van hyperrealisme en vage mystiek. Er klopt nooit iets in zijn schilderij. Vreemde figuren, schuivende perspectieven. Je blijft kijken en je blijft het net niet snappen. Het is een mooi tegenwicht voor mijn vak: beelden die altijd weer woorden openbreken en woorden die nodig zijn om beelden open te breken. Voor mij is er geen tegenstelling tussen woord en beeld. Ze hebben elkaar nodig. ‘

‘We leven in een beeldcultuur en vaak wordt dat als kritiek geformuleerd: een vervlakking van het bestaan. Alsof de moderne wereld a  religieus is en eendimensionaal. Ik zie in onze hedendaagse cultuur overal beelden die sterker zijn dan de commerciële boodschap die ze uitdragen. Ik vind dat een intrigerend werkveld voor theologen.’