Tilburg School of Catholic Theology

Geloof geeft te denken

Liever tough and fun dan dull and easy

‘Kijk, zo iets moderns dat zegt mij niets’. Professor Eijffinger wijst naar een bronzen beeld in de binnentuin van gebouw C. ‘Maar dat vind ik prachtig.’ We kijken naar een reliëf in de muur. ‘Nu schijnt de zon er ook op en zie je het in alle scherpte. Ik vind het mooi en het past bij de signatuur van de universiteit.’ De zon toont duidelijk de contouren van de verbeelding van de parabel van de talenten uit het evangelie. We kijken nog even, staande in de deuropening van zijn kamer, naar het wellicht bekendste van de onbekende kunstwerken van de universiteit.

‘Ik ben een katholieke jongen’, vertelt Sylvester Eijffinger. ‘Tegenwoordig wordt daar wellicht niet zo openlijk over gesproken maar een heldere identiteit is van groot belang. Dat staat los van respect voor andere levensovertuigingen; natuurlijk heb ik die. Voor mij, en dat is ook de reden waarom ik lid ben van het CDA, is het subsidiariteitsbeginsel van eminent belang. Het is een kernbegrip uit de katholieke sociale leer, geformuleerd en uitgewerkt als antwoord op de grote economische en sociale veranderingen in de 19e eeuw. Men had geen adequaat antwoord op de schrijnende situaties van de moderne tijd. Paus Leo XIII ging de uitdaging die de nieuwe tijd stelde aan. Hij zocht niet alleen naar oplossingen maar naar een visie.’

‘Het interessante is, dat als je kijkt naar de moderne politieke economie, het oude subsidiariteitsbeginsel opvallend actueel is. Veel topdenkers stellen dat de meest efficiënte manier om een samenleving aan te sturen is maatregelen te nemen op het niveau waar (negatieve) effecten aan de oppervlakte komen. Je kan milieu of internetcriminaliteit mondiaal aanpakken, en dat moet ook, maar het kan niet zonder maatregelen, alertheid, op het niveau waar mensen er mee geconfronteerd worden, er iets aan kunnen doen. Leg de verantwoordelijkheid en de beslissingsbevoegdheid op het laagst mogelijk niveau, daar waar het “publieke goed”-karakter geldt. Economen zouden zeggen: daar waar de externe effecten gelden.’

Tilburg is de academische thuishaven van Sylvester Eijffinger. Hij was daarnaast verbonden aan het Europacollege in Brugge, de Humboldtuniversität in Berlijn en hij was gasthoogleraar op het Economics Department van het prestigieuze Harvard University. Nog altijd publiceert hij en opinieert hij als hoogleraar financiële economie. Sinds 2009 is hij de stuwende kracht van de UvT Sociëteit. Het instellen van de Sociëteit, en Eijffinger kan daar bevlogen over vertellen, past in de hedendaagse trend om van valorisatie van kennis een centraal beleidsthema te maken. Eijffinger vertelt met nadruk dat er op de campus veel talent is en dat je dat moet en mag tonen. De universiteit zocht naar een manier om de relatie met de stakeholders te intensiveren. Het betreft dan contacten met mensen in het openbaar bestuur, de politiek, het bedrijfsleven en niet alleen uit het Brabantse achterland. Een uniek initiatief was geboren.

‘Wat wij in feite doen, en alle universiteiten zijn jaloers op ons, is op de meest chique manier de inhoudelijke kwaliteiten van onze hoogleraren inzetten om ons als universiteit te profileren in een interessant en uitdagend debat. Ik vind het belangrijk dat we een platform hebben om aan onze stakeholders te laten zien wat voor een kwaliteit we in huis hebben en dan kies ik er voor dat uitdrukkelijk in verband te brengen met de identiteit van de instelling. Onze founding father Cobbenhagen wist al dat een academisch instituut zich moet inzetten voor onderzoek en wetenschap én zich nuttig moest maken voor de samenleving. Je moet zowel goed onderwijs geven als normen en waarden uitstralen. Die normen en waarden zijn voor ons verbonden met de katholieke identiteit.’

U heeft veel studenten opgeleid. Wanneer bent u tevreden?

‘Ik ben hier eind jaren ’80 gekomen, dus een kleine 30 jaar lever ik studenten af. Ik kom ze all over de world tegen. Weet je wat ze dan zeggen? “U vergeten we nooit.” Waarom dan niet? “Uw colleges waren weliswaar zwaar maar leuk en uitdagend.” Ik vind dat leuk om te horen. Ik ben ook niet te beroerd om bij het eerste college nadrukkelijk te waarschuwen dat het moeilijk gaat worden. Sommigen worden daar onrustig van en die zie je niet terug. Ik zeg altijd, het is een van mijn one-liners, liever tough and fun dan dull and easy.’

‘Mijn studenten zeggen me ook dat ze veel geleerd hebben over het leven. Dat vind ik van belang, want ik vind namelijk dat een hoogleraar ook een voorbeeldfunctie heeft. Ik leer ze dat geld nooit je drijfveer mag zijn. Met geld verdienen is niets mis. Als je kijkt naar het begin van de economie als wetenschap, dan gaat het om veel meer dan alleen geld verdienen. Het welvaartsprincipe is breed, het omvat welvaart en welzijn, ontwikkeling, groei en ontplooiing. Dat raakt, en Cobbenhagen was zich daar zeer van bewust, de identiteit van deze instelling.’

Nog een wijze les van een oude rot: ‘Maak van je hobby je beroep, dan hoef je nooit te werken. En als je iets doet wat je leuk vindt, wordt je beter.’