Tilburg School of Catholic Theology

Geloof geeft te denken

Voorbij de vanzelfsprekendheid

Kees de Groot heeft vanaf de zevende verdieping van het Simon-gebouw een wijds uitzicht over de campus. Hij wil me meenemen naar een van de meer eigenzinnige gebouwen: het Academie-gebouw. Voor wie het niet weet: de voormalige tekenacademie.

‘De eerste keer dat ik in gebouw A kwam, werd ik verrast. Het ziet er aan de buitenkant al heel anders uit dan de andere gebouwen op de campus. Als je binnenkomt sta je meteen in een grote, open plek in het midden van het gebouw. Langs de wanden kan je omhoog, naar de zalen en kantoren. Je wordt uit het centrum gehaald. Kijk maar. Het is waanzinnig. Alle functionele ruimtes zitten in de marges en het centrum, deze hal, is leeg. Het is net als in een tempel of kerk: het gebouw gaat niet om jou, we wordt ondergeschikt gemaakt aan de ruimte. Ik vind dat mooi. De ruimtelijkheid van het gebouw haalt je uit het centrum en dat geeft je ruimte. Het is ook mooi dat het een studentengebouw is – studenten zitten hier, er wordt gepingpongd.’

Aan grote stalen haken hangt een enorm kunstwerk. Je weet meteen dat het een paard is, ook al ontbreken de benen en is een deel van het lijf en de kop onafgewerkt. Het beeld hing er al. Aangekochte kunst loopt het risico illustratief te zijn, vertelt De Groot, omdat het allemaal van te voren bedacht is. Dit kunstobject is bedacht binnen een andere context en dat maakt het misschien wel zo’n goed beeld voor dit gebouw. Het paard stormt zowat door de ruimte.

‘Ik houd erg van paarden. Misschien helpt dat om dit mooi te vinden. Maar er is meer. Het is een verrassend beeld: enorm, indrukwekkend, vol beweging. Het breekt door alle functionaliteit en brengt je van je stuk. Zoals het gebouw ook. Het is de universiteit in de schoot geworpen – en dat brengt me op een theologische associatie: dit werk en dit gebouw is je gegeven; het komt naar je toe. Het beeld, en hoe er naar gekeken wordt, laat mij iets zien van de spanning tussen het beheersbare, functionele en het verrassende en de onbeheersbaarheid van het onaangepaste. Ik sprak iemand die had het over anti-kunst. Maar het hangt hier wel, het is een kunstwerk. Binnen de context van de kunstcollectie van de universiteit, waar het gaat om understanding society, zou ik zeggen: dat kunnen we helemaal niet; de samenleving begrijpen en doorgronden. Ten diepste ontgaat het ons natuurlijk. We leveren hier veel economen af bijvoorbeeld, maar je hoeft het nieuws maar te volgen om te weten hoe moeilijk het is er is wezenlijks zinnigs over te zeggen.’

‘Juist voor een academie is het belangrijk om open te staan voor de werkelijkheid en voor wat je van te voren nog niet had bedacht. Dat is de spanning tussen wetenschap en management of technologie. In het laatste geval gaat het om beheren – en: dat is waardevol en vaak nodig. De basis van wetenschap is verwondering.’

‘In mijn vrije tijd ben ik speel ik graag toneel. Acteren is voor mij een manier om open te staan voor wat de werkelijkheid aanbiedt. We hebben allerlei brillen op en gaan uit van allerhande vooronderstellingen. Als acteur moet je die afzetten. Dat is een heel speelse manier van openheid, als wetenschapper is die evenzeer van belang. Je moet niet werken om in je modellen, theorieën of ideologieën bevestigd te worden.’

‘Neem het belang van economische groei bijvoorbeeld. In de master Christianity and Society worden kwesties als deze gethematiseerd. Theologen hebben de neiging normatief te denken. Economen zijn meer getraind in het zien van neveneffecten. Het vult elkaar aan. Beide rationaliteiten hebben elkaar iets te leren. Ik leer anders kijken naar een verhaal als de verering van het gouden kalf. Dat is helemaal niet zo exotisch als wellicht lijkt. De broekriem aanhalen bijvoorbeeld klinkt heel normaal en acceptabel maar het is ook te begrijpen als een offer voor economische groei. Dan wordt de vanzelfsprekendheid op de proef gesteld.’

Kees de Groot is godsdienstsocioloog en universitair docent praktische theologie en kerkopbouw van de Tilburg School of Catholic Theology.

Arnold Smeets