Tilburg University Society

Verbindt de werelden van openbaar bestuur, politiek, bedrijfsleven en wetenschap

Goed bestuur en governance in het (hoger) onderwijs

De jongste editie van Tilburg University Society 2016 had als thema ‘Goed bestuur en governance in het (hoger) onderwijs’. Sprekers waren prof. dr. Edith Hooge, vice-decaan TIAS, en de voorzitter van de Vereniging Hogescholen, Thom de Graaf. De bijeenkomst werd voorgezeten door de president van Tilburg University Society, prof. Sylvester Eijffinger.

Prof. Edith Hooge stelde dat overheidssturing in het hoger onderwijs van recente datum is. Het komt voort uit de wens van politiek en samenleving om van de hoger onderwijs instellingen een grotere bijdrage te vragen aan sociaal-economische ontwikkelingen, en om de kwaliteit van het hoger onderwijs te optimaliseren. Er is dus vooral een bedrijfseconomisch perspectief in dit overheidsbeleid en minder ruimte voor zaken die de universiteiten belangrijk vinden.

Dit zijn de dunne waarden versus dikke waarden. Dunne waarden zijn doelmatigheid en financiële continuïteit in het bestuur van de organisatie, maar het zijn vooral dikke waarden die het onderwijs dragen, zoals talentontplooiing en culturele verheffing, toegankelijkheid en het bevorderen van sociale mobiliteit en emancipatie. Met het nastreven van deze waarden tonen de hoger onderwijs instellingen dat zij ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.

Hoeders van toevertrouwde waarden

Door studenten te binden, helpen en inspireren, en daartoe de beste leer- en studeervormen te hanteren, kunnen zij een bijdrage leveren aan het verkleinen van de sociaal-economische tweedeling (constante groepen van de gevestigde orde en die aan de onderzijde van de samenleving) en het gemeenschapsideaal uitdragen.

Hoger onderwijsinstellingen zijn geen kennisfabrieken, maar hoeders van de aan hen toevertrouwde waarden van hoger onderwijs. Extern zijn bestuurders en intern toezichthouders van hoger onderwijsinstellingen het meest geëigend om die te bewaken. Zij hoeden het intellectuele en culturele leven van de natie.

Ook Thom de Graaf constateert meer controle op onderwijsbestuurders en daardoor minder speelruimte. Deze controledrang komt voort uit institutioneel wantrouwen van de overheid versus de hoger onderwijsinstellingen. Een voorbeeld hiervan zijn de prestatieafspraken. Centraal staan daarin rendementscijfers, prestatiesancties en uniforme sturing van hogerhand

Verticale sturing contraproductief

De Graaf constateert tegelijkertijd steeds meer focus van universiteiten op de kwaliteit van studeren, van regionalisatie en meer aandacht voor valorisatie. Dat is een recente ontwikkeling en het verhoudt zich moeilijk tot verticale afspraken met de overheid op basis van prestatie- of kwaliteitsafspraken. Daarom is de verticale sturing contraproductief en irrelevant.

Door de steeds hogere eisen van de overheid, ontstaat er meer spanning tussen intern en extern toezicht op hoge scholen en universiteiten. De Graaf noemt dit het critical friends syndroom, door het toenemende controle die ook nog eens meer extra werk met zich meebrengt. De invloed van raden van toezicht op intern bestuur is groter geworden. Deze worden steeds meer beschouwd als dienstverlener aan de burger en publiek belang, waarmee zij de hoger onderwijsinstellingen in de tang nemen.

Uiteindelijk doemt de vraag op: wie is de eigenaar van de hoger onderwijsinstellingen? Het antwoord daarop is in de basis: de gemeenschap zelf. Daarom moet het zwaartepunt van bestuur weer bij de universitaire gemeenschap en hoger onderwijsinstellingen zelf komen te liggen. Zij staan het dichtst bij de doelstellingen over onderwijs, onderzoek en valorisatie.

Downloads