Administratie en geld

Toelichting collegegeld 2016-2017

Aan deze toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg altijd de Regeling inschrijving en Collegegeld.

Hoeveel collegegeld moet je betalen?

Er bestaan drie verschillende collegegeldtarieven. Onder welk tarief je valt en hoeveel collegegeld je dus betaalt, hangt af van je nationaliteit, welke diploma's je eerder in het hoger onderwijs hebt behaald en welke opleiding je volgt.

Wettelijk tarief: € 1984,-

met uitzondering van de deeltijdopleidingen bachelor Theologie, master Theologie en de master Theologie & Religiewetenschappen. Hiervoor bedraagt het tarief € 1340, - voor studenten die nog onder de overgangsregeling vallen (d.w.z. sinds september 2012 ononderbroken ingeschreven zijn geweest voor deze deeltijdopleiding).

Premaster tarief: vergoeding per vak € 198,- per 6 EC

Premasterstudenten worden in de bachelor ingeschreven en betalen een vergoeding per vak. Het totaal bedrag is afhankelijk van het aantal vakken dat de examencommissie heeft vastgesteld als premasterprogramma. Voor andere vakken dan de vastgestelde premastervakken moet de premasterstudent zich apart inschrijven en betaalt ook daarvoor cursusgeld per vak.

Zie voor meer informatie de toelichting op de premaster pagina.

Instellingstarief:

  • € 8300,- voor een bacheloropleiding
  • € 14.000,- voor een masteropleiding

Voor sommige opleidingen gelden lagere tarieven, zie voor meer informatie de tabellen met instellingstarieven.

Faculteiten kunnen een waiver (korting) toekennen, waardoor het tarief uiteindelijk lager uitvalt. In sommige gevallen zelfs een waiver tot aan het wettelijk tarief (€ 1984,-). Voor meer informatie hierover, zie elders op deze pagina onder het kopje Wanneer krijg je een waiver en voor welk bedrag?

Wanneer betaal je het wettelijk tarief?

1. Wanneer je de nationaliteit hebt van een EER-land*, Zwitserland, Suriname of onder bepaalde voorwaarden Turkije. Zie artikel 9 van de Regeling.

*België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, IJsland en Zweden.

Uitzondering: Studenten die begeleid worden door het UAF betalen een instellingstarief gelijk aan het wettelijk tarief (€ 1984,-).

2. én wanneer je na 31 augustus 1991 geen (HBO of WO) bachelor-, master- of doctoraaldiploma hebt behaald in Nederland (bij inschrijving voor een bacheloropleiding. Óf na 31 augustus 1991 geen mastergraad of doctoraal diploma hebt behaald in Nederland (bij inschrijving voor een masteropleiding).

Uitzondering 1: wanneer je al een bachelor- resp. masterdiploma hebt en je schrijft je voor het eerst in voor een tweede bachelor- resp. masteropleiding die valt onder de CROHO-labels Onderwijs of Gezondheid, dan betaal je toch het wettelijk tarief. In Tilburg geldt dit alleen voor de educatieve masters (lerarenopleidingen) of de master medische psychologie. Dit geldt voor het collegejaar 2016-17. Vanaf 2017-18 betaal je instellingstarief voor een tweede opleiding in Gezondheid of Onderwijs, als je al een diploma hebt in de sector Onderwijs resp. Gezondheid.

Uitzondering 2: wanneer je volgtijdelijk inschrijft voor een tweede opleiding (dus ná het behalen van je bachelor- c.q. masterdiploma inschrijven voor een tweede bachelor c.q. masteropleiding), dan betaal je instellingstarief.  Wanneer je tegelijkertijd inschrijft voor een tweede opleiding (dus nog vóór het behalen van je diploma), blijf je bij ononderbroken inschrijving het wettelijk tarief betalen voor de tweede opleiding, ook al ben je inmiddels afgestudeerd voor de eerste opleiding.

Let op: voor een premasterprogramma moet je je inschrijven voor een bacheloropleiding. Omdat een premaster geen opleiding is, maar een deficiëntieprogramma, betaal je geen collegegeld, maar een vergoeding. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal studiepunten van de vakken die je moet volgen om toelaatbaar te zijn voor de master. Zie voor meer informatie de toelichting op de premaster pagina.

Waarom verschillende tarieven en waarop zijn die gebaseerd?

In de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek is vastgelegd dat een student voor het initieel onderwijs wettelijk collegegeld of instellingscollegegeld verschuldigd is. Voor de meeste studenten geldt het wettelijk collegegeld. De hoogte daarvan wordt door de minister bepaald.

Studenten die een tweede bachelor- of masteropleiding gaan volgen nadat ze eerder een bachelor- of masterdiploma hebben behaald, alsmede studenten van buiten de Europese Economische Ruimte, betalen instellingscollegegeld. Deze tarieven worden vastgesteld door het College van Bestuur na advies van de Universiteitsraad.

In principe zijn de instellingstarieven van Tilburg University gebaseerd op de integrale kosten van het initieel onderwijs in de bachelor- en masteropleidingen. Uit marketingoverwegingen kan daarvan voor sommige opleidingen worden afgeweken. Daarnaast kunnen faculteiten aan zeer veelbelovende studenten een korting (waiver) aanbieden. Het instellingstarief mag niet lager zijn dan het volledige wettelijke tarief. De inkomenspositie van studenten speelt geen rol bij de hoogte van de tarieven. Hiervoor bestaan beursverstrekkende organisaties waar studenten terecht kunnen.

Studenten die in het bezit zijn van een HBO-bachelor diploma en die voor de doorstroming naar een verwante masteropleiding een deficiëntieprogramma moeten volgen, betalen een vergoeding. De hoogte daarvan is afhankelijk van de studielast in EC. Voor het gedeelte tot 30 EC geldt dat een overeenkomstig deel van het wettelijke collegegeld verschuldigd is; voor het gedeelte van 30 EC tot en met 60 EC is een vermenigvuldigingsfactor tot maximaal 2 toegestaan.

Studenten ontvangen na het behalen van hun masterdiploma aan Tilburg University kennisbonnen voor in totaal 12 EC. Hiermee kunnen tot vijf jaar na afstuderen gratis aanschuifcursussen worden gevolgd die deel uitmaken van het reguliere studieprogramma.

Waarop is de hoogte van het instellingstarief gebaseerd?

Het beleid voor het instellingscollegegeld is gebaseerd op de volgende uitgangspunten.

De universiteit krijgt van het ministerie van OC&W een vergoeding voor de gemaakte kosten. Dit heet ‘bekostiging’. De universiteit wordt bekostigd voor studenten die onder het wettelijk collegegeld vallen (2016/17: € 1984,-).

De niet door OC&W bekostigde studenten zijn voor het merendeel studenten die van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) afkomstig zijn en daarnaast (EER) studenten die zich aansluitend voor een tweede opleiding inschrijven om een tweede diploma te halen (dit zijn studenten met een ‘graadverleden’). Aan deze studenten mag de universiteit (volgens de wet) een instellingstarief vragen om haar kosten te dekken. Dit instellingstarief mag hoger zijn dan het wettelijk collegegeld.

In principe zijn de instellingstarieven gebaseerd op de integrale kostprijs van het regulier onderwijs. Uit marketingoverwegingen kan daarvan voor sommige opleidingen worden afgeweken. Daarnaast kunnen faculteiten aan zeer veelbelovende studenten een individuele korting (waiver) aanbieden. In alle gevallen vormt het wettelijk collegegeld voor de voltijdstudent (2016/17: € 1984,-) de ondergrens. De inkomenspositie van studenten speelt geen rol bij de hoogte van de instellingscollegegelden. Hiervoor bestaan beursverstrekkende organisaties waar studenten terecht kunnen.  

De maximum instellingstarieven zijn ook in lijn met de vergoedingen die Tilburg University ontvangt voor extern bekostigde studenten in de vorm van variabele rijksbijdrage en het wettelijk collegegeld.

Studenten ontvangen na het behalen van hun masterdiploma aan Tilburg University kennisbonnen voor in totaal 12 EC. Hiermee kunnen tot vijf jaar na afstuderen gratis aanschuifcursussen worden gevolgd die deel uitmaken van het reguliere studieprogramma.  

Wanneer krijg je een waiver en voor welk bedrag?

Faculteiten kunnen per opleiding een waiver (korting) toekennen op het instellingscollegegeld. Deze waivers worden individueel toegekend op basis van kwaliteitscriteria.

Voor informatie over en het aanvragen van een waiver kun je mailen naar:

Premaster programma's

Studenten die nog niet toelaatbaar zijn voor een masteropleiding, kunnen hun deficiënties opheffen door het behalen van een aantal bachelor vakken in een door de examencommissie vastgesteld premasterprogramma.

Premasterstudenten betalen hiervoor geen collegegeld maar een vergoeding. Zij worden wel ingeschreven in een bacheloropleiding en hebben derhalve ook recht op studiefinanciering, voor zover hun rechten nog niet zijn verbruikt tijdens een eerdere opleiding. Voor de meeste studenten met een HBO-diploma is dat slechts een lening en een OV-kaart (mits zij die nog geen vijf jaar hebben gehad).

De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de omvang van het premasterprogramma, zoals dat door de examencommissie is vastgesteld, uitgedrukt in EC (European Credits). EER en niet-EER studenten betalen hetzelfde tarief. De hoogte boven de 30 EC varieert per faculteit. Zie het tarievenoverzicht per faculteit.

Premasterstudenten die gelijktijdig zijn ingeschreven voor een opleiding waarvoor zij het wettelijk tarief betalen, zijn vrijgesteld van het betalen van een vergoeding voor een premasterprogramma.

Een student die per 1 september ingeschreven staat voor een premasterprogramma en na september een opleiding start, betaalt zowel de vergoeding als het collegegeld.

Wanneer een student al eerder voor een premasterprogramma is ingeschreven, dan wordt de hoogte van de vergoeding opnieuw vastgesteld op basis van het aantal nog te behalen studiepunten op 1 september 2015.

Wanneer een premasterstudent andere vakken wil volgen dan de door de Examencommissie vastgestelde vakken, dan moet hij zich daarvoor inschrijven als contractstudent (aanmelden bij de Student Desk). Hij betaalt daarvoor €198 per 6 EC plus € 41,50 administratiekosten. Dit bedrag staat gelijk aan 1/10 deel van het wettelijk tarief voor 60 EC (€ 1984,-).

Let op!

  • Wanneer je klaar bent met je premastervakken vóór het einde van het studiejaar of wanneer je je wil uitschrijven, dan ontvang je GEEN restitutie van de vergoeding.
  • Wanneer je de premastervakken niet haalt binnen het studiejaar, dan betaal je het daaropvolgende studiejaar opnieuw voor de vakken die je nog niet gehaald hebt (de resterende vakken).

Collegegeld bij meerdere inschrijvingen

Wanneer je voor meerdere opleidingen tegelijk inschrijft, zijn de twee hoofdregels als volgt:

  1. Voor alle opleidingen waarvoor je in 2016/17 wettelijk tarief betaalt, betaal je slechts eenmaal het hoogste wettelijk tarief (€ 1984,-) voor alle opleidingen samen.
  2. Wanneer je instellingstarief betaalt (tweede opleiding of op grond van nationaliteit), betaal je per opleiding het daarvoor vastgestelde instellingstarief.

Op deze regel zijn twee uitzonderingen:

  1. EER-studenten: wanneer je voor een tweede opleiding inschrijft, terwijl je de eerste nog niet hebt afgerond, valt de tweede opleiding onder het wettelijk tarief en hoef je daar dus niet extra voor te betalen (hoofdregel 1). Zodra je het diploma haalt van de eerste opleiding, blijf je voor de tweede opleiding het wettelijk tarief betalen totdat je je diploma haalt, mits je je inschrijving niet meer onderbreekt.
  2. Niet-EER-studenten: in tegenstelling tot hoofdregel 2, betaal je bij inschrijving in bachelor én master slechts eenmaal het instellingstarief voor de master, wanneer je de bachelor nog niet afgerond hebt en je hebt toestemming om aan de master te beginnen. Je moet je dan wel inschrijven voor de bachelor waarvoor je in studiejaar 2015/16 ook was ingeschreven, ten einde in het studiejaar 2015/16 die bachelor af te ronden. Zie artikel 16, vierde lid.

Reductie en restitutie collegegeld

Wanneer je later in het studiejaar inschrijft, dan betaal je het collegegeld naar rato van het aantal maanden. Bijvoorbeeld inschrijving per februari = 7/12 van het wettelijk tarief (februari t/m augustus). Ook een eventuele waiver is dan, naar rato, in dit voorbeeld 7/12 van het waiverbedrag voor het volledige tarief.

Alleen masteropleidingen kennen een startmoment op 1 februari. Zie het tarievenoverzicht bij inschrijving per 1 februari in tabel 1b op pagina 7 van de Regeling Inschrijving en collegegeld.

Bij uitschrijving wordt automatisch het teveel betaalde collegegeld vanaf de maand van uitschrijving gerestitueerd of verrekend met de termijnbetalingen. De restitutie bedraagt x/12 van het collegegeld dat je betaald hebt, waarbij x het aantal resterende maanden van het collegejaar is. Wanneer je in juni uitschrijft, dan krijg je geen restitutie meer over de maanden juli en augustus.

Voorbeeld 1: je bent ingeschreven vanaf september en je schrijft je uit per 1 maart. Je ontvangt 6/12 van het collegegeld terug (maart t/m augustus).

Voorbeeld 2: je bent ingeschreven vanaf 1 oktober (en betaalt 11/12) en je studeert af op 15 juni. Je kunt je pas uitschrijven per eerste van de volgende maand: 1 juli. Je ontvangt geen restitutie.

Bij voortijdige beëindiging van een premaster programma, krijg je geen restitutie. Voor een premaster betaal je namelijk geen collegegeld, maar een vergoeding per vak per collegejaar. Dat wordt niet gerestitueerd wanneer je eerder stopt met de premaster.