Toelichting collegegeld 2011-2012
Hoeveel collegegeld moet je betalen?Vanaf 1 september 2011 zijn de tarieven als gevolg van een wetswijziging ingrijpend gewijzigd.
Er bestaan verschillende collegegeldtarieven:
- Wettelijk tarief, onderverdeeld in een wettelijk tarief (€1150,- of € 1713,-) en een verhoogd wettelijk tarief (het wettelijk tarief, vermeerderd met de langstudeerdersopslag*)
- Instellingstarief, onderverdeeld in een laag tarief (€ 1150,- of € 1713,-) en een hoog tarief (afhankelijk van de opleiding).
* Dit heeft voor collegejaar 2011-2012 nog geen financiële gevolgen.
Onder welk tarief je valt en hoeveel collegegeld je dus betaalt, hangt af van onder andere je nationaliteit, woonplaats, welke diploma's je eerder (vanaf 1991) in het hoger onderwijs (HBO en WO) hebt behaald en hoe lang je al studeert.
In de Regeling zijn studenten onderverdeeld in 2 categorieën:
- EER-studenten
Hieronder vallen studenten die de nationaliteit hebben van een van de landen van de Europese Economische Ruimte (België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, IJsland en Zweden).
Studenten met de Zwitserse of Surinaamse nationaliteit worden voor wat betreft de indelingscategorie hieraan gelijkgesteld; studenten met een Turkse nationaliteit worden hieraan onder voorwaarden gelijkgesteld.*
In de regeling en de toelichting wordt steeds gesproken over ‘EER-studenten’. Daarmee wordt de gehele groep van studenten die hierboven is genoemd bedoeld (dus ook de Zwitserse en Surinaamse studenten; Turkse studenten onder voorwaarden).
De hoofdstukken 1, 2, 3, 5, 7, 9, 10 en 11 van de Regeling zijn van toepassing.
* Studenten met de Turkse nationaliteit vallen, op basis van het Associatiebesluit 1/80, onder bepaalde voorwaarden onder het wettelijke tarief. Slechts kinderen van (voormalige) werknemers (in loondienst) die in een lidstaat wonen waar zij werken of gewerkt hebben, worden ingeschreven tegen het wettelijke tarief. (Kinderen van Turkse onderdanen die in Nederland economisch actief zijn maar niet in Nederland wonen en kinderen van Turkse zelfstandigen, maken derhalve geen aanspraak op inschrijving tegen het wettelijke tarief.) Indien een student valt onder deze voorwaarden en derhalve aanspraak maakt op inschrijving tegen het wettelijk tarief, op basis van dit artikel, dient hij dit te melden bij de Studentenadministratie onder overlegging van bewijsstukken. - Niet-EER-studenten
Alle studenten die niet onder de categorie EER-studenten vallen, zijn niet-EER-studenten.
De hoofdstukken 1, 2, 4, 5, 8, 9, 10 en 11 van de Regeling zijn van toepassing.
Niet-EER-studenten
Niet-EER-studenten zijn het verhoogde instellingstarief verschuldigd, dat per opleiding is vastgesteld (zie tarieven
)
Voor cliënten van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, die onder het instellingstarief vallen, geldt een uitzondering. Voor een eerste bachelor- en masteropleiding is voor deze groep studenten het instellingstarief vastgesteld ter hoogte van het wettelijke tarief.
Indien je je tegelijkertijd inschrijft voor meerdere opleidingen aan Tilburg University tegen instellingstarief, betaal je per opleiding het instellingstarief.
Hierop is een uitzondering gemaakt: als je je bachelordiploma nog moet behalen, maar wel toestemming hebt om met een (daarop aansluitende) masteropleiding te beginnen, betaal je éénmaal het hoogst verschuldigde instellingstarief. Je moet je dan per 1 september inschrijven voor een masteropleiding en tegelijkertijd voor de bacheloropleiding (waarvan je het diploma nog moet behalen).
EER-studenten
Voor EER-studenten bestaan er verschillende tarieven:
- het wettelijk tarief (laag en hoog)
- het instellingstarief (laag en hoog).
EER 1. Wanneer betaal je het wettelijke tarief?
Je betaalt het wettelijke tarief indien je aan de volgende vereisten voldoet:
- je bezit de nationaliteit van een van de lidstaten van de EER, Zwitserland, Suriname, of, onder voorwaarden, Turkije
én
- je woont vanaf het begin van het collegejaar (1 september) in Nederland, België, Luxemburg of een van de deelstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland. Dit wordt ook wel het ‘woonplaatsvereiste’ genoemd.
én
- je schrijft je in voor een bacheloropleiding en hebt niet eerder een bachelor-, master- of doctoraaldiploma behaald (bachelor-, master- en doctoraaldiploma's behaald vóór 1991 tellen niet mee),
of
- je schrijft je in voor een masteropleiding en hebt niet eerder een Nederlandse mastergraad of doctoraal diploma behaald (master- en doctoraaldiploma's behaald vóór 1991 en buiten Nederland behaald, tellen niet mee),
Dit betekent dat indien je na 1990 wel een bachelordiploma hebt behaald en je schrijft je nogmaals in voor een bacheloropleiding of je hebt een masterdiploma behaald, en je schrijft je nogmaals in voor een masteropleiding je niet valt onder het wettelijke tarief. Hierop is een uitzondering gemaakt: als de tweede opleiding waarvoor je inschrijft je eerste opleiding binnen de sector Onderwijs (bijvoorbeeld een lerarenopleiding) of je eerste opleiding binnen het de sector Gezondheid (bijvoorbeeld de masteropleiding Medische psychologie) is, val je wel onder het wettelijke tarief. Indien het niet duidelijk is of de door jou gekozen opleiding hier onder valt kun je contact opnemen met de studieadviseur van je faculteit.
Je kunt het ook zelf opzoeken in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs: CROHO
.
- je schrijft je in voor een bacheloropleiding en hebt niet eerder een bachelor-, master- of doctoraaldiploma behaald (bachelor-, master- en doctoraaldiploma's behaald vóór 1991 tellen niet mee),
Indien je voldoet aan deze voorwaarden betaal je wettelijke tarief. Klik hier voor de tarieven en nadere uitleg daarover.
EER 2. Wanneer betaal je het instellingstarief?
Iedere EER-student die niet voldoet aan de vereisten (die hierboven uiteen zijn gezet) om voor het wettelijke tarief in aanmerking te komen (je schrijft je bijvoorbeeld in voor een bacheloropleiding terwijl je al een bachelorgraad hebt behaald of schrijft je in voor een masteropleiding terwijl je al een mastergraad hebt behaald, of je voldoet niet aan het woonplaatsvereiste) is het instellingstarief verschuldigd. Zie hieronder voor de tarieven en nadere uitleg daarover.
EER 3. De verschillende tarieven toegelicht
Wettelijk tarief: indien je voldoet aan de voorwaarden om voor het wettelijke tarief in aanmerking te komen, kan het lage wettelijke tarief of het verhoogde wettelijke tarief op jou van toepassing zijn.
- Laag wettelijk tarief
Het lage wettelijke tarief bedraagt in principe € 1.713, met uitzondering van de volgende deeltijdopleidingen: bacheloropleiding Religie in Samenleving en Cultuur (code 50406), masteropleiding Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de 1e graad in Religie in Samenleving en Cultuur (code 60403), bacheloropleiding Theologie (code 56109), masteropleiding Theologie (code 60257), masteropleiding Theologie & Religiewetenschappen (code 60824). Voor deze deeltijdopleidingen bedraagt het lage wettelijke tarief € 1.150,- - Verhoogd wettelijk tarief
Indien je valt onder het wettelijke tarief en je doet langer dan de nominale studieduur van het curriculum plus één jaar over je studie, ben je “langstudeerder” en is het verhoogd wettelijk tarief op je van toepassing.
Als je je voor het vijfde jaar inschrijft aan een bacheloropleiding van 180 ECTS, voor het derde jaar aan een opleiding van 60 ECTS of voor het vierde jaar aan een tweejarige masteropleiding/researchmasteropleiding van 120 ECTS sta je geregistreerd als langstudeerder. Er wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen voltijd- of deeltijdstudenten.
Let op: het totale aantal jaren dat je ingeschreven bent geweest aan een bacheloropleiding wordt meegenomen bij de berekening of je langstudeerder bent aan een bacheloropleiding en het totale aantal jaren dat je ingeschreven bent geweest aan een masteropleiding wordt meegenomen bij de berekening of je langstudeerder bent aan een masteropleiding. Dit betekent dat indien je een jaar ingeschreven bent geweest aan een bacheloropleiding, en daarna bent overgestapt naar een andere bacheloropleiding (bijvoorbeeld omdat de opleiding niet beviel of je een negatief BSA kreeg), dat jaar wel meetelt voor de berekening. Indien je langstudeerder bent aan een bacheloropleiding, je behaalt voor deze opleiding je diploma en je begint vervolgens aan een (eerste) masteropleiding, begin je weer met een schone lei qua telling van studiejaren.Voor het collegejaar 2011-2012 heeft de langstudeerdersmaatregel nog geen financiële gevolgen: de verhoging van het collegegeld is voor dit jaar vastgesteld op een bedrag van nul euro. Let op: het kan voor volgende collegejaren wel financiële consequenties hebben, afhankelijk van wat de wetgever hieromtrent bepaalt.
De langstudeerdersopslag is in de wet bepaald op € 3000, een bedrag dat jaarlijks wordt geïndexeerd. Het verhoogde wettelijk tarief op 1 september 2012 bedraagt € 4834,- (wettelijk tarief € 1771 plus opslag € 3063).
Meer informatie langstudeerdersmaatregel
.
Instellingstarief: Indien je niet voldoet aan de voorwaarden voor het wettelijke tarief betaal je het instellingstarief.
- Laag instellingstarief
Voor het collegejaar 2011-2012 is het tarief voor EER-studenten, die niet (meer) vallen onder het wettelijke tarief en die derhalve het instellingstarief moeten betalen, vastgesteld op € 1.713, met uitzondering de volgende bacheloropleidingen:- bacheloropleiding Religie in Samenleving en Cultuur (code 50406),
- masteropleiding Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de 1e graad in Religie in Samenleving en Cultuur (code 60403),
- bacheloropleiding Theologie (code 56109),
- masteropleiding Theologie (code 60257),
- masteropleiding Theologie & Religiewetenschappen (code 60824).
Let op: vanaf een bepaalde datum, afhankelijk van de duur van de opleiding(en) die je volgt, zie opleidingenoverzicht
zal dit instellingstarief worden verhoogd! Vanaf de datum behorend bij jouw opleiding, genoemd in het schema, zal er nog slechts één hoog tarief voor deze opleiding bestaan.
- Verhoogd instellingstarief
Het verhoogd instellingstarief zal aan EER-studenten komend collegejaar nog niet in rekening worden gebracht. Afhankelijk van de nominale duur van het curriculum van de opleiding die je volgt (het totale aantal ECTS gedeeld door 60), zijn data vastgesteld waarop dit instellingstarief zal worden verhoogd. Het is aan te raden voor de opleiding(en) die je volgt na te gaan hoe lang je nog kunt studeren tegen het lage instellingstarief (zie tarieven
). Na de voor jouw opleiding bepaalde datum, zal het tarief namelijk aanzienlijk stijgen en ga je net zoveel betalen als de Niet-EER-studenten. De tarieven die Niet-EER-studenten betalen kun je hier vinden. Daarbij wordt niet gekeken naar wanneer je met de opleiding bent begonnen.NB. Indien je het instellingstarief betaalt, betaal je geen boete wanneer je “langstudeerder” zou zijn. De wetgeving voor langstudeerders is alleen van toepassing op studenten die het wettelijke tarief zijn verschuldigd.
Inschrijving in premasterprogramma voor EER-studenten
(Premastertarieven voor niet-EER-studenten zie tarieven voor niet-EER-studenten)Indien je niet rechtstreeks tot een masteropleiding kunt worden toegelaten, maar eerst een deficiëntie dient weg te werken, is het soms mogelijk (indien dat door de faculteit zo is bepaald) in te stromen in een premaster. Je wordt dan ingeschreven als bachelorstudent. Welk tarief je betaalt is afhankelijk van je situatie.
- Premaster: nog geen mastergraad behaald
Indien je je inschrijft voor een premaster, na een HBO-opleiding te hebben afgerond en zonder dat je in het bezit bent van een mastergraad, betaal je het lage instellingstarief van € 1.713,-. - Premaster: na een WO-bachelor of reeds mastergraad behaald
Indien je je inschrijft voor een premaster, of eenspecifiek op jouw situatie afgestemd programma ter voorbereiding op een masteropleiding, nadat je een WO-bacheloropleiding of een WO-masteropleiding hebt afgerond, betaal je voor deze inschrijving het lage instellingstarief van € 1.713,-. Dit tarief zal ter hoogte van het wettelijk tarief blijven tot en met collegejaar 2013-2014. Vanaf collegejaar 2014-2015 zal voor studenten die een deficiëntie willen wegwerken maar reeds een WO-bachelorof mastergraad hebben behaald het verhoogde instellingstarief in rekening worden gebracht (zie tarievenlijst), ongeacht wanneer je met de opleiding bent begonnen.
Studenten die een premasterprogramma volgen, worden ingeschreven in de bachelorfase. Het betreft een inschrijvingsvorm die niet leidt tot een bachelordiploma; deze inschrijvingsjaren tellen niet mee voor de langstudeerdersmaatregel.
Omdat studenten met een HBO- of WO-bachelordiploma voor de tweede keer in het bachelor opleiding (voor een premasterprogramma) worden ingeschreven, geldt hiervoor het instellingstarief. Op Tilburg University is het instellingstarief voor een premaster echter gelijk aan het wettelijk tarief.
Bij inschrijving voor een (eerste) masteropleiding tellen de inschrijvingsjaren wel mee voor de langstudeerdersmaatregel. Dan geldt de regel: je betaalt wettelijk tarief gedurende de cursusduur plus één jaar. Hierbij is de curususduur één jaar voor iedere 60 etcs.
Premasterstudenten 2010-11
Premasterstudenten stonden in 2010-11 nog in de masterfase ingeschreven. Zij hebben dus al een masterjaar verbruikt en kunnen nog maar één jaar in de masteropleiding woren ingeschreven tegen wettelijk tarief. In het tweede jaar (bij een één-jarige master) of in het derde jaar (bij een tweejarige master) moeten zij het verhoogd wettelijk tarief betalen (langstudeerdersopslag).
Studenten die in 2011-12 nog niet tot de master worden toegelaten, worden in de bachelorfase ingeschreven om hun premasterprogramma af te ronden. Daarna hebben ook zij alleen nog de nominale studieduur over om de master tegen wettelijk tarief af te ronden.
Meerdere inschrijvingen EER-student
Als je je voor meerdere opleidingen tegelijk inschrijft kan dit consequenties hebben voor het bedrag collegegeld dat je moet betalen.
- Meerdere inschrijvingen tegen wettelijk tarief
Indien je aan Tilburg University, of een andere instelling voor hoger onderwijs, meerdere opleidingen volgt, en je voldoet voor al deze opleidingen aan de vereisten die gelden om in aanmerking te komen voor het wettelijke tarief, dan betaal je eenmaal het hoogste wettelijke tarief (€ 1.150,- of € 1.713,-). In de komende jaren kan er een langstudeerdersopslag bovenop dit tarief gaan gelden, indien je langstudeerder bent. Indien je voor twee opleidingen waarvoor je het wettelijke tarief verschuldigd bent, langstudeerder bent, zul je waarschijnlijk slechts eenmaal de langstudeerdersopslag moeten voldoen (afhankelijk van wat de wetgever hieromtrent zal bepalen).Voorbeelden:
- Indien je twee opleidingen volgt waarvoor je €1.713,- verschuldigd bent, betaal je eenmaal €1.713,-.
- Als je een bacheloropleiding volgt waarvoor je € 1.713,- verschuldigd bent, en je volgt ook nog een deeltijdopleiding waarvoor je € 1.150,- verschuldigd zou zijn, moet je eenmaal € 1.713,- betalen.
- Indien je twee deeltijdopleidingen volgt waarvoor je voor elk € 1.150,- verschuldigd zou zijn, moet je eenmaal € 1.150,- betalen.
- Meerdere inschrijvingen tegen wettelijk tarief en instellingstarief
Indien je je inschrijft aan een opleiding waarvoor je het wettelijk tarief verschuldigd bent, en tegelijkertijd aan een opleiding waarvoor je instellingstarief verschuldigd bent, betaal je eenmaal het wettelijke tarief (€ 1.150 of € 1.713,-). Dit tarief kan eventueel worden vermeerderd met de langstudeerdersopslag, indien je langstudeerder bent. Vanaf een bepaalde datum (zie data
), afhankelijk van de duur van het curriculum van de opleiding, zul je eenmaal het verschuldigde wettelijke tarief moeten betalen (eventueel vermeerderd met de langstudeerdersopslag, indien je voor die opleiding langstudeerder bent), en daarnaast per opleiding waarvoor je het instellingstarief verschuldigd bent het voor die opleiding vastgestelde instellingstarief.
- Meerdere inschrijvingen tegen instellingstarief
Indien je je inschrijft aan meerdere opleidingen waarvoor je het instellingstarief bent verschuldigd, dan betaal je in collegejaar 2011-2012 éénmaal het instellingstarief (€ 1.150 of € 1.713,-). Deze regel geldt tot een bepaalde datum (zie data
). Na het verstrijken van de datum behorend bij de opleiding die je volgt, betaal je voor die opleiding het verhoogde instellingstarief. Indien je twee opleidingen volgt waarvoor je instellingstarief bent verschuldigd, betaal je na het verstrijken van de laatste datum van een van deze twee opleidingen het verhoogde instellingstarief per opleiding.
Hierop is een uitzondering gemaakt: als je een bacheloropleiding volgt tegen instellingstarief en je hebt toestemming om met een (aansluitende) masteropleiding te beginnen (waarvoor je eveneens het hoge instellingstarief verschuldigd bent), voordat je je bachelordiploma hebt behaald, betaal je slechts eenmaal het hoogst verschuldigde instellingstarief, wanneer je je per 1 september van dat jaar inschrijft voor een masteropleiding en tegelijkertijd voor de bacheloropleiding waarvoor je in het voorafgaande collegejaar ook was ingeschreven.
Voorbeelden:
- Je hebt reeds een masterdiploma gehaald, maar je schrijft je nogmaals in voor een eenjarige masteropleiding van 60 ECTS en tegelijkertijd voor een tweejarige masteropleiding van 120 ECTS. In het datumoverzicht kun je zien dat voor de eenjarige masteropleiding per 01-09-2013 het verhoogde tarief zal gaan gelden, en voor je tweejarige masteropleiding per 01-09-2014. Vanaf 01-09-2013 zul je eenmaal het verhoogde tarief moeten betalen zoals dat is vastgesteld voor die opleiding. Daarbovenop betaal je voor de tweejarige masteropleiding het lage instellingstarief van € 1713,-. Vanaf 01-09-2014 zal per opleiding het verhoogde instellingstarief moeten worden betaald.
- Je hebt reeds een bachelor- en een masterdiploma behaald en je schrijft je tegelijkertijd in voor een tweede bacheloropleiding en een tweede (eenjarige) masteropleiding. In het datumoverzicht kun je zien dat voor de bacheloropleiding per 01-09-2015 het verhoogde tarief zal gaan gelden, en voor je eenjarige masteropleiding per 01-09-2013. Vanaf 01-09-2013 zul je eenmaal het verhoogde tarief moeten betalen zoals dat is vastgesteld voor de eenjarige masteropleiding. Daarbovenop betaal je voor de bacheloropleiding het lage instellingstarief van € 1713,-. Vanaf 01-09-2015 zal per opleiding het verhoogde instellingstarief moeten worden betaald.
- Je hebt reeds een bachelordiploma behaald en je schrijft je tegelijkertijd in voor 2 bacheloropleidingen. In het datumoverzicht kun je zien dat voor de bacheloropleiding per 01-09-2015 het verhoogde tarief zal gaan gelden. Tot en met collegejaar 2014-2015 betaal je slechts éénmaal het lage instellingstarief. Vanaf 01-09-2015 betaal je per opleiding het verhoogde instellingstarief.
Zie ook
- Inschrijvingsprocedures
Disclaimer
Deze toelichting dient slechts als handleiding bij het lezen van de Regeling Inschrijving en collegegeld 2011-2012. De tekst van de Regeling is altijd leidend. Indien er onduidelijkheden bestaan bij het lezen van de Regeling of deze toelichting, word je geadviseerd een medewerker te raadplegen (Student Desk, Academia gebouw, A 301).
Geen EER-nationaliteit?
In sommmige gevallen kan een student die niet de nationaliteit van een EER-land heeft, toch in aanmerking komen studiefinanciering. Als dat het geval is, wordt de student gelijkgesteld aan een EER-student. Of je recht hebt op studiefinanciering, kun je uitzoeken m.b.v. het nationaliteitenschema
van DUO/IB-groep.

