Onderwijs- en Examenregelingen
De faculteiten zijn verplicht voor hun opleidingen een Onderwijs- en examenregeling (OER) vast te stellen. Deze bevat de hoofdzaken van het onderwijs en de examinering, en vormt daarmee het basisdocument voor student en docent.
Wat staat er in de OER?
In de Onderwijs- en examenregeling komen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde:
- de inhoud van de opleiding en de daaraan verbonden examens, het aantal en de volgtijdelijkheid van de tentamens alsmede de momenten waarop deze afgelegd kunnen worden;
- de wijze waarop de tentamens worden afgenomen (mondeling, schriftelijk of op andere wijze);
- de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde examenonderdelen;
- het recht op inzage en nabespreking.
Daarnaast bevat de wet nog enkele "losse" opdrachten, bijvoorbeeld:
- Toetsing kennis Nederlandse taal in geval van buitenlandse vooropleiding;
- Eisen bij zogenaamd colloquium doctum (toelatingsexamen).
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek maakt onderscheid tussen onderwijs- en examenregelingen en regels en richtlijnen van de examencommissie. In de regels en richtlijnen van de examencommissie worden onder andere de volgende onderwerpen geregeld:
- de aanmelding voor tentamens en examens;
- regels betreffende de orde tijdens het afnemen c.q. afleggen van de tentamens en examens;
- regels die betrekking hebben op maatregelen bij frauduleus handelen van de examinandus;
- de beoordeling van de tentamens en de examens (judicium).












Global / English
Nederlands / Dutch