Studie en studentenleven

SPSS: Beschrijvende of toetsende statistiek?

Beschrijvende statistiek

Beschrijvende statistiek gebruik je om meer informatie over de variabelen in je datamatrix te verkrijgen: over hoe de scores verdeeld zijn, wat het gemiddelde is, wat de hoogste en laagste score is of hoe vaak een bepaald antwoord is gegeven. Met behulp van beschrijvende statistiek maak je de ruwe data (alle scores van de onderzoekseenheden op alle variabelen) overzichtelijker; je karakteriseert de data met behulp van een beperkt aantal kengetallen.

Meer informatie over beschrijvende statistiek bij één variabele kun je hier vinden. Voor het toepassen van beschrijvende statistiek bij vragen met meervoudige antwoorden (respondenten kunnen meer dan 1 antwoord per vraag geven), kan in SPSS gebruik worden gemaakt van <Multiple Response Tables>.

Toetsende statistiek

Toetsende statistiek gebruik je wanneer in je hypothese iets staat over verschil of samenhang, zoals bijvoorbeeld "zijn jongens van zeven jaar beter in taal dan meisjes van zeven?" of "hoe jonger je bent hoe meer kans je hebt op een auto-ongeluk?". Het is belangrijk om nu al te bepalen of je samenhang wilt toetsen of verschillen of een combinatie van beide. Deze keuze is straks namelijk bepalend voor de analyse-techniek die je kunt toepassen.

Sommige technieken kun je alleen toepassen als je verschil wilt toetsen, bijvoorbeeld t-toetsen of (M)ANOVA. Andere technieken zijn alleen toe te passen als je de samenhang wilt weten en eventueel toetsen, bijvoorbeeld factoranalyse, tabelanalyse of (het toetsen van) een correlatiecoëfficiënt. Er zijn ook technieken waarbij zowel samenhang als verschil kan worden getoetst. Een voorbeeld hiervan is regressie-analyse. In het vragenschema dat straks volgt zal niet staan of de techniek verschil of samenhang toetst. Informatie hierover kun je vinden bij de (uitgebreide) beschrijving van een techniek.