Studie en studentenleven

Inschrijving en daaraan verbonden rechten en verplichtingen (H2 Studentenstatuut)

2.1 Toelating inschrijving op grond van buitenlandse vooropleiding

Studenten die hun vooropleiding in het buitenland hebben afgesloten, moeten aantonen voldoende kennis van de Nederlandse taal te bezitten om het onderwijs met vrucht te kunnen volgen. In de Onderwijs- en Examenregeling wordt geregeld onder welke voorwaarden deze studenten worden toegelaten (art. 7.28 lid 2 WHW).

De eis van voldoende kennis van de Nederlandse taal geldt niet voor opleidingen die volledig in de Engelse taal worden aangeboden.

2.2 Inschrijving

2.2.1

Het College van Bestuur verstrekt zodanige informatie aan studenten en aanstaande studenten over de instelling, het te volgen onderwijs in algemene zin, de differentiatie in het opleidingenaanbod, de selectie van studenten en de opleidingsnamen dat het die personen in staat stelt opleidingsmogelijkheden te vergelijken, zich een goed oordeel te vormen over de inhoud en de inrichting van het gevolgde of te volgen onderwijs en de examens (art. 7.15 WHW).

2.2.2

Ieder die gebruik wenst te maken van onderwijsvoorzieningen, examenvoorzieningen of andere voorzieningen moet zich aan Tilburg University inschrijven. Inschrijven kan als student of extraneus (art. 7.32 lid 1 WHW). Rechten en plichten verschillen per vorm van inschrijving.

De procedureregels met betrekking tot de inschrijving zijn geregeld in de Regeling Inschrijving en Collegegeld.

2.2.3

De student die is ingeschreven ontvangt van de Studentenadministratie een bewijs van inschrijving (art. 7.33 lid 2 WHW).

2.3 Algemene rechten en plichten uit inschrijving als student

2.3.1
Op grond van art. 7.34 WHW brengt een inschrijving als student in ieder geval de volgende rechten met zich mee:

a)  onbeperkte deelname aan het onderwijs binnen de opleiding en in principe binnen de gehele instelling, behalve in die gevallen waar door het College van Bestuur een beperking is gesteld op grond van beperkte capaciteit;  

b)  de tentamens en examens af te leggen van de onderwijseenheden behorend tot de opleiding (zie de onderwijs-en examenregeling van de desbetreffende opleiding);

c)  toegang tot de gebouwen van de instelling, tenzij naar het oordeel van het College van Bestuur de aard of het belang van het onderwijs of het onderzoek zich daartegen verzet;

d)  gebruik van onderwijsvoorzieningen zoals bibliotheek, laboratoria e.d. Het College van Bestuur regelt de voorwaarden voor het gebruik van deze voorzieningen;

e)  gebruik van studentenvoorzieningen, waaronder de diensten van de studentendecaan;

f)  studiebegeleiding; het College van Bestuur besteedt daarbij bijzondere zorg aan de begeleiding van studenten die behoren tot een etnische of culturele minderheid waarvan de deelname aan het hoger onderwijs in betekenende mate achterblijft bij de deelname van Nederlanders die niet behoren tot een dergelijke minderheid (zie ook de Onderwijs- en Examen Regeling van de desbetreffende opleiding);

g)  zowel actief als passief kiesrecht voor de Universiteitsraad, alsmede voor de Faculteitsraad van de faculteit waaraan de student een opleiding volgt.

2.3.2

Indien het College van bestuur een opleiding beëindigt, hebben de aan de opleiding ingeschreven studenten het recht de opleiding aan dezelfde of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd te kunnen voltooien.

2.3.3

De inschrijving als student geeft in ieder geval de volgende plichten:

a) goed gedrag in de gebouwen en op de terreinen van Tilburg University, dat wil zeggen gedrag overeenkomstig de door het College van Bestuur vastgestelde gedragsregels (zie hoofdstuk 9);

b) opvolging van de door het College van Bestuur vastgestelde regels met betrekking tot de bevordering van veilige en gezonde werkomstandigheden;

c) kennisname van de regels en voorschriften uit het studentenstatuut en van de hierbij behorende bijlagen en het inachtnemen van de hieruit voortvloeiende verplichtingen voor studenten;

d) deelname aan de practica die in de Onderwijs- en Examen Regeling van de opleiding zijn opgenomen;

e) het tijdig melden bij de studentendecaan van omstandigheden die tot studievertraging aanleiding kunnen geven (zie ook hoofdstuk 6 en het Profileringsfonds in bijlage 2 van dit statuut);

f) het doorgeven aan de examencommissie van elders behaalde studieresultaten indien deze zijn behaald voor vakken die binnen het curriculum vallen;

g) het zich tijdig aanmelden voor tentamens.

2.4 Algemene rechten en plichten uit inschrijving als extraneus

2.4.1

Op grond van art. 7.36 WHW brengt een inschrijving als extraneus de volgende rechten met zich mee:

a)  de tentamens en examens af te leggen van de onderwijseenheden behorend tot de opleiding;   b)  toegang tot en gebruik van de bibliotheek, laboratoria e.d. van de universiteit, tenzij naar het oordeel van het College van Bestuur de aard of het belang van het onderwijs of onderzoek zich daartegen verzet.

2.4.2

De plichten beschreven in artikel 2.2.3 onder a t/m c en f en g zijn van overeenkomstige toepassing voor de extraneus.

2.4.3

Het College van Bestuur regelt de rechten en plichten van de beurspromovendi. Verwezen wordt naar de regelingen voor beurspromovendi bij de desbetreffende faculteiten.

2.5 Beëindiging inschrijving algemeen

2.5.1

Het College van Bestuur beëindigt op verzoek van degene die is ingeschreven voor een opleiding diens inschrijving met ingang van de volgende maand.

2.5.2

Indien degene die is ingeschreven voor een opleiding zijn wettelijk collegegeld, instellingscollegegeld of examengeld na aanmaning niet heeft voldaan, kan het instellingsbestuur de inschrijving, met ingang van de tweede maand volgend op de aanmaning beëindigen (art. 7.42 WHW).

2.5.3

Indien een inschrijving wordt beëindigd op grond van:

a)  een negatief bindend studieadvies, als bedoeld in art. 7.8b WHW en 3.8 van dit statuut;

b)  ernstige fraude, op voorstel van de examencommissie (art. 7.12b lid 2 WHW), zoals geregeld in de desbetreffende Onderwijs- en Examenregeling en de Regels en Richtlijnen voor de examencommissie;

c)  het niet respecteren van de grondslag en de doelstellingen van de bijzondere instelling door de betrokkene (art. 7.37 lid 5 en 6 WHW);

d)  toepassing van art. 2.6 van dit statuut (art. 7.42a WHW);

e)  het overtreden van de Gedrags- en huisregels zoals vastgesteld door het College van Bestuur, het veroorzaken van ernstige overlast binnen de gebouwen en terreinen van de instelling en het niet staken van deze overlast ook na aanmaning door of vanwege het College van Bestuur,beëindigt het College van Bestuur de inschrijving met ingang van de volgende maand.

2.5.4

Voor de procedure van beëindiging van de inschrijving en regels omtrent restitutie van collegegeld wordt verwezen naar de Regeling Inschrijving en collegegeld.

2.6 Beëindiging inschrijving vanwege gedragingen student ..

... in relatie tot toekomstige beroepsuitoefening

Het instellingsbestuur kan in bijzondere gevallen na advies van de examencommissie, de decaan of een met de decaan vergelijkbaar orgaan binnen de instelling en na zorgvuldige afweging van de betrokken belangen de inschrijving van een student voor een opleiding beëindigen dan wel weigeren als die student door zijn gedragingen en of uitlatingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van een of meer beroepen waartoe de door hem gevolgde opleiding hem opleidt, dan wel voor de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening.

2.7 Collegegeld, examengeld en vergoeding

2.7.1

Voor de inschrijving als student is collegegeld verschuldigd. Voor de inschrijving voor een premaster is een vergoeding verschuldigd. Voor de inschrijving als extraneus is examengeld verschuldigd. Verwezen wordt naar de Regeling Inschrijving en collegegeld.

2.7.2

Indien geconstateerd wordt, dat de student in enig jaar niet of niet correct ingeschreven heeft gestaan, en derhalve geen bewijzen van inschrijving kan overleggen, maar toch onderwijs heeft gevolgd dan wel tentamens heeft afgelegd, kan het College van Bestuur bepalen dat het getuigschrift pas kan worden uitgereikt nadat het desbetreffende collegegeld dan wel examengeld, dan wel de desbetreffende premaster vergoeding is betaald.

2.7.3

Degene die niet is ingeschreven en toch gebruik maakt van de onderwijs- of examenvoorzieningen is een schadevergoeding verschuldigd. Het bedrag dat betaald moet worden, wordt vastgesteld door het College van Bestuur, maar bedraagt maximaal het hoogste tarief voor de desbetreffende opleiding (art.15.2 WHW jo. art. 7.46 lid 2).

Het is dus mogelijk dat de student om het getuigschrift in ontvangst te kunnen nemen, zowel het nog niet betaalde college- of examengeld of premastervergoeding als de schadevergoeding moet betalen.

2.7.4

Daarnaast kan door de strafrechter aan de student een geldboete worden opgelegd bij niet-gerechtigde deelname aan het onderwijs (art. 15.3 WHW).

2.8 Rechtsbescherming

2.8.1

De student kan tegen beslissingen met betrekking tot de inschrijving en betaling van collegegeld een bezwaarschrift indienen bij het College van Bestuur van de Universiteit van Tilburg, binnen zes weken na het bekendmaken van het bestreden besluit, met inachtneming van de bepalingen uit hoofdstuk 10 van dit statuut.

2.8.2

Binnen zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaarschrift kan hiertegen beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs.