Studie en studentenleven

Profileringsfonds 2017-18 Hoofdstuk 1 Financiële ondersteuning studenten

Paragraaf 1 Algemeen

1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) WHW:
Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek

b) WSF2000:
Wet Studiefinanciering 2000

c) Studiebeursperiode:
de eerste 48 maanden waarin de student studiefinanciering ontvangt; in geval van een master met een vastgestelde studielast van 120 ec de eerste 60 maanden en in geval van een master met een vastgestelde studielast van 180 ec de eerste 72 maanden waarin de student studiefinanciering ontvangt.

d) DUO:
Dienst Uitvoering Onderwijs.

e) Studiejaar:
gelijk aan het academisch- of collegejaar: het jaar waarin de student staat ingeschreven dat loopt van 1 september tot en met 31 augustus daaropvolgend.

f) Ondersteuning:
financiële vergoeding uit het Profileringsfonds van Tilburg University

2. Doel van de regeling

Dit hoofdstuk bevat in paragraaf 1 de uitwerking van hoofdstuk 7, titel 3, paragraaf 2a, met uitzondering van artikel 7.51d, van de WHW, waarin wordt bepaald dat het instellingsbestuur voorzieningen treft of kan treffen voor de financiële ondersteuning van studenten in bepaalde omstandigheden. Daarnaast zijn in paragraaf 2 van dit hoofdstuk de voorwaarden opgenomen waaronder studenten met excellente studieresultaten een maximale aanvullende beurs in aanmerking kunnen komen voor een EPA aanvullende beurs voor exchange.

Paragraaf 2 Ondersteuning wegens bijzondere omstandigheden

3. Bijzondere omstandigheden

Bijzondere omstandigheden waarop de student zich kan beroepen bij het oplopen van studievertraging zijn:

a) ziekte of zwangerschap en bevalling van de student
b) lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornissen
c) bijzondere familieomstandigheden
d) een onvoldoende studeerbare opleiding
e) erkende topsportstatus van het College van Bestuur
f) het vervullen van bestuursfuncties in de medezeggenschap en studentenorganisaties

4. Voorwaarden

1. Een student komt uitsluitend in aanmerking voor ondersteuning indien de student voor de desbetreffende opleiding het wettelijk collegegeld verschuldigd is aan Tilburg University en aanspraak heeft of heeft gehad op de prestatiebeurs en daarnaast voldoet aan de voorwaarden genoemd onder lid 2, 3, 4 en/of 5 van dit artikel.

2. De student heeft aantoonbaar studievertraging opgelopen als gevolg van omstandigheden genoemd in artikel 3 a t/m e, en
a) de studievertraging heeft zich voorgedaan tijdens de studiebeursperiode, en
b) de student moet hebben voldaan aan de meldingsplicht zoals omschreven in artikel 5, en
c) de student moet de afspraken nakomen die met de studentendecaan schriftelijk zijn overeengekomen; deze afspraken zijn er op gericht nieuwe studievertraging te voorkomen of te beperken, en
d) de student moet tijdens de periode van vertraging ingeschreven zijn als voltijdstudent, en
e) de student maakt voor de desbetreffende omstandigheid geen gebruik van de Regeling Flexstuderen, en
f) voor zover de student een beroep doet op de omstandigheid als bedoeld in artikel 3 sub e, heeft de student geen inkomen uit de desbetreffende sportactiviteiten, en, indien het een roeier betreft, heeft de student een NOC*NSF status of zit de student in het RTC programma van Vidar.

3. De student komt in aanmerking voor een bestuursbeurs als bedoeld in artikel 10 van dit hoofdstuk.

4. De student is ingeschreven voor een masteropleiding, waarvan het College van Bestuur a.g.v. artikel 7.4a lid 8 WHW heeft bepaald dat deze een studielast heeft van meer dan 60 ec.

5. De student is ingeschreven voor een opleiding waaraan niet opnieuw accreditatie is verleend en waarvan aan hem nog geen graad is verleend.

5. Verplichte melding bij de studentendecaan

1. Om aanspraak te maken op ondersteuning of medewerking aan verzoeken om een voorziening prestatiebeurs bij arbeidsongeschiktheid of bijzondere omstandigheden aan DUO moet de student iedere omstandigheid genoemd in artikel 3 a t/m d, die tot studievertraging kan leiden, melden of laten melden bij de studentendecaan van SAO onder overlegging van de nodige schriftelijke bewijsstukken. Zie meldingsplicht studievertraging. Melding bij de onderwijscoördinator van de opleiding leidt niet tot het ontstaan van enige aanspraak.

2. Melding van bijzondere omstandigheden moet zo spoedig mogelijk plaats vinden, maar in ieder geval binnen twee maanden na het ontstaan van de omstandigheden. Voor studievertraging die eerder dan twee maanden vóór de melding is ontstaan, bestaat geen aanspraak op ondersteuning tenzij de melding onmogelijk eerder gedaan kon worden.

6. Aanvraag ondersteuning

1a. De ondersteuning kan worden aangevraagd vanaf zes maanden vóór afloop van de studiebeursperiode tot uiterlijk één jaar na afloop van de studiebeursperiode.
b. In afwijking van lid 1a van dit artikel kan de student die zich uitschrijft, zich niet opnieuw inschrijft dan wel wordt uitgeschreven bij TiU vóór het verstrijken van de studiebeursperiode, de ondersteuning aanvragen vanaf twee maanden vóór de uitschrijfdatum tot uiterlijk één jaar na uitschrijving bij TiU.
c. Wanneer de aanvraag wordt ingediend buiten de in lid 1a en 1b van dit artikel genoemde termijn, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

2. De aanvraag moet samen met relevante bewijsstukken worden ingediend op het hiervoor vastgestelde formulier, dat verkrijgbaar is en weer moet worden ingeleverd bij de studentendecaan. Zie Indienen verzoek.

3. Op de aanvraag ontvangt de student binnen acht weken na ontvangst van alle relevante stukken een beslissing van het College van Bestuur. De beslissing vermeldt de mogelijkheid en de termijn voor het aantekenen van bezwaar.

4. In afwijking van dit artikel geldt voor het aanvragen van ondersteuning op grond van artikel 3f de procedure als omschreven in artikel 10.

7. Vaststelling ondersteuning

1a. De periode van studievertraging als gevolg van de omstandigheden genoemd in artikel 3a t/m d wordt vastgesteld aan de hand van verschillende factoren waaronder de duur van de bijzondere omstandigheden, de onderwijsprogrammering, de feitelijk opgelopen vertraging en de tijd waarbinnen de vertraging kan worden ingehaald. De aldus vastgestelde periode van studievertraging, uitgedrukt in maanden, is tevens de maximale periode waarvoor de student in aanmerking komt voor ondersteuning.
b. Wanneer de student die gebruik maakt van de Regeling Flexstuderen door een andere bijzondere omstandigheid dan de omstandigheid op grond waarvan hij gebruik maakt van die regeling vertraging oploopt, wordt de duur van deze vertraging berekend naar rato van het aantal studiepunten van hun programma.

2. De duur van de ondersteuning als bedoeld in artikel 4 lid 4, is gelijk aan de officiële cursusduur (uitgedrukt in ec) van de desbetreffende opleiding minus 60 ec.

3. De duur van de ondersteuning als bedoeld in artikel 4 lid 5, is gelijk aan de officiële cursusduur, uitgedrukt in maanden, van de betreffende opleiding minus het aantal maanden dat de student reeds prestatiebeurs heeft ontvangen.

4. De duur van de ondersteuning op grond van de omstandigheid genoemd in artikel 3e, bedraagt drie maanden per studiejaar waarin de student een door het College van Bestuur erkende topsportstatus had, met een maximum van 12 maanden over de gehele studieperiode.

8. Bedrag van de ondersteuning

1. Overmacht
a. De hoogte van de ondersteuning bedraagt per maand €290 plus de aanvullende beurs zoals de student die ontving in de laatste maand van de studiebeursperiode.
b. Wanneer de student aanspraak maakt op verlenging prestatiebeurs door DUO ter beoordeling door de studentendecaan, wordt het bedrag dat DUO kwijtscheldt van de lening, in mindering gebracht op het bedrag genoemd onder lid 1a van dit artikel.
c. In afwijking van lid 1a en 1b van dit artikel ontvangt de student die vóór 1 september 2015 al studiefinanciering ontving, en studievertraging heeft opgelopen in de eerste 36 maanden van de studiebeursperiode, een bedrag gelijk aan het bedrag van de basisbeurs in de laatste maand van toekenning, plus de aanvullende beurs in de laatste maand van toekenning, tenzij deze student aanspraak maakt op verlenging prestatiebeurs door DUO ter beoordeling door de studentendecaan, dan ontvangt de student geen ondersteuning op grond van deze regeling.

2. Bestuursbeurs
a. In afwijking van lid 1 is de hoogte van de ondersteuning op grond van art 10 € 300 per maand.
b. Zodra het bedrag basisbeurs voor uitwonende studenten dat door DUO wordt uitgekeerd aan studenten die niet onder het studievoorschot vallen, door indexatie boven de €300 uitkomt, wordt het bedrag van de bestuursbeurs gelijkgesteld aan het bedrag van de basisbeurs uitwonend.

9. Uitbetaling van de ondersteuning

1. Uitbetaling vindt plaats per maand vanaf de eerste van de maand volgend op de laatste maand van de studiebeursperiode.

2. De ondersteuning wordt verleend in de vorm van een gift.

3. Bij ondersteuning voor een langere periode dan zes maanden op de gronden genoemd in artikel 3 a t/m e, kunnen door het College van Bestuur aan de student inspanningsverplichtingen worden opgelegd. In dat geval wordt de ondersteuning vanaf de zevende maand toegekend onder de voorwaarde dat aan de inspanningsverplichtingen is voldaan.

4. In afwijking van lid 1 van dit artikel vindt uitbetaling van ondersteuning op grond van artikel 10 ineens plaats direct na afloop van het studiejaar.

10. Bestuursbeurs

1. Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling wordt als ondersteuning een bestuursbeurs toegekend voor de volgende bestuurlijke activiteiten:
a) het lidmaatschap, daaronder begrepen het voorzitterschap, van de universiteitsraad, de faculteitsraad, het bestuur van een opleiding of een opleidingscommissie of het student-adviseurschap van een faculteitsbestuur, alsmede het bestuur van een stichting die blijkens haar statuten tot doel heeft de exploitatie van studentenvoorzieningen, dan wel van een daarmee naar het oordeel van het College van Bestuur, gelet op de taak, gelijk te stellen orgaan
b) andere door het College van Bestuur te bepalen omstandigheden waarin betrokkene activiteiten ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van Tilburg University.
c) ter beoordeling van het College van Bestuur: het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid. De procedure wordt afzonderlijk aan de faculteiten en de besturen van de studentenorganisaties bekend gemaakt. De nadere voorwaarden zijn vastgelegd in de uitvoeringsregeling die gepubliceerd is op de website.

2. De Commissie Bestuursbeurzen informeert studenten en de besturen van de studentenorganisaties jaarlijks over het aantal voorwaardelijk beschikbare bestuursbeursmaanden. Studentleden van medezeggenschapsorganen worden bij hun aantreden geïnformeerd over het aantal beschikbare maanden bestuursbeurs per functie. De Commissie Bestuursbeurzen bepaalt de uiteindelijke toekenning van het aantal bestuursbeursmaanden op basis van de aan het begin van het studiejaar gemaakte afspraken.
3. De aanvraag voor een bestuursbeurs moet na afloop van het collegejaar worden ingediend volgens de procedure zoals vastgesteld en op de website gepubliceerd door de Commissie Bestuursbeurzen.

4. De maximale bestuursbeurs is negen maanden per student per studiejaar. Een student kan gedurende zijn inschrijving aan Tilburg University maximaal 24 maanden bestuursbeurs toegekend worden.

5. Aan het eind van het studiejaar informeren de besturen van de studentenorganisaties de Commissie Bestuursbeurzen over de wijze waarop het aantal beschikbare maanden bestuursbeurs verdeeld moet worden onder de leden.

Paragraaf 3 Overige ondersteuning

11. Excellence scholarship

1. Doel
Studenten die aantoonbaar "excellent" zijn, komen in aanmerking voor een "Excellence Scholarship". Deze beurs moet gebruikt worden voor het volgen van een Masteropleiding buiten Nederland of een Research Master aan Tilburg University, direct aansluitend of één jaar na het beëindigen van de bacheloropleiding. Er kan slechts tijdens één studiejaar gebruik worden gemaakt van de beurs.
Voor studenten die in 2013 of later aan hun bachelor zijn begonnen, geldt de besteding van de beurs voor een master buiten Nederland alleen voor zover het de eerste buitenlandervaring is als degree seeking student. Hieruit volgt dat studenten met een niet-Nederlandse nationaliteit de beurs niet kunnen gebruiken voor een master buiten Nederland.

2. Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de Excellence Scholarship moet de student het diploma behalen van een volledige (zonder vrijstellingen) en voltijdse bachelor opleiding aan Tilburg University binnen drie jaar na aanvang met een gemiddeld (ongewogen) resultaat over alle verplichte studieonderdelen van tenminste een zuivere, niet afgeronde 8. Voor studenten die in 2012 of later met hun bacheloropleiding zijn begonnen moet dit een 8,5 zijn. De in de eerste zin genoemde periode wordt verlengd met de duur van erkende studievertraging.

3. Bedrag
3.1 Voor studenten die met hun bacheloropleiding zijn begonnen in 2013 of later geldt het volgende: de beurs voor een masteropleiding buiten Nederland of een Research Master aan Tilburg University bedraagt € 3500,- en wordt uitgekeerd in de vorm van een voorwaardelijke gift. Wanneer er meer dan 15 beurzen worden uitgekeerd, dan wordt het uit te keren bedrag per student evenredig verlaagd. Bij minder dan 15 kandidaten, worden de resterende beurzen uitgekeerd aan studenten met een gemiddelde tussen een 8 en een 8,5 waarbij het hoogste gemiddelde telt. Na afloop van het studiejaar wordt deze voorwaardelijke gift omgezet in een definitieve gift indien de student minimaal 45 studiepunten of een equivalent daarvan heeft behaald. Als de student zonder voorafgaand overleg met de studentendecaan minder dan 45 studiepunten heeft gehaald, wordt de beurs teruggevorderd.

3.2 Voor studenten die in september 2014 met een bacheloropleiding zijn begonnen wordt de beurs alleen uitgekeerd onder voorbehoud van financiering.

4. Indienen verzoek
Het verzoek moet schriftelijk dan wel online worden ingediend op een daarvoor vastgesteld formulier (verkrijgbaar bij de studentendecaan), bij het College van Bestuur van Tilburg University, tijdens het derde jaar van de bacheloropleiding.

12. Erasmus plus aanvullend Scholarship (EPA)

1. Doel
De EPA-scholarship is een aanvullende financiële bijdrage op de Erasmus Plus Grant. Studenten die aantoonbaar over onvoldoende middelen beschikken voor een Study Abroad periode, kunnen in aanmerking komen voor een "Erasmus Plus Aanvullend Scholarship". Daarvan is slechts sprake indien een student een maximaal aanvullende beurs van DUO heeft.

2. Voorwaarden
Een student komt alleen in aanmerking voor een EPA-scholarship indien een Erasmus Plus Grant is toegekend. Verder geldt dat het moet gaan om een eerste buitenlandervaring in het kader van de studie. De student dient een motivatiebrief in te leveren, de meest recente toekenning van de maximale aanvullende beurs door DUO over de zes maanden voorafgaand aan de aanmeldtermijn voor de EPA-beurs en een overzicht van behaalde cijfers.

3. Toekenning
Tilburg University stelt vier beurzen beschikbaar per studiejaar. De toewijzing van de beurzen vindt plaats op basis van de behaalde studieresultaten. Degene met het hoogste gemiddelde studieresultaat, komt het eerst in aanmerking. Zo nodig kan een gesprek onderdeel vormen van de procedure.

4. Bedrag
De beurs voor een Study Abroad periode bedraagt € 2500,- en wordt uitgekeerd in de vorm van een voorwaardelijke gift. Indien de student aan de verplichtingen van het Erasmus Plus programma (o.a. aantal behaalde credits, duur verblijf buitenland) voldoet, dan wordt de voorwaardelijke gift omgezet in een definitieve gift. Als de student niet voldoet aan de Erasmus Plus vereisten wordt de beurs teruggevorderd. Wanneer de student door bijzondere omstandigheden niet aan de voorwaarden heeft voldaan, en hij heeft dit tijdig gemeld bij een studentendecaan, dan kan, na beoordeling door de studentendecaan, worden besloten de beurs niet terug te vorderen.

5. Indienen verzoek
Het verzoek moet schriftelijk dan wel per e-mail worden ingediend bij de Erasmus+ Coördinator (erasmusplus@tilburguniversity.edu) op een daarvoor vastgesteld formulier, voor 15 oktober in het collegejaar voorafgaand aan de gewenste exchange periode. Verzoeken die na die datum worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Paragraaf 4 Slotbepalingen

13. Hardheidsclausule

In zeer bijzondere omstandigheden, ter beoordeling door het College van Bestuur, waarbij de afwijzing van een verzoek op grond van deze regeling of de toepassing van bepalingen in deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden, kan het College van deze regeling afwijken.

14. Bezwaar- en beroepsmogelijkheden

a. Tegen beslissingen op grond van deze regeling kan door de betrokken student binnen zes weken na bekendmaking van de beslissing bezwaar worden aangetekend via www.tilburguniversity.edu/bezwaar.
b. Binnen zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaarschrift kan beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs, postbus 16137, 2500 BC Den Haag. Deze beroepsmogelijkheid geldt niet voor beslissingen op grond van paragraaf 3 van dit hoofdstuk.