-

Dossier Arbeidsmarkt

Brandbrief wetenschappers: Politieke visie dringend nodig om robotisering in goede banen te leiden

Het volgende kabinet moet razendsnel aan de slag met het thema robotisering. Gebeurt dat niet, dan is dat funest voor de banen van honderdduizenden Nederlanders en voor onze economie. Dat schrijft een groep van twintig wetenschappers in een brandbrief die is gepubliceerd is door RTL Nieuws. De oproep wordt ondersteund door werkgevers en vakbonden.



"Wij maken ons zorgen, omdat de politieke partijen weinig prioriteit lijken te geven aan zo’n visie", staat er in de brandbrief. "We zijn er niet van overtuigd dat de nieuwe coalitie na de verkiezing voldoende en op tijd zal inspelen op de robotsamenleving."

Hoeveel banen de komende twintig jaar zullen verdwijnen, 5, 10 of zelfs 30 procent, weten we niet precies. Wel is duidelijk dat ons werk onherkenbaar en definitief zal veranderen. Zo’n 60 procent van alle banen komt mogelijk op takenniveau in aanmerking voor gedeeltelijke robotisering en automatisering.

Robotisering biedt tegelijk ook kansen, benadrukken de wetenschappers, onder wie zeven van Tilburg University. We worden productiever, waardoor we nieuw werk kunnen creëren of werk kunnen behouden in Nederland dat anders zou verdwijnen. Robots kunnen ons verlossen van gevaarlijk en ongezond werk en precisie-operaties mogelijk maken waarvoor een mensenhand ongeschikt is. Er zullen nieuwe beroepen ontstaan, die we nu nog niet kennen. Robots kunnen mensen met beperkingen helpen om aan het werk te blijven en te komen. Zij kunnen ondersteunen en faciliteren. Daarmee wordt de arbeidsmarkt niet exclusief maar juist inclusief.

Het grote punt is, dat het van onszelf afhangt of robotisering een vloek of een zegen zal blijken.

Open brief: Politieke visie dringend nodig om robotisering in goede banen te leiden >>

De robot komt eraan, sterker nog, hij is er al. Voor de arbeidsmarkt zal dit grote gevolgen hebben, die we nu nog niet kunnen overzien. Hoeveel banen de komende twintig jaar zullen verdwijnen, 5, 10 of zelfs 30 procent, weten we niet precies. Wel is duidelijk dat ons werk onherkenbaar en definitief zal veranderen. Zo’n 60 procent van alle banen komt mogelijk op takenniveau in aanmerking voor gedeeltelijke robotisering en automatisering.

De gevolgen van robotisering raken specifieke groepen werkenden hard en kunnen ook regionaal heel verschillend uitwerken. Robots kunnen uitstekend uit de weg in overzichtelijke en controleerbare omgevingen, zoals productiebedrijven en distributiecentra. Maar robots doen ook hun entree in de zorg en het onderwijs. Zelfrijdende voertuigen zullen zich invoegen in de logistiek. En softbots - intelligente software – maken nu al veel economisch-administratief werk overbodig in banken, verzekeringsmaatschappijen, administratiekantoren en de belasting. Hoewel ook het werk van hoger opgeleiden in het geding zal komen, waar het routinewerk betreft, staat vast dat vooral mensen met een middelbare en lagere opleiding kwetsbaar zijn. Daarmee zal de tweedeling in de maatschappij verder worden aangescherpt, zeker als deze mensen geen ander werk meer kunnen vinden.

Robotisering biedt tegelijk ook kansen, dat moeten we net zo goed voor ogen houden. Het is geen kwestie van alleen maar alarmeren. We worden productiever waardoor we nieuw werk kunnen creëren of werk kunnen behouden in Nederland dat anders zou verdwijnen. Robots kunnen ons verlossen van gevaarlijk en ongezond werk en precisie-operaties mogelijk maken waarvoor een mensenhand ongeschikt is. Er zullen nieuwe beroepen ontstaan, die we nu nog niet kennen. Robots kunnen mensen met beperkingen helpen om aan het werk te blijven en te komen. Zij kunnen ondersteunen en faciliteren. Daarmee wordt de arbeidsmarkt niet exclusief maar juist inclusief.

Het grote punt is, dat het van onszelf afhangt of robotisering een vloek of een zegen zal blijken. We hebben een politieke visie nodig om robotisering letterlijk in goede banen te leiden. Dat gaat helaas niet ‘automatisch’. Wij maken ons zorgen, omdat de politieke partijen weinig prioriteit lijken te geven aan zo’n visie. We zijn er niet van overtuigd dat de nieuwe coalitie na de verkiezing voldoende en op tijd zal inspelen op de robotsamenleving. Technologie is overal en van invloed op de hele maatschappij, niet alleen op de arbeidsmarkt. Tegelijk heeft de maatschappij ook invloed op hoe technologie zich ontwikkelt. Kortom: het is tijd dat in het nieuwe kabinet een minister voor technologie de dwarsverbanden van de digitale samenleving in concreet beleid effectueert!

Er moet dringend worden geïnvesteerd in een ambitieuze, maar ook heel praktische robotagenda. Bewustwording, opleiding en op-, bij- en omscholing zijn essentieel. Alle scholieren, studenten, werkzoekenden en werkenden zullen de gelegenheid moeten krijgen om zich voor te bereiden op de gevolgen én nieuwe mogelijkheden van robotisering. Dat kan het beste samen met bedrijven en instellingen, zoals in de zorg, worden georganiseerd. Daarover kunnen afspraken worden gemaakt in cao’s en in de regio. Het nationale Techniekpact geeft hiervoor al richting.

Bezien kan worden hoe de ondersteuning en het bij de les houden van mensen al in het ontwerp van robots en andere technologie kan worden ingebouwd. Een inclusief design. Voor die mensen die ondanks alles op zoek moeten naar een andere baan, moeten veilige oversteekplaatsen op de arbeidsmarkt worden aangelegd. Zodat zij veilig en op tijd kunnen oversteken en niet belanden in langdurige werkloosheid en armoede.

De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, dus we moeten nu handelen. De oorspronkelijke betekenis van robot is ‘slaaf’. Laten wij zorgen dat we de robot welkom heten maar ook de baas blijven.

•Ton Wilthagen, hoogleraar Arbeidsmarkt, Tilburg University • Jeroen van den Hoven, Universiteitshoogleraar, Ethiek en Techniek, TU Delft • Arno Lodder, hoogleraar Internet governance and regulation, VU Amsterdam • Jouke van Dijk, hoogleraar Regionale arbeidsmarktanalyse, Rijksuniversiteit Groningen • Bert-Jaap Koops, hoogleraar Regulering van technologie, Tilburg University • Janneke Plantenga, hoogleraar Economie van de verzorgingsstaat, Universiteit Utrecht • Maarten Steinbuch, hoogleraar Systeem en regeltechniek, TU Eindhoven • Martijn Wisse, hoogleraar Robotics Institute, TU Delft • Jaap van den Herik, hoogleraar Computer Science en recht, Universiteit Leiden • Arjan van den Born, Academic director, Jheronimus Academy of Data Science, Den Bosch • Henk Kiela, lector Mechatronica en Robotica, Fontys • Joks Janssen, hoogleraar Ruimtelijke planning Wageningen University en directeur BrabantKennis • Ronald Leenes, hoogleraar Regulering door technologie, Tilburg University • Peter-Paul Verbeek, hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek, Universiteit Twente • Irmgard Borghouts, assistent-professor Arbeidsmarkt & sociale zekerheid, Tilburg University • Robert van den Hoven van Genderen, directeur Center for Law and Internet, VU Amsterdam • Charissa Freese, senior onderzoeker HR Studies, Tilburg University • Robbert Coenmans, promovendus Robotisering en medezeggenschap, Tilburg University • Harm van Lieshout, lector Human Capital Hanzehogeschool Groningen • Hugo Velthuijsen, lector New Business & ICT, Hanzehogeschool Groningen