-

Dossier Arbeidsmarkt

'Werknemer is klaar voor flexibel pensioen'

Als werknemers zelf kunnen beslissen wanneer ze met pensioen gaan, laten zij zich sterk leiden door de hoogte van de pensioenuitkering die ze tegemoet kunnen zien. Zou gedeeltelijke pensionering tot de mogelijkheden behoren, dan heeft tweederde van hen daarvoor belangstelling. "Als het alleen aan de werknemer zou liggen, kan een flexibel pensioenstelsel vandaag nog worden ingevoerd", concludeert Arthur van Soest van Tilburg University.

Persbericht 19-08-2013


Van Soest onderzocht samen met zijn collega Hana Vonkova van Charles University in Praag de voorkeuren van Nederlandse werknemers wat betreft het moment van pensionering. Een representatieve groep respondenten van 25 jaar en ouder kreeg, in 2006, 2007 en 2008, diverse scenario's voorgeschoteld. De onderzoekers gebruikten hiervoor het CentERpanel, het internetpanel van onderzoeksbureau CentERdata dat bestaat uit 2000 huishoudens die wekelijks een vragenlijst invullen. Uit de antwoorden blijkt dat mensen sterk reageren op financiële prikkels. Hogere beloningen voor langer doorwerken, in de vorm van een hogere pensioenuitkering, of hogere 'straffen' voor eerder stoppen met werken, leiden meteen tot het uitstellen van de gewenste pensioendatum.

Niet maximaal

Dat betekent niet dat werknemers de oplossing kiezen met het maximale financiële resultaat. In een van de voorgelegde scenario's kan men op elk gewenst moment tussen 60 en 70 jaar met pensioen gaan. De pensioenuitkering loopt afhankelijk van het moment van pensionering geleidelijk op, waarbij die bij 65 jaar op 70 procent van het laatstverdiende loon ligt. Als er dan geen bovenmatige beloningen of straffen worden uitgedeeld - voor een latere of eerdere ingangsdatum - blijkt dat werknemers als gemiddelde pensioenleeftijd 65,1 jaar kiezen. Ook al wordt het pensioen hoger als men langer doorwerkt.

Spreiding

"De verschillen tussen werknemers kunnen echter groot zijn", zegt Van Soest. "Ongeveer eenvijfde geeft in dit scenario aan met 63 of eerder met pensioen te willen gaan. Ook ongeveer eenvijfde kiest voor 67 jaar of later. De spreiding is dus vrij groot." Die spreiding blijft groot als de financiële prikkels worden aangepast. Gemiddeld zijn de trends echter duidelijk. Wordt de pensioenuitkering over de hele linie met 10 procent verhoogd, dan daalt de gemiddelde gekozen pensioenleeftijd met drie maanden: een inkomenseffect. Worden de 'beloningen en straffen' voor later en eerder uittreden met de helft verminderd, dan daalt de gemiddelde pensioenleeftijd zelfs met tien maanden.

Onontkoombaar

Van Soest en Vonkova hebben hun onderzoek beschreven in het artikel “How Sensitive are Retirement Decisions to Financial Incentives? A Stated Preference Analysis”, dat voor publicatie is geaccepteerd door het Journal of Applied Econometrics. De studie is relevant met het oog op de huidige discussies over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel. "Het is onontkoombaar dat het stelsel flexibeler zal worden", meent Van Soest. "Werknemers zijn daar over het algemeen beschouwd ook aan toe. Wij laten zien dat hun keuzes beïnvloed worden door verandering in de hoogte van de pensioenuitkering en de verandering in die uitkering wanneer de pensioenleeftijd verandert."