-

Cultuur en Religie

Carnaval: de rollen omgedraaid

Komende week is het weer zover, het feest dat alle andere feesten overbodig maakt, de Moeder aller Feesten: Carnaval. De ene helft van de Nederlanders gruwelt bij het idee van drie dagen verkleden, zuipen en kotsen. De andere helft van de Nederlanders spaart er het hele jaar voor. Voor de noordelingen is komende week een week als alle andere. Voor de zuiderlingen breekt een onmisbare orgie aan van feesten en vieren.

door Frank Bosman, cultuurtheoloog

Om maar gelijk één misverstand uit de wereld te helpen, een vooroordeel dat boven de grote rivieren wordt gekoesterd als geen ander, carnaval gaat niet over zuipen, vreten en seksen. En ik kan het weten. Opgegroeid als carnavalhatende Hollander, begeef ik me nu al meer dan 20 jaar in het Oeteldonkse gewoel (voor de noorderlingen onder ons, dat is Den Bosch). Met carnaval worden uiteraard de nodige alcoholische dranken genuttigd, naast de nodige vettige lokale happen, maar elke Brabander weet dat de kern ergens anders ligt. Natuurlijk wordt er flink  geflikflooid, geflirt en gevreeën, maar elke Limburger weet ’t met carnaval ergens ander over gaat.

Feest van de omkering

Carnaval is het feest van de omkering, van de omverwerping van de maatschappelijke status quo. Voor even vallen maatschappelijke en sociale grenzen weg. Met carnaval geen rijken of armen, geen succesvolle ondernemers of nederige straatwerkers, geen zwarten en geen witten, geen mannen en geen vrouwen, maar slechts feestvierders die elkaar gemoedelijk op de schouder slaan en samen een biertje pakken terwijl ze meezingen met de zoveelste carnavalskraker.

Raad van Elf

De macht in de steden en de dorpen wordt symbolisch door burgemeesters en wethouders overgedragen aan carnavalsprinsen en -vorsten, die met hun Raad van Elf de feestvreugde in goede banen leiden. Er wordt een boerenbruiloft gevierd, waarbij twee mensen in de ‘onecht’ worden verbonden, waarbij hen alle kwaads en lelijks wordt toegewenst, inclusief een schare kinderen. In de Brabantse en Limburgse optochten nemen ze de lokale, regionale en nationale politiek op de hak, met vette knipogen naar landelijke hypes of juist hyperlokale voorvalletjes, die je als buitenstaander nauwelijks kan begrijpen.

Carnaval heeft een duidelijk religieuze oorsprong. Met Pasen vieren christenen wereldwijd dat Jezus van Nazareth is verrezen uit het graf. Om zich op dat grote feest voor te bereiden, houden christenen (voornamelijk van rooms-katholieke signatuur) van oudsher veertig dagen van vasten en soberheid in acht, de zogenaamde 'veertigdagentijd'. En voor het begin van de veertigdaagse vasten worden de bloemetjes nog eens flink buiten gezet. Wellicht zelfs komt daar de naam 'carnaval' vandaan, carne vale, het 'weggaan van het vlees'. In christelijke kringen wordt vasten vaak verbonden aan het laten staan van vleesproducten.


Vastenaovond

Ieder dorp en elke stad in Limburg en Brabant heeft zo zijn eigen gewoontes, die vaak onderling behoorlijk kunnen verschillen. Zo heb je in het Limburgse Grubbenvorst Gekke Maandag, een ééndaags carnaval dat 12 dagen eerder wordt gevierd dan de rest van Nederland. De rijke landeigenaren wilden namelijk niet drie dagen al hun arbeiders kwijt, en weigerden hen collectief verlof. Dus namen ze collectief een vrije dag op, 12 dagen eerder. In Limburg spreken ze vaak over Vastenaovond, oorspronkelijk alleen een verwijzing naar de laatste avond voor de veertigdagentijd, maar nu gebruikt voor het hele feest.

Carnavalsmis

Bovendien begint voor veel Brabanders en Limburgers de carnaval pas bij het vieren van de Carnavalsmis: honderden feestelijk uitgedoste kerkgangers vieren verrassend gedisciplineerd een eucharistieviering waarin Gods bescherming over het feest wordt afgesmeekt. Carnaval is daarmee vooral een feest voor het zuiden, waar de rooms-katholieke volksvroomheid nog een rol van betekenis speelt.

Carnaval, het is een beetje als met de wedstrijden van het Nederland elftal: je hoeft geen fan te zijn om te begrijpen dat ’t voor heel veel mensen het hoogtepunt van het jaar vormt. En zeg nu zelf: drie dagen feest, wie wil dat nu niet? Even de teugels laten vieren, even het alledaagse leven achter je laten, even in de huid van een ander kruipen. Dan kan je de rest van het jaar er weer goed tegenaan, als het leven meezit, maar vooral ook als het leven je tegenzit.

O ja, en roep geen Alaaf in Den Bosch, dat doen ze daar niet. Elders wel. Dat u het even weet.


Cultuurtheoloog Frank G. Bosman is werkzaam aan de Tilburg School of Catholic Theology (TST). Frank is actief op radio en tv, publiceerde reeds zo'n 20 boeken en houdt een levendig weblog bij.