Eurocrisis

Europa zit nog middenin de financiёle crisis, die de euro doet schudden op zijn grondvesten. Zijn de maatregelen die de Europese leiders nemen voldoende? Wat zijn de consequenties? Tilburgse wetenschappers denken mee.

Europa aan de wereld: euro is onze munt maar ook júllie probleem

Door Edin Mujagic

Nog maar net geïnstalleerd als de Amerikaanse minister van Financiën ontving John Connally in 1971 een Europese delegatie die in rep en roer was. De koers van de Amerikaanse dollar schommelde behoorlijk en dat zorgde voor onzekerheid en economische problemen in Europa. ‘De dollar is onze munt maar jullie probleem’, kregen de verbijsterde Europeanen van Conally te horen. Zij keerden huiswaarts met lege handen. Fast forward naar 2011 en we ontdekken iets opmerkelijks.

Neem Latijns Amerika. De regio draait goed. Maar dat wil niet zeggen dat Brazilië en zijn buren immuun zijn voor grote economische en financiële problemen in Europa. Spanje, Portugal en Italië – net de eurolanden die in grote problemen verkeren en zullen blijven voor jaren – behoren tot de belangrijkste investeerders in de regio met honderden miljarden euro’s aan investeringen. Niemand weet exact hoeveel extra banen en economische groei dat opgeleverd heeft in Latijns Amerika, maar iedereen weet dat het effect groot is geweest. Als de problemen in de genoemde landen nóg groter worden en de investeringskraan dichtgedraaid wordt, zal Latijns Amerika dat wel degelijk voelen.

Europa is voor Latijns Amerika ook een belangrijke exportmarkt. Problemen hier thuis zorgen voor minder consumptie en vrijwel direct voor veel dunnere orderboeken bij Latijns Amerikaanse bedrijven.

De Latijns Amerikaanse grond puilt uit van allerlei grondstoffen die de rest van de wereld nodig heeft. Als de dollar zwak is, neigen de grondstoffenprijzen te stijgen. Bij een sterke dollar gebeurt het omgekeerde. Met grote en groter wordende problemen in de eurozone en de discussie over de levensvatbaarheid van de euro hoeft een belegger geen hooggeleerde te zijn om aan te voelen dat de koers van euro/dollar per saldo op den duur maar één kant op kan: omlaag. De VS hebben veel eigen problemen, maar er zijn op zijn minst geen vraagtekens bij de levensvatbaarheid van de dollar.

Nu we het toch over grondstoffenexporteurs hebben, Canada en Australië zitten in hetzelfde schuitje. En ook de VS moet zich zorgen maken. In 2008 leidden de problemen bij de Amerikaanse banken tot grote ellende bij hun Europese concurrenten. Maar het verkeer op die weg raast in beide richtingen. Nieuwe problemen bij Europese banken, bijvoorbeeld als ze massaal leningen aan sommige eurolanden en bedrijven en consumenten in landen zoals Spanje en Italië moeten afschrijven, zullen de Amerikaanse financiële reuzen raken. En die staan niet al te stevig voor.

Zo bezien is het helemaal niet vreemd dat het Internationaal Monetair Fonds ruim 200 miljard euro op tafel heeft gelegd mocht de eurozone noodleningen nodig hebben en dat China onlangs ettelijke miljarden gestoken heeft in obligaties van de zwakke eurolanden. China, India, rijke Arabische landen en de rest van de wereld weten heel goed dat de kaarten 40 jaar later zodanig zijn geschud dat de Europeanen nu, net als de Amerikanen toen, tegen de rest van de wereld kunnen zeggen: de euro is onze munt maar, op zijn minst deels, ook júllie probleem.

Edin Mujagic is als externe promovendus verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij is auteur van het boek ‘Het inflatiespook’ dat onlangs is uitgekomen. Van zijn hand verschijnt binnenkort het boek ‘De toekomst van de euro: keert de gulden terug?’. Meer informatie daarover is verkrijgbaar door een mail te sturen naar edin@inflatiekomteraan.nl