-

Dossier Veiligheid

Slachtoffers van 'collateral damage' in oorlog moeten ook gecompenseerd worden

Slachtoffers van zogenaamde nevenschade in een oorlog, ook wel collateral damage genoemd, komen volgens de bestaande oorlogswetten niet in aanmerking voor compensatie van de schade, in tegenstelling tot slachtoffers van oorlogsmisdaden. Dat onderscheid is niet langer houdbaar, stelt Alphonse Muleefu in zijn proefschrift. Hij promoveert op 24 november aan Tilburg University.

Persbericht 17-11-2014

Oorlogswetten zijn onder meer bedoeld om burgers te beschermen tegen de gevolgen van oorlog. Zo is het strijdende partijen verboden om burgers en burgerdoelen direct aan te vallen en hierdoor bijkomende schade te veroorzaken die evident excessief is in verhouding tot het militaire doel. Bij overtreding van deze regel hebben slachtoffers recht op compensatie.

Maar oorlogswetten bieden geen volledige bescherming. Burgers kunnen onopzettelijk of onvoorzien schade ondervinden zonder dat daarbij sprake is van ongeoorloofde daden. Dit noemen we nevenschade of collateral damage. De reden voor deze onvolledig bescherming is dat de oorlogswetten vooral zijn opgesteld met het oog op het voorkomen en bestraffen van bepaald gedrag, en minder gericht zijn op de belangen van slachtoffers.

Op grond van theoretisch en normatief onderzoek stelt Alphonse Muleefu dat discriminatie van slachtoffers van nevenschade in de hedendaagse praktijk zowel onjuist als onverdedigbaar is. Er is geen duidelijk onderscheid te maken tussen slachtoffers van nevenschade en slachtoffers van oorlogsmisdaden. Het grootste struikelblok bij het maken van het onderscheid is dat er subjectieve elementen meespelen, zoals inzicht in of begrip voor de bedoelingen van de aanvallende partij.

Om humanitaire redenen hebben de strijdende partijen de plicht om de effecten van oorlog tot een minimum te beperken. Als de bescherming van burgers faalt, zouden zij ook moeten opdraaien voor de schade. Bovendien kan compensatie van nevenschade maatschappelijke voordelen hebben.


Alphonse Muleefu (1979) studeerde rechten aan de National University in Rwanda en behaalde vervolgens een Master’s degree in International and European Public Law aan Tilburg University. Hij bereidde zijn proefschrift voor bij INTERVICT, het International Victimology Institute Tilburg van Tilburg University. In 2004 en 2005 werkte hij als onderzoeker bij het International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR) en in 2006 liep hij stage bij de Victims Participation and Reparation Section (VPRS) van het Internationale Strafhof. In Rwanda werkte Muleefu onder meer als jurist bij de National Service of Gacaca Courts.

Noot voor de pers

Alphonse Muleefu promoveert op 24 november om 16.15 uur in de aula van Tilburg University. Titel proefschrift: Reparation for Victims of collateral damage: A normative and theoretical inquiry. Promotores: prof. dr. Rianne Letschert, prof. dr. Randall Lesaffer; co-promotor: dr. Felix Ndahinda. Een persexemplaar van het proefschrift is op te vragen via persvoorlichters@tilburguniversity.edu. Alphonse Muleefu is te bereiken op tel. 013 – 466 3503 / email a.muleefu@tilburguniversity.edu.