-

Dossier Veiligheid

Verplichte startonderbreker in auto betaalt zich terug

De autodiefstal in Nederland is de afgelopen 15 jaar gehalveerd dankzij het verplicht voorschrijven van autodiefstalbeveiliging door de Europese Unie (EU) in 1998. De baten in de vorm van voorkomen autodiefstallen blijken minstens drie keer zo hoog als de kosten van het inbouwen van de diefstalbeveiliging. Dit blijkt uit onderzoek van economen Jan van Ours en Ben Vollaard van Tilburg University.


Persbericht 02-04-2013

Sinds 1998 is iedere in de Europese Unie nieuwverkochte personenauto verplicht uitgerust met een electronische startonderbreker. De startonderbreker maakt het moeilijk een auto te stelen zonder dat de sleutel in het contact zit. Door deze verplichting is het aandeel auto’s in Nederland met een electronische startonderbreker snel gestegen, van bijna nihil in de eerste helft van de jaren negentig tot circa 95 procent nu.

Het onderzoek laat zien dat het voorschrijven van een eenvoudige preventiemaatregel de criminaliteit spectaculair en tegelijk kosteneffectief kan verlagen. Overheidsregulering kan hier een nuttige rol vervullen: uit eerder onderzoek blijkt dat mensen zelf vaak onvoldoende anticiperen op het diefstalrisico.

Het effect van de startonderbreker is het grootst voor relatief kleine en goedkope auto’s uit het A- en B-segment (bijvoorbeeld Renault Twingo, Honda Civic). Het gaat om een daling in het diefstalrisico van meer dan 70 procent. Het autodiefstalrisico was al relatief laag in dit segment en is door de startonderbreker tot bijna nihil gereduceerd. Voor grotere en duurdere auto’s is het effect kleiner. In het relatief diefstalgevoelige E-segment (bijvoorbeeld Mercedes E-klasse, BMW 5-serie) is de daling in het diefstalrisico niet meer dan 20 procent. In de duurdere segmenten zijn meer professionele daders actief die moeilijker zijn tegen te houden.

Het onderzoek is gebaseerd op een steekproef van 24 automodellen die representatief is voor de verschillende segmenten van de markt voor personenauto’s. Voor ieder model beschikten de onderzoekers over gedetailleerde cijfers verstrekt door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) over de samenstelling van het wagenpark en over gestolen auto’s. Tot nog toe was onbekend hoe groot het effect van de electronische startonderbreker was op de totale autodiefstal in een land en hoe de kosten van deze preventiemaatregel vergelijken met de baten.

De EU-regulering gold alleen voor nieuwverkochte auto’s, waardoor een deel van de autodiefstal tijdelijk verschoof naar oudere auto’s zonder ingebouwde startonderbreker. In de periode 1995-2008 was het diefstalrisico voor laatstgenoemde auto’s hierdoor circa een kwart hoger. Ondanks deze verschuiving blijkt de totale autodiefstal in deze periode gehalveerd. Dit is te danken aan de zeer effectieve bescherming die de startonderbreker biedt en het feit dat de oudere auto’s zonder startonderbreker binnen 15 jaar goeddeels uit het straatbeeld zijn verdwenen.

De onderzoekers berekenen dat het voorkomen van één autodiefstal ongeveer 1.500 euro heeft gekost. Dit betekent dat 30 auto’s moesten worden uitgerust met een startonderbreker van circa 50 euro om één autodiefstal te voorkomen. Bovengenoemde verschuiving van diefstal naar oudere auto’s is bij deze berekening meegenomen. De maatschappelijke baten van het voorkomen van één autodiefstal worden geschat op een ten minste drie keer zo hoog bedrag. De baten van deze maatregel overtreffen de kosten dus duidelijk.

Video interview met Ben Vollaard