The International Victimology Institute Tilburg promotes and executes interdisciplinary research that can contribute to a comprehensive, evidence-based body of knowledge on the empowerment and support of victims of crime and abuse of power.

International Victimology Institute Tilburg

INTERVICT promotes and executes interdisciplinary research that can contribute to a comprehensive, evidence-based body of knowledge on the empowerment and support of victims of crime and abuse of power.

Intervict logo

Schadevergoeding NS aan slachtoffers Holocaust: Belofte maakt schuld door Mijke de Waardt en Manon Bax

Belofte maakt schuld. Na verontschuldigingen te hebben aangeboden in 2005 en bijdragen te hebben geleverd aan collectieve herrineringsprojecten zoals de nieuwbouw van Westerbork hebben de NS onlangs beloofd om individuele schadevergoeding uit te gaan betalen aan slachtoffers van de Holocaust.

Het is een oud adagium uit het recht (ubi jus ibi remedium - waar recht is, daar is een rechtsmiddel) dat wanneer er recht is geschonden, het recht dit ook zal herstellen. Dit kan door middel van herstelmaatregelen (in het Engels reparations genoemd) zoals, onder andere, restitutie (de schade herstellen naar de situatie zoals zij was voordat het recht werd geschonden), financiële compensatie en excuses. Voor lange tijd vonden herstelbetalingen voor grootschalig onrecht dat had plaatsgevonden tijdens internationale oorlogen vaak plaats tussen staten onderling. De burgerslachtoffers bleven voor het grootste deel buiten beeld. Na de Tweede Wereldoorlog begon dat langzaamaan te veranderen met de schadevergoeding van West-Duitsland aan Joodse slachtoffers (wiedergutmachung).

Rond de eeuwwisseling begonnen bedrijven die geprofiteerd hadden van de oorlog schadevergoedingen aan slachtoffers van de Holocaust te betalen. Zo heeft het fonds “Erinnerung, Verantwortung and Zukunft”, dat werd gefinancierd door Duitsland en de 6500 Duitse bedrijven die hebben geprofiteerd van de slaven- en dwangarbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog, schadevergoeding uitgekeerd aan 1.66 miljoen slachtoffers, waaronder Joden, Roma en Sinti en Russische krijgsgevangenen. Tevens heeft Frankrijk 60 miljoen euro betaald om niet-Franse slachtoffers die door de Franse spoorwegen zijn vervoerd schadevergoeding te geven. Deze belofte van de NS ligt dan ook in het verlengde hiervan.

Waar recht is, daar is een rechtsmiddel, maar dat middel kan vervolgens niet rechtstreeks en overal op dezelfde manier uitgevoerd worden. Daar gaat besluitvorming aan vooraf. De belofte tot individueel herstel is nu gedaan, maar de officiële procedure moet nog starten. Een commissie zal zich gaan buigen over de vraag hoe hoog de schadevergoeding zal worden en wie er recht zullen hebben op de compensatie. Besluitvormingsprocessen rondom andere schadevergoedingsprogramma’s laten zien dat precies deze twee kwesties gevoed worden door een aantal pijnpunten.

Het doel van herstelmaatregelen, zoals het uitkeren van een schadevergoeding, is het herstellen van aangericht onrecht. Het is een onmogelijke opgave om met geld het gebeurde ongedaan te maken. Cross-culturele analyses laten zien dat schadevergoedingen daarom niet automatisch omarmd worden door slachtoffers. Sommige begunstigden hebben compensatie aangemerkt als bloedgeld, zoals nabestaanden van de Argentijnse Junta of de Lockerbie-vliegtuigbomaanslag, of als bespotting, zoals slachtoffers van de burgeroorlog in Peru omdat de schadevergoeding zeer laag was. Het is daarom van belang dat de NS bij het vaststellen van de schadevergoeding open zijn over de symbolische waarde van de herstelmaatregel door meteen duidelijk maken dat het geld nooit voldoende zal zijn om het leed te herstellen. Met het betalen van geld aan slachtoffers laten de NS zien dat de excuses van 2005 niet alleen lege woorden zijn geweest, maar dat het een erkenning van het leed is. Deze belofte is extra significant omdat zij in gaat tegen het ‘Nederlandse na-oorlogse verzetnarratief’; zo bestuurden de spoorwegmedewerkers wel de treinen, maar ze hadden geen keuze. Met deze belofte laten de NS dit narratief los en erkennen zij de rol die zij gespeeld hebben bij de vervolging van Joden, Roma en Sinti, en andere groepen. Om de symbolische waarde te bekrachtigen zou de NS de uitbetaling van de schadevergoeding moeten laten samengaan met een openlijke herhaling van het officiële excuus.

De tweede kwestie betreft het definiëren van de criteria die gebruikt zullen worden voor de vaststelling van de groep begunstigden. Daarbij zullen altijd mensen worden uitgesloten, het is immers onmogelijk om iedereen te herstellen. Politieke of maatschappelijke dynamieken buiten het programma beïnvloeden het beeld van wie slachtoffers, en daarmee de begunstigden, zijn. Gaat het alleen om Joodse slachtoffers of ook om andere groepen zoals bijvoorbeeld de Roma en Sinti, en dwangarbeiders? Gaat het daarnaast om alleen de directe slachtoffers of ook de nabestaanden? Om te voorkomen dat de slachtoffers die uiteindelijk niet binnen de criteria vallen opnieuw leed wordt aangedaan, door victimologen ook wel getypeerd als secundaire victimisatie, dient de commissie representanten van deze diverse groepen te raadplegen gedurende de hele procedure en, indien mogelijk, lid te maken van de commissie. Dit verkleint het risico dat alleen de (nabestaanden) van de meer bekende slachtoffers of partijen die namens deze iconische slachtoffers opereren zijn betrokken in het besluitvormingsproces. Meer dan eens heeft dit laatste namelijk geresulteerd in een vertekend beeld van de slachtofferpopulatie en wat zij verwachten en nodig hebben.

Kortom, willen de NS hun belofte op een betekenisvolle manier inlossen dan zullen zij deze pijnpunten vanaf het begin moeten aanpakken. Dit betekent dat zij het symbolische aspect van de herstelmaatregel moeten benadrukken en openheid moeten geven over de besluitvorming omtrent de criteria voor vaststelling van de begunstigden. Secundaire victimisatie zal er anders immers voor zorgen dat de belofte, en de daarmee gepaard gaande erkenning niets meer waard zijn.