Campus Tilburg University hoogleraren

Promotie drs. R. van Kuijk MSc

Datum: Tijd: 13:30 Locatie: Aula

Op weg naar een integraal aanbod?
Verkenning van de uitvoeringspraktijk van de Wmo 2015 vanuit een netwerkbenadering.

  • Locatie: Cobbenhagen building, Aula
  • Promotores: prof. dr. F. Hendriks, prof. dr. P.N. Kenis
  • Copromotor: prof. dr. G.J.M. van den Brink

Wij bieden voor onze ceremonies nog steeds een livestream aan. 

Livestream

Publiekssamenvatting

De idee dat wanneer organisaties samenwerken zij meer kunnen bereiken dan afzonderlijk van elkaar, heeft de afgelopen decennia haar weg gevonden naar het Nederlandse welzijnsbeleid. En ook theoretisch worden netwerken gezien als een goede manier om complexe maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Tegelijkertijd is er nog betrekkelijk weinig onderzoek gedaan naar de uitvoeringspraktijk van de Wmo 2015 vanuit een netwerkbenadering.

In dit promotieonderzoek hebben we onderzocht welke attributen belangrijk zijn in netwerken binnen de Wmo 2015 en welke prestaties deze netwerken leveren. Vervolgens hebben we geanalyseerd in hoeverre de prestaties van de netwerken verklaard kunnen worden vanuit de configuratie van de netwerken. Tot slot hebben we gereflecteerd op de mate waarin een integraal aanbod wordt gerealiseerd en in hoeverre de beleidsmatige en theoretische verwachtingen uitkomen.

In het onderzoek is een multiple-casestudie uitgevoerd, waarbij verschillende methoden voor dataverzameling en -analyse zijn toegepast. In de drie casestudies zijn netwerken die zich richten op het ondersteunen van het welzijn van ouderen diepgaand geanalyseerd en onderling vergeleken.

Op basis van deze analyses is gebleken dat het goed mogelijk is om de prestaties van netwerken systematisch te onderzoeken en analyseren. De netwerken slagen erin belangrijke organisaties aan zich te binden. Tegelijkertijd lukt het maar beperkt om tot een integraal aanbod te komen. Het lukt organisaties wel om ondersteuning te leveren aan zelfstandig thuiswonende ouderen. De vraag is echter of zij daarin slagen dankzij of ondanks de samenwerking tussen organisaties.

Deze prestaties zijn goed te begrijpen vanuit de configuratie van de netwerken. In de netwerken bestaat een sterke oriëntatie op individuele verschillen tussen ouderen. Er wordt daarom bij voorkeur vanuit een casusdiagnose naar een maatwerkaanpak gewerkt. Er zijn weinig prikkels om tot meer structurele integratie van het aanbod van organisaties te komen. Dat wordt versterkt doordat er sectorale breuklijnen door de netwerken lopen. Bovendien werkt de bekostigingssystematiek van de Wmo 2015 samenwerking tussen organisaties niet bepaald in de hand.

Overall dringt zich dan ook de conclusie op dat de uitvoeringspraktijk van de Wmo 2015 nog achterblijft bij de hooggespannen theoretische en beleidsmatige verwachtingen.  

Er zijn mogelijkheden om tot beter functionerende en presterende netwerken te komen. Dat kan binnen de netwerken zelf, onder meer door aan een gezamenlijk beeld te werken, de reikwijdte van toegangsorganisaties te vergroten en samenwerking aan te jagen. Maar ook op stelselniveau zijn mogelijkheden om lokale netwerken beter te laten functioneren en presteren, onder meer door een andere benadering van contracten en de fragmentatie in het beleid te doorbreken.