News and events Tilburg University

Vraag ook aan mensen met een verstandelijke beperking waarom ze grensoverschrijdend gedrag vertonen

Gepubliceerd: 11 december 2019 Laatst bijgewerkt: 06 januari 2020

Mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) of zwakbegaafdheid vertonen vaker grensoverschrijdend gedrag dan mensen zonder verstandelijke beperking. Denk aan agressief, zelf beschadigend of ongepast seksueel gedrag. Kim van den Bogaard onderzocht gedurende negen maanden in een gesloten afdeling dergelijk probleemgedrag vanuit het perspectief van zowel begeleiders als cliënten. Zij schreef daarover haar proefschrift dat ze 8 november verdedigde aan Tilburg University.

Cijfers over grensoverschrijdend gedrag bij mensen met LVB of zwakbegaafdheid lopen sterk uiteen. Het komt bij 10 tot 60% van deze groep voor, afhankelijk van type, setting en onderzoeksmethode. Dergelijk gedrag kan impact hebben op de cliënt zelf en zijn omgeving (fysiek, psychologisch, sociaal). Begeleiders kunnen zich bedreigd voelen. Cliënten kunnen dan uitgesloten worden van deelname aan de dagbesteding.

Cliëntperspectief onderbelicht

Van den Bogaard vroeg begeleiders om een lijst in te vullen als ze grensoverschrijdend gedrag constateerden. Op die observatielijst noteerden ze wat zij dachten wat de reden was van dat gedrag en hoe zijzelf daarop reageerden. Ook aan cliënten werd gevraagd naar de reden van het gedrag. Hun perspectief is in studies tot nog toe onderbelicht. De promovenda ontwikkelde aldus bruikbare observatielijsten t.b.v. eventuele interventies. Deze lijsten komen ook tegemoet aan de in 2016 ingevoerde Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg, die medewerkers verplicht om aanleiding, omstandigheden en tijd van een incident te rapporteren. Daarnaast zijn zorginstanties verplicht om een interne procedure te volgen om incidenten te registreren en te analyseren. De observatielijsten zijn dan bruikbaar om richtlijnen te implementeren en te evalueren.

Incidenten

In de onderzoeksperiode werden 348 incidenten genoteerd en geanalyseerd. Agressief gedrag bestond vooral uit verbale agressie met begeleider of tussen cliënten. Zelfbeschadiging bestond met name uit snijden en hoofdbonken en seksueel ongepast gedrag uit opmerkingen, exposure en ongewenst aanraken. De meeste incidenten konden worden toegeschreven aan een kleine groep cliënten. Het advies is dan ook om extra en gerichte aandacht te besteden aan deze relatief kleine groep. En te komen tot individuele interventies ter preventie.

In veel gevallen was niet duidelijk wat nu precies de oorzaak was. Probleemgedrag kan liggen aan de verhouding begeleider-cliënt, aan de situatie of in de aard van de cliënt. Voorbeelden: de begeleider is niet duidelijk. Of, de cliënt kan niet omgaan met stress. Als het wel duidelijk was, zagen begeleiders als oorzaak vaak persoonlijke factoren van de cliënt (70%) en in minder mate hun eigen optreden.

Betrokkenheid

Het is belangrijk dat cliënten betrokken (blijven) worden bij dit soort onderzoek, juist om hun eigen perspectief in te brengen. Dat motiveert om te veranderen, heeft positieve invloed op hun welbevinden en leidt tot beter begrip voor elkaar. Begeleiders worden zich meer bewust van hun eigen rol in het uitlokken en in stand houden van probleemgedrag. Van belang is verder dat de instellingen dezelfde observatielijsten gebruiken, zodat uit grotere datasets nog betere analyses/beleidsadviezen kunnen volgen.

Kim van den Bogaard promoveerde vrijdag 8 november 2019 aan Tilburg University op het proefschrift Challenging behavior of people with mild intellectual disabilities of borderline intellectual functioning: The perspective of client and caregivers. In 2012 startte ze vanuit Dichterbij Behandelinnovatie en Wetenschap als science practitioner met haar promotieonderzoek bij de Academische Werkplaats Leven met een verstandelijke beperking (Tranzo), waar ze nu werkt als postdoc onderzoeker. Promotors: prof. dr. Petri Embregts (Tranzo, Tilburg School of Social and Behavioral Sciences) en prof. dr. Henk Nijman (Radboud Universiteit Nijmegen).