News and events Tilburg University

Autonomie versterken helpt angststoornissen te verminderen

Gepubliceerd: 22 oktober 2021 Laatst bijgewerkt: 22 oktober 2021

In Nederland ontwikkelt ongeveer één op de vijf mensen tijdens hun leven een angststoornis. De meest gangbare behandeling, cognitieve gedragstherapie (CGT), is effectief, maar niet voor iedereen. Therapie die gericht is op het versterken van autonomie - het vermogen om je eigen behoeften, wensen en meningen te voelen, te uiten, en af te stemmen met de mensen om je heen - blijkt ongeveer even effectief als CGT als het gaat om verminderen van angst. Bovendien heeft het ook effect op bredere uitkomsten zoals een positiever zelfbeeld. Autonomieversterkende therapie biedt daarom een waardevolle uitbreiding van het behandelaanbod voor angststoornissen.

Dit blijkt uit promotieonderzoek van psycholoog Laura Kunst (Departement Medische en Klinische Psychologie van Tilburg University). Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de enige wetenschappelijk onderbouwde behandeling voor angststoornissen die momenteel wordt aanbevolen in de richtlijnen. Dat kan problematisch zijn omdat 49% van de cliënten niet volledig herstelt, of zelfs CGT vermijdt, vanwege de blootstelling aan angst. In een klinisch onderzoek onder 129 cliënten met angststoornissen uit acht behandelcentra, is autonomieversterkende therapie (AET) ­­vergeleken met de ‘gouden standaard’ CGT.

Laura Kunst

Laura Kunst: “Uit een literatuurstudie en eerder onderzoek bleek dat mensen met angstklachten geregeld problemen hebben op het gebied van autonomie. Zij vinden het bijvoorbeeld moeilijk om te handelen naar wat zij willen en nodig hebben, delen hun persoonlijke mening minder snel en geven hun grenzen minder vaak aan. Wij zagen deze patronen ook terug in een stress onderzoek in het laboratorium. Uit enquêtes onder 5.367 deelnemers bleek bovendien dat mensen met forse autonomieproblemen in hoge mate last hebben van negatieve gevoelens en gedachten over zichzelf, vaak al voor lange tijd."

"Ook had deze groep veel last van angsten en depressieve klachten, terwijl sterk autonome mensen juist vaak een goede psychische gezondheid hebben. Omdat gezonde autonomie dus gepaard lijkt te gaan met minder angstklachten, onderzochten wij of het verbeteren van autonomie in behandeling ook zorgt voor minder angstklachten. Dat bleek het geval te zijn. Autonomieversterkende therapie werkte ongeveer even goed als CGT, zowel voor angstklachten als voor bredere uitkomsten, zoals zelfbeeld en kosteneffectiviteit. Autonomieversterkende therapie was nog nooit vergeleken met CGT en kan op basis van dit onderzoek worden aanbevolen voor behandeling van angstklachten in de geestelijke gezondheidszorg, bijvoorbeeld wanneer cliënten onvoldoende baat hadden bij CGT of CGT weigeren.”

Noot voor de pers