News and events Tilburg University

Burgerenergiebeweging krijgt wind in de rug

Gepubliceerd: 17 januari 2020 Laatst bijgewerkt: 21 januari 2020

De burgerenergiebeweging is bezig aan een opmerkelijke opmars, niet in de laatste plaats omdat de maatschappelijke dimensie van het klimaatprobleem steeds meer aandacht krijgt. Voor ‘oude indianen’ is dit slikken, maar ook anderen hebben moeite om de betekenis van deze nieuwe betrokkenen bij de energietransitie te duiden. Ondertussen blijft de belangrijke rol van het legioen van informele bewonersinitiatieven helaas onderbelicht, aldus Paul van Seters, hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling.

Het in juni door kabinet en beide Kamers onderschreven Klimaatakkoord kreeg al snel veel negatief commentaar. De meest principiële kritiek kwam van oud-bankier Herman Wijffels, oud-hoogleraar Klaas van Egmond en oud-politicus Jan Terlouw. In de Volkskrant van 27 juni maakten deze drie zelfbenoemde ‘oude indianen’ gehakt van het Klimaatakkoord:

Het kabinetsvoorstel bestaat uit een onoverzienbaar aantal losse maatregelen met losse einden, is zeer ingewikkeld en zal in de praktijk niet werken.

Tegenover dit ‘ouderwetse’ beleid stelden de drie een “modern, rechtvaardig, houdbaar en uitvoerbaar” alternatief: de “uniforme, maatschappijbrede CO2-heffing”.

Democratisch tekort

Een geheel ander, en verrassender, soort kritiek op het Klimaatakkoord kwam van Annemieke Nijhof, oud-bestuursvoorzitter van ingenieurs- en adviesbureau Tauw, die notabene als voorzitter van de klimaattafel mobiliteit zelf een cruciale rol had gespeeld bij de totstandkoming daarvan. In een interview in NRC Handelsblad van 6 juli ging Nijhof uitgebreid in op het proces en de inhoud van het Klimaatakkoord. In terugblik, zo meldde zij, was de maatschappelijke dimensie van het klimaatprobleem schromelijk onderschat. De betreffende passage in het interview volgt hieronder integraal.

Vraag: “Wat had u achteraf anders gedaan?”

Antwoord: “Als tafelvoorzitters hadden we al snel door dat in het klimaatakkoord enorme sociale vraagstukken speelden. Bij woningen, bij auto’s, in de landbouw, de energierekening. Achteraf hadden we eerder terug moeten gaan naar het kabinet en een maatschappelijk debat moeten voorstellen. Is er geen democratisch tekort? Mensen hebben nooit kunnen stemmen over het klimaatbeleid, want het was geen issue bij de vorige verkiezingen. Ze hadden geen idee wat het zinnetje ‘we onderschrijven het klimaatakkoord van Parijs’ in verkiezingsprogramma’s betekende. Ik heb een gevoel van ongemak omdat we ons nu vastleggen op maatregelen met een kabinet dat er over twee jaar niet meer zit.”

Achteraf hadden we eerder terug moeten gaan naar het kabinet.

De invloedrijke buitenstaanders Wijffels, Terlouw en Van Egmond pleiten dus voor een typisch technocratische aanpak van de energietransitie, de insider Nijhof ziet daarentegen juist die benadering als hét probleem van het Klimaatakkoord en betreurt het gebrek aan aandacht voor klimaatverandering als sociaal vraagstuk.

Participatiecoalitie

In mijn ogen schieten beide vormen van kritiek tekort, omdat ze voorbijgaan aan wat ik beschouw als een van de meest vernieuwende onderdelen van het nieuwe klimaatbeleid: de ruimte die er bewust wordt gemaakt voor de ‘burgerenergiebeweging’, een woord dat overigens niet voorkomt in het Klimaatakkoord. Wél wordt daarin de Participatiecoalitie zes keer vermeld.

Zonnepanelen

Die coalitie is in 2018 gestart als samenwerkingsverband van HIER opgewekt, de Natuur en Milieufederaties, Energie Samen, LSA bewoners, Buurkracht, en Energieloketten. Enkele vertegenwoordigers van dit bonte gezelschap waren begin 2018 uitgenodigd om plaats te nemen aan een van de vijf klimaattafels. Die ervaring vormde de aanleiding om de krachten te bundelen en de Participatiecoalitie op te richten.

De nieuwe coalitie kreeg vervolgens een prominente plek toebedeeld in het Klimaatakkoord. Ook speelt de coalitie nu een belangrijke rol bij de uitvoering daarvan, in het bijzonder bij het opstellen van de zogenoemde regionale energiestrategieën.

Nieuwe voorhoede

De Participatiecoalitie kan gezien worden als de nieuwe voorhoede van de burgerenergiebeweging. Dat blijkt ook uit de brief die minister Eric Wiebes (EZK) op 20 juni aan de Tweede Kamer stuurde. Aanleiding was een in opdracht van het ministerie uitgevoerd onderzoek getiteld ‘Verkenning toekomstpotentieel burger-energiebeweging 2030: Energie in eigendom van de lokale gemeenschap.’ Het onderzoek was verricht door Anne Marieke Schwencke, de persoon die al sinds 2015 voor HIER opgewekt jaarlijks de Lokale Energie Monitor samenstelt, en die als geen ander de Nederlandse burgerenergiebeweging op de kaart heeft gezet. In deze brief onderschreef Wiebes de belangrijkste bevindingen van Schwenke en noemde hij de concrete maatregelen die reeds waren genomen. Ook meldde de minister dat hij in gesprek was met de Participatiecoalitie om zijn beleid voor versterking van burgerparticipatie verder uit te werken. Kortom, de verantwoordelijke minister benadrukt het belang van de burgerenergiebeweging en heeft oog voor de nieuwe rol van de Participatiecoalitie daarin. Maar die beweging zit ingewikkelder in elkaar dan hij en onderzoekster Schwencke lijken te veronderstellen.

Aanjagers

Schwencke kijkt uitsluitend naar de formele, juridisch georganiseerde burgerenergieinitiatieven. Al die initiatieven vallen onder haar definitie van ‘energiecoöperatie’, dus ook verenigingen en stichtingen. Het aantal daarvan groeit al enige jaren met ongeveer 50 per jaar. Eind 2018 waren er in totaal bijna 500 energiecoöperaties, met naar schatting 70.000 leden. Dat zijn indrukwekkende cijfers, die iets zeggen over de potentiële kracht van de beweging. Maar de Participatiecoalitie wordt door Schwencke slechts één keer genoemd in haar verkenning, en dat slechts zijdelings. Bij Schwencke valt de burgerenergiebeweging dus samen met het totaal van als rechtspersoon georganiseerde burgerenergieinitiatieven. Wiebes daarentegen ziet duidelijk een aparte, nieuwe rol voor de Participatiecoalitie aan de voorkant van die beweging. Maar zowel Schwencke als Wiebes veronachtzaamt een derde component van de burgerenergiebeweging: de informele, niet-juridisch georganiseerde bewonersinitiatieven op straat-, buurt- en wijkniveau. Deze beschouw ik als de aanjagers van de burgerenergiebeweging.

Van de informele bewonersinitiatieven weten we nagenoeg niets.

Witte vlek

Van de Participatiecoalitie hebben we een scherp beeld: we weten precies om welke organisaties het gaat en wat die beogen. Van de ongeveer 500 energiecoöperaties weten we dankzij de noeste arbeid van Schwencke heel veel, maar nog lang niet alles. Van de informele bewonersinitiatieven echter weten we nagenoeg niets. We beseffen dat er heel veel van die initiatieven zijn, maar we weten niet bij benadering hoeveel; we hebben geen flauw idee wat er allemaal gebeurt onder hun vlag; we hebben geen enkel inzicht in de wijze waarop zij zich organiseren; en er is niets bekend over of en hoe zij aansluiting zoeken bij de wereld van de Participatiecoalitie en de energiecoöperaties.

Opmars

De burgerenergiebeweging begint, als alle maatschappelijke bewegingen, bij informele initiatieven, daaruit ontstaan formele organisaties. Vervolgens kan een coalitie de politieke slagkracht van initiatieven en organisaties versterken. Deze beweging is in Nederland bezig aan een opmerkelijke opmars. Dat blijkt uit de prominente rol van de Participatiecoalitie bij het Klimaatakkoord. Dat blijkt ook uit het snel groeiende aantal energiecoöperaties. Maar er is nog veel te weinig aandacht voor het legioen van informele bewonersinitiatieven, de natuurlijke voedingsbodem van de burgerenergiebeweging.

Paul van Seters

Dit artikel is eerder verschenen in het Tijdschrift Milieu, december 2019