News and events Tilburg University

Wopke Hoeksta verwijst naar Tilburgse theologie bij presentatie Miljoenennota

Gepubliceerd: 21 september 2021 Laatst bijgewerkt: 22 september 2021

Tijdens de presentatie van de Miljoenennota op Prinsjesdag sprak demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra over het belang van mens-en maatschappijwetenschappen. Hij verwees naar mensen die niet handelen volgens economisch of eigenbelang. Hoekstra citeerde theoloog prof. Paul van Geest van de Tilburg School of Catholic Theology, over de mens als homo coöperans in plaats van homo economicus.

Uit de presentatie van demissionair minister Wopke Hoeskstra:

'Iedereen die ooit een vak economie heeft gevolgd, kent wel het begrip homo economicus. Het gaat uit van de calculerende mens, die rationele keuzes maakt. En van een economie die transactioneel is, gericht op het maximaliseren van nut.

Diezelfde economiestudent weet vast ook dat over deze visie binnen en buiten de wetenschap al langere tijd vragen worden gesteld. Dat theorie en praktijk heel verschillend kunnen uitpakken. En dat de economie niet voor niets  - en ik zeg dit met het grootste respect voor alle economen die ons land rijk is – geen exacte wetenschap is.

Maar als er één periode is, waarin we heel nadrukkelijk hebben gezien dat wij mensen niet sec als homo economicus door het leven gaan, dan is het de afgelopen anderhalf jaar. Tijdens de coronacrisis zagen we mensen die beslissingen namen, niet uit eigenbelang, maar omdat ze er voor elkaar wilden zijn. We kennen de voorbeelden allemaal.

Homo coöperans

Het zijn allemaal voorbeelden die ver afstaan van de calculerende mens, die bezig is met eigenbelang. Het deed mij terugdenken aan een gesprek dat ik had met de theoloog Paul van Geest. Hij is een bijzondere samenwerking begonnen met de econoom Lans Bovenberg, vanuit de gedachte dat de theologie en de economie elkaar wellicht iets kunnen leren. Deze hoogleraren stellen dat wij niet uitsluitend als een homo economicus, maar ook als homo coöperans door het leven gaan. En dat onze economie in belangrijke mate niet transactioneel, maar relationeel is.'