Lotte van Doeselaar onderzoekt identiteitsontwikkeling

Wie ben ik? Deze promovenda onderzocht de vraag der vragen

Gepubliceerd: 28 februari 2020 Laatst bijgewerkt: 17 september 2020

Gewoon jezelf zijn. De zoektocht naar ‘wie je bent’ verloopt niet bij iedereen zonder zonder slag of stoot. Waarom is identiteitsvorming voor de een veel lastiger dan voor de ander? En hoe doe je eigenlijk goed onderzoek naar dit proces? Lotte van Doeselaar promoveerde cum laude op een onderzoek naar identiteitsontwikkeling bij adolescenten en jongvolwassenen. Univers sprak met haar.

Geschreven door: Doetie Talsma Bron: Univers Online

Allereerst, wat is identiteit eigenlijk?

“Heel simpel gezegd is identiteit het antwoord op de vraag: wie ben ik? Daarop kan iedereen natuurlijk een ander antwoord geven en dat maakt het een heel complex begrip. Antwoorden die je kunt geven zijn: ik ben onderzoeker aan Tilburg University, ik ben moeder, lerares, vriend, partner. Maar er kan nog meer bij horen, zoals religie, regionale binding of bepaalde overtuigingen: ik ben iemand die geen vlees eet. Die puzzelstukjes samen vormen het antwoord op de vraag ‘wie ben ik’ en dus je identiteit.”

Is je identiteit op een gegeven moment ‘af’?

“Nee, het ‘up to date’ houden van je identiteit is een levenslange taak. Er veranderen immers regelmatig dingen in je leven waardoor je je identiteit moet aanpassen. Wanneer je bijvoorbeeld gaat studeren, een kind krijgt of doordat je steeds ouder wordt. Ook kan het zijn dat je op een gegeven moment niet meer tevreden bent met een bepaald aspect van je identiteit. Je vindt je baan niet meer zo leuk en gaat op zoek naar iets nieuws. Identiteit heeft steeds opnieuw aandacht nodig.”

Jouw onderzoek focust zich op identiteitsontwikkeling bij jongeren

“Klopt, in de periode tussen de kindertijd en volwassenheid, staat identiteitsontwikkeling het meest centraal. Het is een tijd waarin er veel veranderingen plaatsvinden. Waarin je eigen keuzes moet maken en jezelf gaat vormgeven. Identiteitsontwikkeling is een van de kerntaken in die levensfase.”

‘Je moet steeds weer stilstaan bij wie je bent’

“In mijn onderzoek maak ik onder andere gebruik van data uit het Project-IK waarin Brabantse tweede- en derdeklassers vragen over hun leven beantwoorden. Wat opviel was dat jongeren in twee jaar tijd veel meer gingen nadenken over hun toekomstplannen. Ze probeerden antwoorden te vinden op vragen als: welke opleiding wil ik gaan doen, wat is mijn seksuele identiteit, wie zijn mijn vrienden, bij welke groep hoor ik?”

“Dat sluit aan bij bestaande theorieën: aanvankelijk neem je als kind nog veel dingen over van je ouders. Naarmate je ouder wordt ga je meer zelf nadenken en kijken wat echt bij jou past.”

Wanneer spreek je van een gezonde identiteitsontwikkeling?

“Het is belangrijk dat je eerst onderzoekt wat bij jou past en dat je daar ook keuzes in maakt. Wanneer je je vervolgens verbonden voelt met die keuzes, je hebt er geen twijfels over, spreken we van een gezonde identiteit.”

‘Geen antwoord hebben op de vraag wie je bent is heel stressvol’

“Bijvoorbeeld: je hebt voor een studie gekozen waarvan je vindt dat die goed bij jou past. Vervolgens wordt die studie onderdeel van wie jij bent en dat geeft je een gevoel van zekerheid. Je gaat later waarschijnlijk iets doen in diezelfde richting, dus dan weet je ook al een beetje wie je in de toekomst zal zijn. Er is een vorm van continuïteit, daar hebben mensen behoefte aan.”

Waar kan het ‘mis’ gaan?

“Sommige jongeren nemen dingen over van hun ouders, ze maken dus een keuze, maar staan er niet echt bij stil of die ook bij hen past. Andere jongeren gaan wel zelf zoeken maar komen niet echt tot een keuze. Daarover gaan ze piekeren en dat gaat vaak samen met negatieve gevoelens. Ze lopen vast.”

“Als je op een gegeven moment niet echt antwoord kunt geven op de vraag ’wie ben ik?’ dan is dat een gebrek in je identiteitsontwikkeling. Dat kan heel stressvol zijn. Je eigen identiteit geeft richting aan je leven. Als je keuzes hebt gemaakt en je je daar goed bij voelt dan is dat een soort kompas van wat jij belangrijk vindt en waar je naartoe wilt.”

Hoe doe je eigenlijk onderzoek naar identiteitsontwikkeling?

“Er zijn grofweg twee verschillende benaderingen om identiteit te onderzoeken, de dual-cycle en de narratieve benadering. De dual-cycle benadering onderzoekt door middel van vragenlijsten hoe mensen verschillende levenskeuzes (opleiding, baan, partner) maken en in hoeverre ze zich vervolgens verbonden voelen met die keuze.”

“Bij de narratieve benadering speelt het persoonlijke levensverhaal van mensen een belangrijke rol. Op basis van autobiografische verhalen proberen onderzoekers zicht te krijgen op de identiteitsontwikkeling. Het verhaal en de manier waarop mensen het vertellen bepaalt hoe ze in het leven staan, zo is de gedachte.”

“Een derde element dat vaak terugkomt in onderzoek naar identiteitsontwikkeling, is de mate waarin iemand het gevoel heeft uniek te zijn. Het is positief om jezelf als een beetje uniek te zien. Dan wijk je af van anderen en heb je meer een gevoel van wie jij bent. Als je jezelf helemaal niet uniek vindt, dan weet je ook niet hoe je verschilt van anderen. Je hebt niet een duidelijke persoonlijke identiteit. Als je echter teveel afwijkt van mensen die belangrijk voor jou zijn zoals je ouders, je vrienden of je partner, voel je je niet met hen verbonden. Dat kan zorgen voor eenzaamheid.”

Welke benadering heb jij toegepast?

“Ik heb al deze verschillende benaderingen gebruikt in mijn onderzoek en dat is redelijk uniek. Meestal zijn wetenschappers specialist in een bepaalde methode en blijven ze bij daarbij. Dat is jammer. Uit mijn onderzoek blijkt dat het waardevol is om deze benaderingen met elkaar te combineren.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?

“Een voorbeeld uit mijn eigen onderzoek is dat we jongeren vroegen om te schrijven over een keerpunt in hun leven. De narratieve methode. Ze schreven over een mooi gesprek met vrienden, de scheiding van hun ouders, of het overlijden van iemand. Ook al heb je misschien niet altijd controle over de gebeurtenis zelf, je ziet wel verschil in hoe jongeren er daarna mee omgaan.”

“Zo was er een jongen die geplaagd werd met de kleren die hij aanhad. Daar had hij het best wel moeilijk mee. Een tijdje overwoog hij om dan maar andere kleren aan te trekken. Maar uiteindelijk besloot hij zich minder aan te trekken van wat de anderen vinden en zich te blijven kleden hoe hij zelf wil.*”

‘Het is positief om jezelf als uniek te zien’

“Ik kreeg ook beschrijvingen van jongeren waarin ze wel een keerpunt beschreven, maar zelf geen invloed hadden op het plot van het verhaal. De gebeurtenis overspoelde hen als het ware. We weten uit eerder onderzoek dat jongeren die wel controle hebben beter in hun vel zitten.

“Naast de narratieve benadering heb ik vervolgens ook nog de dual-cycle benadering ingezet. Zo kwamen we erachter dat jongeren die vertellen meer controle te hebben over het plot van het verhaal, in de twee jaar daarna meer op zoek gaan naar keuzes die bij hen passen en zich meer verbonden voelen met deze keuzes.”

Wat hoop je dat er met jouw bevindingen gebeurt?

“De belangrijkste conclusie van mijn onderzoek is dat identiteit wordt gevormd door verschillende puzzelstukjes. Het zou mooi zijn om een meetinstrument te ontwikkelen waarin de keuzes en bindingen van mensen, maar ook het gevoel van uniekheid en een stukje levensverhaal zijn opgenomen. Nu zijn dat allemaal losse dingen, maar je weet uiteindelijk het meeste als je al die aspecten onderzoekt.”

*Dit voorbeeld is aangepast om de anonimiteit van de deelnemers aan het onderzoek te waarborgen.