CO2 energie klimaat

Reacties op klimaattop COP26: Te weinig, te laat, slechts kleine stapjes vooruit

Gepubliceerd: 15 november 2021 Laatst bijgewerkt: 17 november 2021

Zijn we iets opgeschoten met de klimaattop COP26? Tilburgse wetenschappers zijn het erover eens dat de resultaten niet passen bij de urgentie van de problemen die steeds groter worden. Na bestudering van de kleine lettertjes zien ze kleine lichtpuntjes: er zijn procedures afgesproken om landen beter bij de les te houden. Maar de Nederlandse overheid en de EU moeten aan de bak, en wel zo snel mogelijk. Het klimaatprobleem kan alleen collectief worden opgelost.

“De jeugd wordt nog onvoldoende gehoord”, is de eerste reactie van Reyer Gerlagh, hoogleraar milieueconomie. “Ik steun tegenwoordig recalcitrantie. Eens met Greta: ‘bla bla bla’.” Maar volgens Gerlagh kunnen we van de wereldleiders ook niet verwachten dat ze naar de lange termijn kijken: “Ze staan onder invloed van grote bedrijven die geleid worden door oude witte mannen die naar hun eigen glorieuze verleden kijken, minder naar de verre toekomst. En degenen die naar de toekomst kijken hebben vooral aandacht voor hun eigen bedrijfswinsten.”

Eens met Greta: ‘bla bla bla’

Bert Willems, die de organisatie van energiemarkten onderzoekt, heeft het eveneens over een ‘praatbarak’ in Glasgow met veel onuitgewerkte beloftes en weinig harde afspraken. “Misschien is dit een teken van het huidige politieke landschap: zwakte van de VS, Australië dat vasthoudt aan steenkool, de EU die niet helemaal gezamenlijk optreedt, een kleine delegatie van China en Rusland dat ook niet echt zit te springen om maatregelen.”

In de media ging het vooral over het uitfaseren van het gebruik van steenkool en het stoppen met ontbossing. Maar hoogleraar klimaatrecht Jonathan Verschuuren wijst erop dat zelfs die afspraken juridisch niet bindend zijn en dus weinig effectief. Teleurstellende resultaten dus, zegt ook hoogleraar economie en milieubeleid Herman Vollebergh: “De ontwikkelde landen bleven steken als het gaat om verantwoordelijkheid nemen  – als je naar de gecumuleerde emissies kijkt, zijn deze landen vooral aan zet – en de ambitie van de snel ontwikkelende landen als China, India en Brazilië valt niet mee, omdat actie wel pas erg ver in toekomst wordt beloofd.”

We ontkomen er niet aan om het klimaatprobleem als collectief probleem te zien

Het probleem is dit, vertelt hoogleraar sociologie Peter Achterberg: “Veel van de problemen kunnen alleen worden aangepakt als we ze niet zien als een individueel gedragsprobleem, maar als een collectief probleem. Je kunt inderdaad kiezen om niet te vliegen. Om je huis te verduurzamen. Om minder vlees te eten. Maar dan is er een collectieve actie-probleem: het werkt alleen als iedereen het doet. (...) En als er dus geen regeringen zijn die klimaatverderfelijk gedrag blijven stimuleren – door bijvoorbeeld luchtvaartmaatschappijen te subsidiëren (...). We ontkomen er simpelweg niet aan om het klimaatprobleem als collectief (institutioneel) probleem te zien, en zo te komen tot een integrale oplossing.“

Kleine lichtpuntjes

Klimaatjurist Verschuuren was vooral geïnteresseerd in het handen en voeten geven aan de juridisch wel bindende afspraken in het Klimaatakkoord van Parijs, namelijk dat landen zelf hun doelen moeten vaststellen (zgn. NDC’s, Nationally Determined Contributions) en moeten halen met het oog op een maximale temperatuurstijging van 2 graden. Op dat front is wel enige vooruitgang geboekt, constateert hij: er zijn procedureregels vastgesteld en er is vastgelegd hoe landen moeten rapporteren over de behaalde emissiereducties van CO2. Ook is het overdragen van emissiereducties tussen landen verduidelijkt: land X dat investeert in emissiereductie in land Y mag de hiermee bereikte reductie gebruiken om zijn eigen doel te bereiken.

Daarnaast is vooruitgang geboekt bij het opzetten van een marktinstru­ment voor bedrijven die investeren in klimaatprojecten die bijdragen aan duurzame ontwikkeling: een nieuwe ‘Supervisory Body’ zal methodologieën voor deze projecten ontwikkelen, evenals regels om misbruik tegen te gaan. “Hiermee wordt het Clean Development Mechanism uit het Kyoto Protocol nieuw leven ingeblazen”, aldus Verschuuren. Ook de credits die onder dit mechanisme zijn verkregen kunnen straks, onder bepaalde voorwaarden, worden gebruikt in het nieuwe systeem van het Klimaatakkoord van Parijs.

Ook is de nieuwe overeenkomst over methaanuitstoot bemoedigend, aldus Vollebergh, hoewel de implementatie niet eenvoudig zal zijn en China niet meedoet. En er zijn flinke ambities van de VS en de EU (Fit for 55), al ligt de focus vooral weer op eigen industrie eerst en niet op samenwerking rond innovatie met ontwikkelende landen. De terugkeer van kernenergie noemt hij opmerkelijk: “Kernenergie is de enige energiedrager die afgelopen tientallen jaren alsmaar duurder is geworden. Terwijl zon nog altijd heel snel goedkoper wordt en wind al lang concurrerend is met fossiele brandstoffen.”

Anderhalve graad niet bindend

Niettemin is er veel bij het oude gebleven, zegt ook Verschuuren: “Weliswaar is erkend dat we ons beter kunnen richten op een maximale temperatuurstijging van 1,5 graad, maar de afspraak van Parijs dat 2 graden het juridisch bindende einddoel is, is in Glasgow herbevestigd.” Er mag dan een werkgroep zijn ingesteld die het opschalen van de ambities in dit decennium gaat bespreken, maar een gezamenlijke planning kwam er niet: afgesproken is dat staten ‘aangemoedigd’ worden om in 2025 een NDC (nationale bijdrage) met einddatum 2035 vast te stellen, in 2030 eentje voor 2040 en zo verder. “Tot slot moet geconcludeerd worden dat niet veel verder is gekomen in de onderhandelingen over allerlei onderwerpen die betrekking hebben op de ondersteuning van ontwikkelingslanden.”

De Nederlandse overheid wil vooral de mogelijk klagende burger niet voor het hoofd stoten

Van de bijdrage van Nederland aan COP26 en het Nederlandse beleid zijn de experts evenmin onder de indruk. “Wollig en warrig”, noemt hoogleraar vastgoedeconomie Dirk Brounen die. Gerlagh vergelijkt het Nederlandse klimaatbeleid met het coronabeleid: “Er wordt niet vooruitgedacht over beleid dat robuust is bij mogelijk minder optimistische scenario’s. De overheid wil vooral de mogelijk klagende burger niet voor het hoofd stoten. (…) We zijn een land dat achterloopt, dat volop financiële steun geeft aan de fossiele industrie. Als de EU ons niet zou dwingen klimaatbeleid te voeren, zou onze overheid er het liefst niet over nadenken en pas beleid vormen als de catastrofes groot en zichtbaar zijn.”

Vollebergh is iets optimistischer: “Het is goed dat Nederland op aantal aspecten eindelijk eens wat meters maakt, zoals onderschrijven na een draai van jewelste van stoppen van exportkredietverzekeringen voor met name fossiele brandstofwinning, alhoewel ik vrees dat dit uiteindelijk misschien toch weer symboolpolitiek is. Ook het initiatief om te stoppen met diesel in vrachtvervoer is nuttig, maar nog wel wat ver weg in de tijd. Anderzijds kunnen we ook niet te snel gaan, omdat de schone energie simpelweg niet beschikbaar is.”

Zo snel mogelijk naar klimaatneutraal

Als wetenschappers werpen de Tilburgse experts hun blik op de lange termijn. Maar die betekent dat we nu aan de bak moeten: om te beginnen in Nederland en de EU. De lat moet hoger en dwingender, aldus Brounen. Ook Willems pleit voor maatregelen die pijn doen: “Je zou bijvoorbeeld internationale handel kunnen conditioneren op het bereiken van klimaatdoelstellingen. Als landen die niet willen of er niet in slagen worden belemmerd in hun handel, zal het plots wat vlotter gaan.”

Gerlagh: “De focus moet duidelijker gericht zijn op de snelst mogelijke omschakeling naar klimaatneutraal. Nu is de focus nog te vaak dat het niet te veel geld mag kosten en dat bedrijven en burgers er geen last van mogen hebben. Het klopt dat het budget beperkt is, en draagkracht nodig. Maar het is een een-tweetje. Burgers passen hun normen ook aan aan de regelgeving; kijk naar het anti-rookbeleid.”

“We moeten in Nederland een keer eerlijk over landbouw, klimaat, en vleesconsumptie spreken. Het nieuwe normaal wordt dan dat vlees de uitzondering is. Op dit moment probeert de overheid die ontwikkeling te vertragen in plaats van te versnellen. Alle huizen en bedrijven moeten energiezuinig zijn en (indirect) met schone energie worden verwarmd. Dat is een grote klus die meer sturing vergt dan dat de overheid nu geeft.”

Volgens Brounen is het besparen van CO2 in de gebouwde omgeving zelfs in alle landen een haalbare kaart, maar dan moet er wel een stok achter de deur komen, en die is in Glasgow niet gezet. “Vreemd, want de vastgoedmarkt staat toch voor zo’n 30% van de CO2 uitstoot.“

Vollebergh wijst erop dat het op het terrein van klimaatfinanciering goed is het dat Nederland mee voorop wil lopen, maar ook hier ligt weer veel focus op het eigenbelang van het Nederlandse bedrijfsleven bij adaptatieprojecten.

Saskia Lavrijssen, hoogleraar regulering van energietransitie, voegt zich in het urgentiekoor: “Nederland moet nu echt gaan doorpakken. Er is een duidelijk en duurzaam wettelijk kader nodig om de energietransitie te versnellen. Hopelijk worden de Energiewet en de Wet Collectieve Warmtevoorziening snel gepubliceerd. Van groot belang is dat de duur van besluitsvormingsprocedures omtrent de inpassing van de aanleg van nieuwe energie-infrastructuur en nieuwe duurzame energieprojecten wordt verkort."

Europa zal moeten leiden, uit eigenbelang

Maar, waarschuwen de juristen ook, de versnelling van procedures mag niet leiden tot een verschuiving van de problemen. Er bestaat een groot risico dat versnelde procedures voor energieprojecten ten koste gaan van natuur en daarmee juist de biodiversiteitscrisis vergroot, aldus hoogleraar milieurecht Kees Bastmeijer. Denk bijvoorbeeld aan grote schade aan vleermuispopulaties door onzorgvuldige grootschalige huis(na)isolatie, en aanleg van windturbineparken in migratieroutes van vogels. “De overheid opereert helaas te vaak te versplinterd, vanuit één probleem.” Ook het tekort aan netwerkcapaciteit vergt een integrale aanpak, aldus Lavrijssen: de wetgeving moet slimme oplossingen voor duurzame energieprojecten stimuleren waarbij op integrale wijze wordt gekeken naar de ontwikkeling van duurzame energie, het energiegebruik, opslagmogelijkheden en de noodzakelijke infrastructuur.”

Niettemin, betoogt socioloog Achterberg: Wij zijn een van de rijkste landen ter wereld. Als wij het niet kunnen, wie dan wel? Maatschappelijk is er wel een opdracht aangezien er toch een aanzienlijk deel van de burgers is dat klimaatmaatregelen behoorlijke onzin vindt. Maar goed: als zij ook hun energierekening omlaag zien gaan valt er wel wat te regelen denk ik.”

Vollebergh: “Het is zoeken naar goede manieren om heel concreet bij te dragen aan samenwerking: met innovation cooperation in plaats van technology transfers, zoals Ambuj Sagar het noemde in een sessie van OECD” (zie OECD, met ook een bijdrage van Vollebergh).

En Europa zal moeten leiden, uit eigen belang, zegt Gerlagh. “Europa is het enige continent waar aandacht voor klimaat door voldoende burgers gedragen wordt om actie te nemen. Dat moeten we koesteren en versterken. In Europa moeten we de technologie ontwikkelen en de kosten daarvan naar beneden brengen, die daarna in de rest van de wereld kan worden ingezet.”

En als het allemaal niet genoeg is?

Reyer Gerlagh: Een mogelijk scenario is als volgt