News and events Tilburg University

Mensen met een verstandelijke beperking willen wat te zeggen hebben over hun eigen leven

Gepubliceerd: 26 november 2020 Laatst bijgewerkt: 28 maart 2021

Mensen met een lichte verstandelijke beperking zijn afhankelijk van begeleiders, verzorgers en familie. Hoe ervaren en waarderen begeleiders, naasten en cliënten zelf de opgelegde vrijheidsbeperkingen? Promovendus Anne Pier van der Meulen (Tranzo) deed er onderzoek naar.

Door hun beperkte adaptieve en intellectuele vermogens - redeneren, probleemoplossend denken, plannen - kunnen mensen met een matig tot ernstig verstandelijke beperking (IQ 34/40-50/55) moeilijk beslissingen nemen en hun eigen wensen kenbaar maken. Dat maakt hen afhankelijk van anderen.

Beperkende maatregelen

Zij kunnen met ingrijpende vrijheidsbeperkingen te maken krijgen, zoals insluiting of verplicht innemen van medicijnen (als reactie op grensoverschrijdend gedrag); maatregelen die het welzijn kunnen aantasten. Die zwaardere maatregelen zijn inmiddels wel wat afgebouwd. Maar ook de mildere, vaak collectief toegepaste maatregelen binnen instellingen of woongroepen, kunnen als beperkend worden ervaren. Denk aan inperking van gebruik van sociale media, regels over eten en drinken, de bedtijd of het verplicht douchen.

Hoe worden deze vrijheidsbeperkingen ervaren en gewaardeerd, door begeleiders, verwanten en de cliënten zelf? Anne Pier van der Meulen onderzocht dat bij een zorginstelling in het oosten van het land, de cliënt centraal stellend.

 

Mensen met een verstandelijke beperking zijn kritisch wanneer beperkingen de privacy of waardigheid schaden

 

Bevindingen

Begeleiders en verwanten kunnen best leven met beperkingen in het leven van cliënten, maar dan moeten die regels wel het welzijn bevorderen. Soms rijzen morele twijfels bij bepaalde beperkingen en is de vraag of ze wel bijdragen aan goede zorg. Verwanten willen meer betrokken worden bij beslissingen en zijn kritisch wanneer beperkende maatregelen niet op maat kunnen worden aangepast. Cliënten zijn kritisch wanneer beperkingen de privacy of waardigheid schaden.

Gezamenlijk besluitvorming

Mensen met een verstandelijke beperking worden ook steeds meer betrokken bij de beslissingen over hun leven. Zo is de afgelopen decennia meer nadruk komen te liggen op het samen keuzes maken tussen cliënt, zorgverleners en verwanten (gezamenlijke besluitvorming), in plaats van dat begeleiders en naasten het heft volledig in handen nemen voor de cliënt (vervangende besluitvorming). De dialoog tussen begeleiders, naasten en cliënten over toepassing van beperkende maatregelen is cruciaal om te komen tot een verantwoorde gezamenlijke besluitvorming. Moreel Beraad kan dan een geschikt middel zijn om het perspectief van de cliënt bij begeleiders te vergroten, zo besluit Van der Meulen.

Anne Pier van der Meulen (Leeuwarden, 1968) studeerde theologie aan de Theologische Universiteit te Kampen. In 1995 gaf hij een jaar les op het college ’t Loo in Voorburg. In 1996 startte hij als predikant bij de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB te Weesp, vanaf 2002 in Oude en Nieuwe Niedorp (N-Holland) en later Gendt en Doornenburg (Betuwe). In 2011 werd hij geestelijk verzorger in de gehandicaptenzorg. Begin 2014 startte hij met zijn promotietraject. Per 2019 is hij geestelijk verzorger bij defensie.

Contact