Nieuws en agenda

Neem regie over migratie; Scheffer en Hirsch Ballin in WRR-rapport

Van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) verscheen 19 juni een publicatie getiteld Regie over migratie met de centrale vraag of het huidige migratiebeleid aanpassing behoeft in het licht van die hedendaagse migratiebewegingen. Daarin bijdragen van onder meer de Tilburgse hoogleraren Paul Scheffer (Europese Studies) en Ernst Hirsch Ballin (universiteitshoogleraar).

Doel van de studie is het beleidsdebat over de regulering van migratie te stimuleren. Een zeer relevant debat ook in het licht van de recente vluchtelingenproblematiek in Europa.

Meer lezen in relatie tot actuele vluchtelingencrisis

Paul Scheffer: “Nederland heeft een immigratiebeleid voor de lange termijn nodig.”

Paul Scheffer liet het CBS vijf migratiescenario’s doorrekenen en stelde zich de vraag wat die verschillende scenario’s betekenen voor de bevolkingsgroei in Nederland. Scheffer pleit vervolgens voor een georganiseerde migratie op basis van een helder immigratiebeleid á la Canada.

Georganiseerde migratie

Een georganiseerde migratie kan veel bijdragen aan een samenleving, terwijl ongecontroleerde migratie leidt tot maatschappelijke spanningen, stelt Scheffer. Hetzelfde geldt voor de opvang van vluchtelingen. Een voorspelbare omgang met humanitaire verplichtingen kan worden volgehouden, maar een onbegrensde opvang slaat om in een afwijzing van elke verantwoordelijkheid.

Scheffer noemt vijf oorzaken van de migratie van Zuid naar Noord (35% van de totale migratie in de wereld).

  1. Demografische ontwikkelingen (bevolkingsexplosie in Afrika gaat richting 2,5 miljard in 2015);
  2. De welvaartskloof tussen Noord en Zuid;
  3. Klimaatverandering (extreme droogte als overstromingen);
  4. Migratienetwerken (aantrekkende werking van bestaande gemeenschappen);
  5. Politieke crises (en dan vooral de gewelddadige conflicten).

Nederland immigratieland

Achter het heftige debat over illegale migratie (met als symbool de vluchtelingenboten) gaat een grotere vraag schuil: hoe gaan we om met reguliere migratie? We zijn een immigratieland geworden en daar hoort een immigratiebeleid bij. Zoals dat bijvoorbeeld in Canada het geval is. Doelstelling daar is 300.000 nieuwkomers, waarvan 58 procent arbeidsmigranten, 28 procent in de categorie gezinsmigratie en 14 procent vluchtelingen. Aan de arbeidsmigratie worden duidelijke eisen gesteld, de humanitaire opdracht is begrensd. Canada laat zo zien dat integratie en acceptatie van nieuwkomers gemakkelijker verloopt wanneer die migratie een bewuste keuze is. Ook Nederland heeft, zo stelt Scheffer, een oriëntatie voor de lange termijn nodig. Daartoe vroeg hij aan het CBS om enkele prognoses uit te rekenen voor toekomstige immigratie.

Scenario’s voor 2060

In een scenario met een gemiddeld migratiesaldo van 0 per jaar (immigratie en emigratie houden elkaar in evenwicht) krimpt de bevolking van 17,21 tot 16,78 miljoen mensen n 2060. Bij een scenario met een vertrekoverschot van -8.000 krimpt de bevolking verder naar 16,06 miljoen. Een migratiesaldo van +10.000 levert een bevolking op die stabiliseert op het huidige niveau van 17,21 miljoen. In het huidige CBS-scenario met een gemiddeld saldo van +31.000 groeit de bevolking tot 18,44 miljoen. En bij een saldo van +50.000 neemt de bevolking toe tot 19,71 miljoen in 2060.

Conclusie: kleine verschillen in het jaarlijkse migratiesaldo leiden tot grote verschillen. Een gemiddeld migratiesaldo van 20.000 meer of minder dan de gangbare prognose leidt binnen vier decennia tot ongeveer 1,2 miljoen mensen meer of minder.

Populisten versus kosmopolieten

Scheffer: “Populistische partijen, die pleiten voor een zeer restrictief beleid, willen dat de bevolking krimpt. Dat zeggen ze er nooit bij, want de gevolgen van deze krimp zijn nogal problematisch in een samenleving die al aan het vergrijzen is. En ze zeggen er niet bij dat zelfs met zo’n beleid nog steeds 30 procent van de bevolking in 2060 uit migranten zal bestaan. In het -8.000-scenario telt ons land in dat jaar 4,8 miljoen eerste en tweede generatie migranten. Meer kosmopolitisch ingestelde partijen, die pleiten voor een ruimhartiger migratie- en asielpolitiek, willen dat de bevolking in de komende decennia groeit tot 19,7 miljoen of meer mensen. Dat zeggen ze er nooit bij. Ze vertellen niet dat hun programma zal leiden tot een samenleving met in ieder geval 7,4 miljoen mensen die een migratieachtergrond hebben.”

IJkpunt ontbreekt

In zijn bijdrage aan de WRR-uitgave maakt Scheffer zelf geen keuze. “Mijn betoog draait om de vaststelling dat we iets te kiezen hebben. Nu ontbreekt elk ijkpunt voor het migratiebeleid. Het is duidelijk dat een zeer afhoudende opstelling uitloopt op bevolkingskrimp. Dat lijkt me geen bijdrage aan de toekomst van Nederland. Daartegenover staat een verdere opening van de grenzen. Zo’n houding leidt tot een snelle bevolkingsgroei met nogal wat integratieproblemen. Ook iets om over na te denken. De druk op het onderwijs, de sociale zekerheid, de politie, de volkshuisvesting en de gezondheidszorg is toegenomen door de migratie. Dat is geen verwijt aan de mensen die hiernaartoe zijn gekomen in de hoop hun leven te verbeteren. Veel instituties hebben eenvoudigweg grote moeite om aan de opdracht van een betekenisvolle integratie te voldoen.”

De volgende vragen moeten, zo besluit Scheffer, dan ook beantwoord worden: welke arbeidsmigratie is op een langere termijn nodig? Welke kwalificaties zijn gevraagd op onze arbeidsmarkt? En wat is de reikwijdte van onze humanitaire verplichtingen?

Ernst Hirsch Ballin: Bouwstenen voor herijking van migratiebeleid

Bij een herijking van migratiebeleid moet de aandacht op de eerste plaats uitgaan naar migratie van buiten de EU. Daaronder valt de komst van mensen die internationale bescherming zoeken. Scheffer wijst er, aldus Hirsch Ballin, op dat de integratie niet gelukt of mislukt is, maar werk in uitvoering dat nooit af is in een samenleving waar migranten blijven aankomen. Scheffer wil het niveau van migratie en de omvang van het migratiesaldo reguleren. Hirsch Ballin maakt hierbij enkele kanttekeningen:

1. Elke grens heeft twee kanten. Beleidsvoorstellen die ervan uitgaan dat we de moeilijkste taken rond migratie over de grens kunnen zetten zijn evenzeer tot falen gedoemd als voorstellen die de blik slechts richten op veranderingen binnen de grenzen van Nederland.

2. Doordat migratiebeleid beide kanten van de grens in ogenschouw moet nemen, vereist een zinvolle discussie erover de bereidheid doelstellingen, middelen en consequenties vanuit verschillende gezichtspunten te bezien. Een daarvan is het draagvlak bij de reeds langer (gedurende meer generaties) in de samenleving aanwezige bevolking. Het is verder van belang wat de tot de bevolking behorende burgers met een migratieachtergrond ervaren. Steeds weer moeten gezamenlijke antwoorden worden gezocht binnen de hieraan eigen spanningsvelden.

3. Migratiebeleid kan noch enkel nationaal beleid zijn, noch enkel internationaal beleid. Europees beleid heeft kenmerken van allebei, maar kan evenmin los van het nationale en het internationale beleid worden ontwikkeld. Daarbij is het inzicht in motieven, gevolgen en draagvlak van migratie essentieel. Die zijn immers allemaal intermenselijk, sociaal en dus ook beïnvloedbaar. ‘Grenzen’ aan het integrerende vermogen van een samenleving zijn, anders dan staatsgrenzen, mede afhankelijk van het beleid en de beleidsmotieven die worden uitgedragen. Het maakt verschil of de politieke aandacht alleen op gevolgen aan de ene kant van een grens wordt gericht, of ook op de andere kant, bijvoorbeeld in het kader van de UNHCR.

Onverstandig beleid zoals het plaatsen van extreem grote azc’s in kleine gemeenschappen kan het draagvlak voor migratie doen afbrokkelen. Vooruitziend beleid, zoals de door de WRR al langer bepleite snelle arbeidsparticipatie, kan het draagvlak juist vergroten.

Louter nationaal beleid ondenkbaar

Hirsch Ballin concludeert: “De toedeling van bevoegdheden aan de EU is niet de enige reden dat nationaal beleid (...) ondenkbaar is. Voorstellen voor een herijking van het migratiebeleid zullen om even praktische als principiële redenen altijd een samenstel van binnenlandse, Europese en internationale inzet vereisen. Ze zullen ordelijk moeten zijn, maar ook een voorbereiding op onzekerheden die het gevolg zijn van oorlogen, klimaatverandering en rampen, altijd in het besef dat het gaat om het samenleven van mensen.”