News and events Tilburg University

Vreugde zowel in Koran als Bijbel om pasgeboren kind

Gepubliceerd: 18 december 2018 Laatst bijgewerkt: 17 april 2019

Column van theoloog Paul van Geest

Traditiegetrouw wordt in alle christelijke kerken wereldwijd sinds de vierde eeuw in de kerstnacht het verhaal van de geboorte van Jezus verteld, zoals ons dat is overgeleverd door de evangelist Lucas. Voordat hij het licht zag, was Lucas arts. Als zijn diagnoses van patiënten zo exact waren als zijn tijdsbepalingen in zijn kerstevangelie, is het maar goed dat hij is gaan schrijven.

Zo situeert hij de verkondiging van geboorte van Jezus in de regeerperiode van de Romeinse vazalkoning Herodes, die tot 4 voor Christus heerste over delen van Judea. Maar de geboorte zélf ziet hij geschieden in de periode van een volkstelling die pas rond 6-9 na Christus plaats heeft gevonden onder gouverneur Quirinius. Er verstrijkt dus wel heel veel tijd tussen de aankondiging van de geboorte en de geboorte zélf; zelfs zoveel dat het niet waarschijnlijk is dat Lucas de exacte feiten op een rij had. Of wilde hebben. Klaarblijkelijk was hij van zins de wereld iets anders mee te geven dan een strikt historische verhandeling

De waarheid die Lucas in zijn kerstverhaal te berde wil brengen is die van de ongebreidelde vreugde om de verwachting en geboorte van een kind. Bij hem geen wijzen uit het Oosten maar jubelende engelen en verraste en blije herders die op kraamvisite komen in de geïmproviseerde kraamkamer met een kribbe als wieg. Meer dan zijn collega-evangelist Mattheus weet hij zijn lezer blij te stemmen over de geboorte van een prachtkind. Dat Lucas daar beter in slaagt is niet verwonderlijk. Als arts heeft hij ongetwijfeld geholpen bij bevallingen en zal ongetwijfeld de vreugde vaardig over hem zijn geworden die jonge vaders ten deel valt als ook hun kind met navelstreng en al de lucht in ging. Puer natus est nobis! Een kind is ons geboren! Venite adoremus! Komt laten wij het vereren! Iedere jonge vader kan dit Lucas nazeggen. Mattheus’ verhaal stemt beduidend minder tot enthousiasme. Maar die was in zijn vroegere leven dan ook geen verlossende arts. Hij was, tja, tollenaar geweest: een soort belastingambtenaar. 

Wat opvalt in de kerstverhalen van alle evangelisten is dat Maria geen moment alleen gelaten wordt. Zij weet zich omringd door mensen die zorg om haar hebben. Hoe anders is het met Maria in de Koran gesteld. In soera 19 ontmoetten wij haar. Net zoals in de Bijbelse kerstverhalen krijgt Meryem haar zwangerschap aangekondigd door een engel. So far so good. Maar vervolgens moet Maria moet zo ongeveer alles zelf doen. Jozef is in geen velden of wegen te bekennen. Zij is werkelijk moederziel alleen als de weeën zich aandienen. Vanwege de heftigheid van deze weeën moet zij zich zelfs vasthouden aan een stam van een palm. Tijdens de bevalling betoont zij zich dan ook haast wanhopig. Veel meer dan in de Schrift wordt in de Koran Maria’s barensnood uitgedrukt. Ook omdat zij het sociaal isolement voor zich ziet opdoemen als alleenstaande moeder verzucht zij: ‘Ach was ik maar eerder gestorven en was ik maar volstrekt in vergetelheid geraakt’. Lucas doet vaders aan de vreugde om de geboorte herinneren. Maar in de Koran lijkt Maria vooral als rolmodel voor moeders te zijn weergegeven.

Als Jezus (Isa) eenmaal is geboren, is Maria’s leed evenwel snel geleden. Als zij aangeeft honger te hebben, wijst het pasgeboren kind, dat trouwens onmiddellijk in volzinnen spreekt, haar op de dadels in de palm, Die vallen haar vervolgens zo in haar schoot. Toch blijft zij bang. Hoe kan zij, eenmaal teruggekeerd naar de wereld, uitleggen dat zij een kind ter wereld heeft gebracht terwijl zij toch geen man heeft bekend? Maria wordt in de Koran, veel meer dan in de Schrift, als een moeder van smarten omschreven. Maar Jezus stelt haar gerust en spreekt zelfs tegen de mensen die tegen Maria zeggen dat ze echt iets ongehoords gedaan heeft. Hij legt hun uit dat hij juist vrede is komen brengen: ‘Vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd, op de dag dat ik sterf en op de dag dat ik weer tot leven word opgewekt’. Ook deze woorden zijn heel voorstelbaar: de geboorte van ieder kind behelst een oproep tot vrede en ieder kind is in alle kwetsbaarheid de vrede zélf. In Schrift en Koran weerklinkt de vreugde die mensen ten deel valt als zij heel, heel goed naar pasgeboren kinderen hebben gekeken. En nog veel meer dan dat.