News and events Tilburg University

In memoriam – Herman Berger, hoogleraar systematische wijsbegeerte (1924 -2016)

Gepubliceerd: 27 september 2016 Laatst bijgewerkt: 10 april 2019

In memoriam – Herman Berger, hoogleraar systematische wijsbegeerte (1924 -2016)

Op vrijdag 16 september overleed emeritus Herman Berger op 92-jarige leeftijd. Hij was van 1967 tot 1989 als hoogleraar systematische wijsbegeerte verbonden aan de voormalige Theologische Faculteit Tilburg en aan de wijsgerige faculteit.

Berger, die aanvankelijk in Turijn en later aan de universiteit van Nijmegen filosofie had gestudeerd, promoveerde in 1961 bij prof. J.A.J. Peters op een proefschrift over het begrip ousia in de dialogen van Plato. Een aantal gezaghebbende artikelen over m.n. het substantiebegrip bij Aristoteles zouden volgen. Hij leek daardoor voorbestemd om docent antieke wijsbegeerte te worden. Maar omdat hij in die zelfde periode intensief had meegewerkt aan het laatste grote Nederlandstalige handboek in de thomistische filosofie, Peters’ Metaphysica – een systematisch overzicht (1957), werd hij door collega’s vooral als metafysicus aangemerkt; een karakterisering waarin hij zich gaandeweg thuis voelde, en waarin hij zich ontpopte als een oorspronkelijk denker.

In 1967 werd hij dan ook als metafysicus benoemd aan de Theologische Faculteit Tilburg. Hij zou er blijven tot zijn emeritaat in 1989. In die periode groeide hij niet alleen uit tot een gewaardeerde docent, maar greep hij ook de kans om zijn eigen filosofische positie nader uit te werken. Die positie was geworteld in de antieke en middeleeuwse wijsbegeerte, werd sterk geïnspireerd door geestverwanten als Joan De Petter (Leuven) en Bernard Barendse (Amsterdam), en werd getoetst in voortdurende dialoog met het denken van Kant, Hegel, Nietzsche, K.-O. Apel, en vele anderen. Die positie dus – Berger sprak zelf graag over zijn ‘metafysische hypothese’ – betreft een drietal basisinhouden, en het beargumenteren van de metafysica komt neer op de toets in hoeverre die basisinhouden staande blijven tegenover hun critici als Kant of Nietzsche, maar vooral in hoeverre die basisinhouden oplossingen bieden voor de aporieën waarin die critici verzanden. Die drie (samenhangende) basisinhouden zijn: 1) de verhouding van eenheid en veelheid, die numeriek misschien een tegenstelling vormen maar elkaar metafysisch insluiten – contra het essentialisme, 2) de verhouding van immanentie en transcendentie, die evenmin tegenover elkaar staan – contra het platonisme (dat dus als metafysica gediskwalificeerd is), en 3) de verhouding van kennis tot de werkelijkheid; geen enkele theorie van de bemiddeling kan zonder een moment van onmiddellijkheid – contra Kant.

Berger was een vruchtbaar schrijver, meer van boeken dan van artikelen. Tijdens zijn werkzame periode werd zijn metafysische positie verfijnd en uitgewerkt, resulterend in een negental boeken. Zo wijd als alle werkelijkheid (Ambo, 1977) is daarvan waarschijnlijk de bekendste, alhoewel hij zelf het minder bekende Vragen naar zin (TUP, 1986) een meer oorspronkelijk werk vond. Na zijn emeritaat mocht hij nog een tiental boeken publiceren. Het laatste, De Ethica van Spinoza – een handreiking (Garant, 2011), op 86-jarige leeftijd. Het is nog in de reguliere handel. Herman Berger werd zeer gewaardeerd door collega’s, promovendi en studenten – en voor de degenen die ook buiten de universiteit met hem optrokken was hij een warme vriend.

René Munnik (Tilburg School of Catholic Theology)