News and events Tilburg University

Consument digitale inhoud (apps, gestreamde films) beter beschermen in Burgerlijk Wetboek

Gepubliceerd: 01 april 2021 Laatst bijgewerkt: 01 april 2021

De bescherming op grond van het Burgerlijk Wetboek voor consumenten die problemen ondervinden met digitale inhoud zoals apps en gestreamde films, dient te worden verstevigd. Dat concludeert Daniëlle Op Heij in het proefschrift dat ze op vrijdag 9 april 2021 verdedigt aan Tilburg University. Ze doet diverse aanbevelingen om consumenten beter te beschermen.

Het downloaden van apps en het streamen van films, ofwel digitale inhoud, is niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Als zich problemen voordoen bij het aanschaffen of gebruik ervan, is de consument echter afhankelijk van regels in het Burgerlijk Wetboek die niet specifiek zijn ontwikkeld voor digitale inhoud.  

Promovenda Daniëlle Op Heij van Tilburg Law School onderzocht hoe de bescherming van de consument kan worden verbeterd bij een overeenkomst over digitale inhoud. Ze bestudeerde zowel het Burgerlijk Wetboek, als de Consumer Rights Act in Engeland en de Europese richtlijn over digitale inhoud en digitale diensten, die op 1 juli 2021 in het Burgerlijk Wetboek moet zijn geïmplementeerd.

Op Heij maakte een onderscheid in twee fasen: de fase waarin de consument een overeenkomst wil gaan sluiten en de fase waarin er al een overeenkomst is gesloten. In de eerste fase oriënteren consumenten zich bijvoorbeeld op de vraag welke app ze willen downloaden. In die fase is het essentieel dat ze adequaat worden geïnformeerd, onder andere over beveiliging en privacy, zodat ze een goede keuze kunnen maken. In de tweede fase is de app al gedownload en kunnen zich vervolgens problemen voordoen.

Take it or leave it

De bestaande wetgeving sluit niet optimaal aan op de problemen in beide fasen, constateerde Op Heij. Zo ontstaat in de precontractuele fase vaak een 'take it or leave it'-situatie waarin de consument bijvoorbeeld slechts de keuze heeft een app al dan niet te downloaden. Veel bepalingen in het Burgerlijk Wetboek zijn niet gericht op dergelijke problemen, maar op aanbod en aanvaarding via brief of e-mail.  

In de postcontractuele fase is het ontbreken van op digitale inhoud toegesneden regels in het Burgerlijk Wetboek ook een probleem. Voor gestreamde digitale inhoud gelden de dwingende regels voor consumentenkoop niet. Bovendien ontbreken er oplossingen bij zogenaamd ‘lastig of niet te herstellen nadeel’. Een voorbeeld hiervan is een gebrekkige dating-app waarbij foto’s en berichten over internet zijn verspreid. Er bestaat voor aanbieders van digitale inhoud geen wettelijke verplichting om foto’s en berichten te (laten) verwijderen of hiertoe inspanningen te doen.

Aanbevelingen

Volgens Op Heij moeten de bestaande informatieplichten voor aanbieders van digitale inhoud worden verstevigd, en moet er meer aandacht worden besteed aan de wijze waarop de informatie aan consumenten wordt gepresenteerd.  Daarnaast adviseert ze om standaarden te ontwikkelen, om consumenten houvast te bieden bij het invullen van open normen in het Burgerlijk Wetboek.

Gedragsregels

Wanneer de Europese richtlijn in het Burgerlijk Wetboek wordt geïmplementeerd, zullen er  wel op digitale inhoud en digitale diensten toegesneden regels in staan. Bovendien worden consumenten ook in geval van gestreamde digitale inhoud beschermd. Maar volgens Op Heij blijft dan nog steeds het probleem bestaan van ‘lastig of niet te herstellen nadeel’. Dit kan worden opgelost door nieuwe gedragsregels op te stellen voor aanbieders van digitale inhoud, op basis waarvan ze zich zullen inspannen om het nadeel waar mogelijk te voorkomen of beperken. 

Noot voor de pers