News and events Tilburg University

Publicatie: Gemeenteambtenaren als ‘publieke bricoleurs’

Gepubliceerd: 24 september 2019 Laatst bijgewerkt: 05 november 2019

Gemeenteambtenaren in de participatiesamenleving hebben andere vaardigheden, een andere werkhouding en soms meer vrijheid nodig om hun werk goed te kunnen doen. Dat blijkt uit onderzoek van Tilburg University in zes gemeenten. Ambtenaren die met burgers samenwerken zijn vaak ‘publieke bricoleurs’: ze verbinden op open, creatieve wijze verschillende belangen, perspectieven, kennis en middelen om samen met betrokkenen concrete resultaten te bewerkstelligen.

Gemeenten zoeken sinds een aantal jaar steeds meer de samenwerking met hun inwoners, zetten in op inclusieve democratie of overheidsparticipatie en experimenteren met democratische innovaties. Maar wat vraagt dat van het vakmanschap van ambtenaren?

De onderzoekers Wieke Blijleven, Merlijn van Hulst en Frank Hendriks van het Tilburg Institute of Governance spraken met een grote groep ambtenaren, variërend van wijkmanagers tot projectleiders en beleidsadviseurs, in Amersfoort, Apeldoorn, Berkelland, Breda, Harderwijk en Tilburg, individueel en in groepsverband. Behalve met deze zes gemeenten werd het project uitgevoerd in samenwerking met het AenO fonds Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG. De resultaten zijn gepubliceerd in het essay Publieke bricoleurs: Over ambtelijk vakmanschap op het raakvlak van gemeente en gemeenschap.

Download hier het essay

omslag publieke bricoleurs

Vijf vitale werkpraktijken

Het onderzoek laat zien dat dat ambtelijk vakmanschap anno 2019 meer behelst dan het ophalen of voorleggen van ideeën. Ambtenaren brengen vaak zeer uiteenlopende belangen, perspectieven, kennis en middelen bij elkaar om samen met betrokkenen win-win situaties te creëren. Ze zetten daarvoor vijf ‘vitale werkpraktijken’ in:

  1. Situaties in kaart brengen;
  2. investeren in relaties met bewoners en belanghebbenden;
  3. bouwen aan oplossingen met draagvlak;
  4. aansluiting zoeken tussen ‘buiten’ en ‘binnen’ het gemeentehuis; en
  5. praktische ondersteuning bieden aan de ideeën en initiatieven die daaruit voortkomen.

Het onderzoek ontleedt deze praktijken en biedt praktische tips, maar laat ook zien dat deze werkwijzen een bepaalde houding vereisen. Werken op het raakvlak van gemeente en gemeenschap vraagt om een open houding ten aanzien van het vraagstuk in kwestie en de verschillende perspectieven daarbinnen en ten aanzien van het proces, zonder het streven naar concreet resultaat los te laten. Het vraagt om verbindend optreden, tussen mensen, processen en middelen en om ‘bricolage’: in staat zijn ‘met vaak beperkte middelen iets nieuws te creëren’.

De organisatie als barrière en potentieel

Het onderzoek laat ook zien dat ambtenaren tegen grenzen oplopen. De staande (gemeentelijke) organisatie biedt houvast en geeft kansen, maar kan ook in de weg zitten. Vasthouden aan al te strikte beleid- en wetgeving, tijdgebrek en werkdruk, traditionele vormen van sturing en management, politiek en vooral de hardnekkige verkokering staan volgens de ambtenaren het werken met buiten in de weg.

Opvallend is dat die barrières met name worden ervaren tussen ambtenaren onderling. Collega’s stonden stipt op nummer één, wanneer het gaat om wat hindert binnen de organisatie. Waar ambtenaren behoefte aan hebben is vooral ruimte in de vorm van flexibel(er) te besteden tijd, geld en beslissingsmacht, ondersteund door bestuurlijke rugdekking en draagvlak, en een heldere visie op participatie en samenwerking en tot slot reflectie, evaluatie en leerinterventies.

Aanbevelingen

Voor gemeenten verdient het dan ook aanbeveling om ‘binnen’ meer structureel ruimte te maken voor ‘buiten’ en de verbinding tussen en het gezamenlijk leren van de ambtenaren binnen en buiten te versterken, aldus de onderzoekers. Tot slot benadrukt het onderzoek het belang van gevarieerde teams. Idealiter worden de verschillende aspecten van het onderzochte vakmanschap door meerdere ambtenaren ingevuld, waarin ieder zijn rol pakt en zijn of haar eigen talenten en vaardigheden inzet.

Noot voor redacties