News and events Tilburg University

Opkomst constitutioneel toezicht door EU zet zelfbeschikking lidstaten onder druk

Gepubliceerd: 03 mei 2021 Laatst bijgewerkt: 03 mei 2021

De Europese Unie houdt zich steeds nadrukkelijker bezig met de organisatie van het publieke gezag in de lidstaten, zodanig dat gesproken kan worden van de opkomst van constitutioneel toezicht door de EU. In de politieke en juridische strijd rondom de waarden van de Unie botst democratisch gelegitimeerde nationale besluitvorming op het rechtsstatelijke gezag van EU-instellingen. Dat concludeert rechtswetenschapper Maarten Stremler in het proefschrift dat hij op 30 april 2021 verdedigde aan Tilburg University.

Maarten Stremler onderzocht hoe de Europese Unie omgaat met lidstaten waarvan wordt beweerd dat ze de fundamentele waarden van de Unie, zoals opgeschreven in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), schenden of dreigen te schenden. Tot deze waarden behoren menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en mensenrechten. De laatste jaren zijn deze waarden, en de rechtsstaat in het bijzonder, onderwerp geworden van politiek debat en juridische actie, met name als gevolg van controversiële ontwikkelingen in Roemenië, Hongarije en Polen. De regeringen in deze landen zouden de binnenlandse machtenscheiding ondermijnen, waaronder de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

Stremler bestudeerde hoe de meest relevante EU-instellingen in dit verband – de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Raad van de EU en het Hof van Justitie van de EU – op deze ontwikkelingen hebben gereageerd.

Constitutioneel toezicht

De EU houdt zich steeds nadrukkelijker bezig met de organisatie van het publieke gezag in de lidstaten, zodanig dat gesproken kan worden van de opkomst van constitutioneel toezicht door de EU, concludeert de onderzoeker. De vaststelling door de Europese Commissie en het Europees Parlement van constitutionele achteruitgang in een aantal lidstaten heeft een proces op gang gebracht waardoor lidstaten zich steeds vaker op Europees niveau moeten verantwoorden, zowel politiek als juridisch, voor maatregelen die voorheen als een nationale aangelegenheid werden beschouwd.

De Europese Commissie is meer en meer bereid om nationale maatregelen die ze in strijd acht met de rechtsstaat aan te vechten voor het Hof van Justitie. Het Hof op zijn beurt legt het bereik van het Unierecht ruim uit en stelt steeds specifiekere eisen aan de lidstaten. De Raad daarentegen is vooralsnog verdeeld, waarbij met name lidstaten uit Centraal- en Oost-Europa weinig noodzaak voelen om elkaar constitutioneel de maat te nemen.

Strijd onbeslist

De opkomst van constitutioneel toezicht door de EU zet de nationale constitutionele autonomie van de lidstaten onder druk, oftewel hun zelfbeschikking in constitutionele aangelegenheden, aldus Stremler. De EU heeft daarin namelijk nauwelijks expliciete bevoegdheden. Weliswaar noemen de Verdragen gemeenschappelijke constitutionele waarden, maar de betekenis van deze waarden blijft grotendeels ongespecificeerd.

Constitutioneel toezicht betreft dus niet de handhaving van vooraf gegeven en algemeen aanvaarde rechtsnormen. Het is eerder een proces waarin de EU-instellingen constitutionele normen voor de lidstaten construeren en vervolgens naleving van deze normen proberen af te dwingen. Democratisch gelegitimeerde nationale besluitvorming botst hier op het rechtsstatelijke gezag van supranationale experts, aldus Stremler. De inzet van deze strijd, die grotendeels nog onbeslist is, betreft niets minder dan de richting en identiteit van het Europese project.

Noot voor de pers