Nieuws en agenda

Arbeidsuitbuiting hulp in de huishouding is verborgen probleem

PERSBERICHT 14 juli 2016 - Nederland doet relatief veel aan de aanpak van mensenhandel, maar de uitbuiting van hulpen in de huishouding is een verborgen probleem dat gestaag lijkt te groeien. Een kwetsbare groep werknemers in deze sector, vaak illegaal in Nederland, leidt doorgaans een bestaan buiten het zicht van de autoriteiten.


In een pas gepubliceerd rapport over uitbuiting in de huishoudelijke sector in Nederland beschrijft onderzoeker Eefje de Volder van Tilburg University de sector als een van de belangrijkere waar arbeidsuitbuiting voorkomt. Het aantal geregistreerde slachtoffers van uitbuiting buiten de seksindustrie is de laatste paar jaar gestegen, maar slachtoffers van misstanden in de huishoudelijke sector lijken grotendeels buiten beeld te blijven. Dit komt doordat het in de privésfeer plaatsvindt, onttrokken aan het zicht en achter deuren waar de Inspectie SZW slechts beperkte bevoegdheden heeft.

Onzichtbaarheid maakt kwetsbaar

De onzichtbaarheid maakt de betreffende werknemers kwetsbaar voor misstanden, die kunnen leiden tot uitbuiting. De slachtoffers zoeken vaak geen hulp omdat ze hun rechten niet kennen en zich gevangen voelen in de situatie. In de huishoudelijke sector gaat het daarbij vooral om au pairs, huishoudelijke hulpen van diplomaten (zie Slachtofferverhaal hieronder) en hulpen die inwonend zijn. Door een toenemende vraag naar hulp en thuiszorg neemt ook de vraag naar dit soort werknemers toe.

Het meest voorkomende probleem dat au pairs ondervinden is dat ze werken als verkapte huishoudelijke werkers, terwijl het belangrijkste doel van au pairschap culturele uitwisseling is. Andere vormen van uitbuiting in de sector zijn onderbetaling, continu beschikbaar zijn, te weinig vrije tijd, geen eigen kamer krijgen, en soms ook inname van het paspoort, mishandeling of geen toegang krijgen tot medische hulp.

Aanbevelingen

De zichtbaarheid van deze groep werknemers kan worden vergroot door de Inspectie SZW meer bevoegdheden toe te kennen, aldus De Volder. Hoewel het gaat om werk in de privésfeer, maken mensen hun eigen huis tot een werkplek en moeten ze ook accepteren dat de Inspectie hier kan controleren. Dit kan al simpelweg door aan te bellen, met de werknemer te spreken en contract in te zien. Ook kan de inspectie via social media proberen in contact te komen met slachtoffers.

Daarnaast zou de overheid ‘cultural mediators’, die door de Nederlandse organisatie Fairwork worden ingezet, kunnen ondersteunen die zelf afkomstig zijn uit migrantengemeenschappen en contacten onderhouden met deze kwetsbare groepen. Deze cultural mediators spelen een belangrijke rol in het opsporen van gevallen van uitbuiting, daar waar de autoriteiten weinig tot geen toegang hebben.

Ook zou er meer aandacht moeten komen voor de positie van werknemers in huishoudens in het algemeen, zeker in de informele sector. Veel Nederlanders maken gebruik van een hulp in de huishouding, maar zien het niet als ‘echt werk’. Wat is een redelijke verdienste, welke rechten moeten worden gegarandeerd? Maar ook, wat te doen als je misstanden denkt te signaleren? Een bewustwordingscampagne zou hierbij uitkomst bieden.

Meer informatie:

Slachtofferverhaal: Amalia >>

De Indonesische Amalia vertrekt naar Nederland om als oppas te werken voor een diplomaat. Eenmaal in Nederland kan ze slechts kort een blik werpen op haar arbeidscontract. Ze ziet tot haar verrassing dat ze 1400  euro per maand gaat verdienen.  Ze maakt 14 uur per dag en is ook ’s nachts oproepbaar. Klagen doet ze niet. Ze heeft als taak de verzorging van het 3-jarige zoontje Michael, verder maakt ze schoon, strijkt en kookt ze.

Elisabeth  bewaart Amalia’s paspoort in een kluis, dat is veilig, zegt ze. Ze heeft een bankrekening voor haar geopend. Het salaris wordt automatisch gestort, zodat Amalia kan sparen. De eerste maand krijgt ze een voorschot van 200 euro. De werkgever adviseert haar niet naar buiten te gaan. Nederland is een gevaarlijk land en als buitenlander word je niet voor vol aangezien.  Bovendien levert het ‘alleen maar gedoe met je visum op’ als je teveel met anderen kletst.  Elisabeth benadrukt vaak dat Amalia uit een lagere sociale klasse komt. Ze moet haar plaats  weten.

Na verloop van tijd is Elisabeth ontevreden over Amalia. Ze vindt dat ze het werkt laat versloffen. ‘En je belt te vaak. Ik kan niet kijken of je hangt aan de lijn’. Daarom neem ze haar telefoon in beslag. 

Op een dag spreekt een vrouw Amalia aan op het schoolplein. In het gesprek laat Amalia wat doorschemeren over haar situatie. Ze is oververmoeid en heeft vier maanden nauwelijks loon ontvangen. Ze besluit met hulp van de vrouw te vluchten. 

Dit verhaal is afkomstig van Fairwork. Namen zijn op verzoek van de cliënt veranderd.

Noot voor de pers

Eefje de Volder is bereikbaar via 06-18804890 / email E.J.A.deVolder@tilburguniversity.edu.